T2A, Grammar Unit 3 - Much / many / few / little

T2A, Unit 3
Grammar:
Much, many, (a) few, (a) little (3.3)

Aim:
Je past bovenstaande woorden correct toe in een Engelse zin.



1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

T2A, Unit 3
Grammar:
Much, many, (a) few, (a) little (3.3)

Aim:
Je past bovenstaande woorden correct toe in een Engelse zin.



Slide 1 - Tekstslide

Hoe zeg je ' VEEL' in het Engels?
A
much
B
many
C
a lot of
D
lots of

Slide 2 - Quizvraag

Hoe zeg je ' WEINIG' in het Engels?
A
few
B
little

Slide 3 - Quizvraag

Hoe zeg je ' EEN PAAR/EEN BEETJE' in het Engels?
A
a few
B
a little

Slide 4 - Quizvraag

MUCH money
MANY coins and MANY banknotes

Slide 5 - Tekstslide

Wat was ook alweer het verschil tussen de twee?

Slide 6 - Open vraag

Much vs. Many = veel
"Much" = ontelbare woorden 
much money, much water, much time

"Many" = telbare woorden
many dollars, many bottles of water, many minutes

Slide 7 - Tekstslide

MUCH
= ontelbaar (EV)
Je kan er geen 1, 2, 3 voorzetten.



* much space
* much water
* much money
* much coffee
* much sand
* much time
MANY
= telbaar (MV
Zie S aan het eind.
Je kan er vaak 1, 2, 3, voorzetten.


* many rooms
* many bottles
* many coins
* many cups
*many minutes

* many children
* many people
= veel =

Slide 8 - Tekstslide

Many
Much
Money
Food
Donut
Sweater
People
Time

Slide 9 - Sleepvraag

Little vs. Few = een beetje / paar
"A little" = ontelbare woorden
a little money, a little water, a little time

"A few" = telbare woorden
a few dollars, a few bottles of water, a few minutes

Little / Few (zonder "a") = weinig

Slide 10 - Tekstslide

LITTLE
= ontelbaar (EV)
Je kan er geen 1, 2, 3 voorzetten.



* little space
* little water
* little money
* little coffee
* little sand
* little time
FEW
= telbaar (MV
Zie S aan het eind.
Je kan er vaak 1, 2, 3, voorzetten.


* few rooms
* few bottles
* few coins
* few cups
*few minutes

* few children
* few people
= WEINIG =
a little = een beetje
a few = een paar

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

I have WEINIG homework
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 13 - Quizvraag

I don't have VEEL friends
A
much
B
many

Slide 14 - Quizvraag

I don't have VEEL money
A
much
B
many

Slide 15 - Quizvraag

I have EEN PAAR hobbies
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 16 - Quizvraag

I have EEN BEETJE motivation
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 17 - Quizvraag

I have WEINIG video games
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 18 - Quizvraag

There isn't VEEL love

Slide 19 - Open vraag

She has EEN BEETJE water

Slide 20 - Open vraag

She has WEINIG music

Slide 21 - Open vraag

There aren't VEEL wild animals

Slide 22 - Open vraag

She has WEINIG pencils

Slide 23 - Open vraag

She has EEN PAAR tricks

Slide 24 - Open vraag

I have WEINIG time
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 25 - Quizvraag

I don't have VEEL cats
A
much
B
many
C
a lot of

Slide 26 - Quizvraag

I don't have VEEL air
A
much
B
many
C
a lot of

Slide 27 - Quizvraag

I have EEN PAAR computers
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 28 - Quizvraag

My friend likes VEEL youtubers
A
much
B
many
C
a lot of

Slide 29 - Quizvraag

I have EEN BEETJE stress
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 30 - Quizvraag

I have WEINIG guitars
A
few
B
little
C
a few
D
a little

Slide 31 - Quizvraag

There isn't VEEL happiness

Slide 32 - Open vraag

She has EEN BEETJE lemonade

Slide 33 - Open vraag

She has WEINIG comfort

Slide 34 - Open vraag

There aren't VEEL students

Slide 35 - Open vraag

She has WEINIG movies

Slide 36 - Open vraag

She has EEN PAAR fingers

Slide 37 - Open vraag

Slide 38 - Video

Questions for me?

Question for yourself: are you able to correctly use today's grammar in your speaking and writing? 
 

Slide 39 - Tekstslide