Les 4b - Trans-Atlantische slavenhandel deel 3

Thema 4
Het slavernijverleden van Nederland
Trans-Atlantische slavenhandel deel 2
Les 4
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Thema 4
Het slavernijverleden van Nederland
Trans-Atlantische slavenhandel deel 2
Les 4

Slide 1 - Tekstslide

Hoe kwam een inheems stamhoofd NIEt aan zijn slaven?
A
oorlogsbuit
B
misdaden
C
schulden
D
gift voor offeren

Slide 2 - Quizvraag

In welk land was slavernij ind e 17e euw niet 'normaal'
A
Indie
B
Ghana
C
Frankrijk
D
Amerika

Slide 3 - Quizvraag

Wat kon een slaveneigenaar NIET met zijn slaven doen?
A
vrij laten
B
seks hebben
C
laten werken
D
offeren

Slide 4 - Quizvraag

Wat was het eerste Europese land dat slaven gebruikte voor winstbejag?
A
Spanje
B
Portugal
C
Engeland
D
Nederland

Slide 5 - Quizvraag

Waarom gingen de Spanjaarden slaven gebruiken in Zuid-Amerika?
A
Omdat de inheemse bevolking dood ging
B
Omdat er kritiek kwam op de uitbuiting van inheemse bevolking
C
Omdat slaven uit Afrika goedkoper waren
D
Omdat er te weinig inheemse bevolking was om te werken.

Slide 6 - Quizvraag

Hoe heet het systeem van slaven halen uit Afrika en laten werken in Amerika?
A
Driehoekshandel
B
Slavenhandel
C
Trans-Atlantische slavenhandel
D
Holland-Amerika Lijn

Slide 7 - Quizvraag

Wanneer begon de Trans-Atlantische slavenhandel in Europa?
A
rond 1600
B
ronde 1650
C
ronde 1700
D
rond 1750

Slide 8 - Quizvraag

Wat waren de meest populaire producten die de slaven moesten verbouwen op de plantages?
A
koffie en katoen
B
suiker en koffie
C
suiker en specerijen
D
specerijen en tabak

Slide 9 - Quizvraag

Wat gaan we doen?
  1. Hoofdvraag
  2. uitleg: slavenschip Enterprize
  3. Opdracht
  4. Nabespreking
  5. Afsluiting

Slide 10 - Tekstslide

Hoofdvraag
Wat kun je leren over de Trans-Atlantische slavenhandel uit de bronnen van de Enterprize?

Slide 11 - Tekstslide

Uitleg

Slide 12 - Tekstslide

Dit is de Enterprize

Slide 13 - Tekstslide

een slavenschip 

Slide 14 - Tekstslide

Het wrak van de Enterprize werd in 1990 gevonden nabij Ierland

Slide 15 - Tekstslide

Het schip was van Thomas Leyland geweest. Een van de belangrijkste slavenhandelaren van de 17e eeuw. Het voer in de Trans-Atlantische slavenhandel. 

Slide 16 - Tekstslide

Het schip is gebruikt om slaafgemaakten van Afrika naar Amerika te brengen. In dat proces mensen van mensen tot bezit te maken. 

Slide 17 - Tekstslide

Ze gingen het schip op als gevangen genomen mensen en kwamen er af als handelswaar in bezit van iemand. 

Slide 18 - Tekstslide

Het schip riep veel interesse op bij historici die allerlei bronnen vonden over het reilen en zijlen op dat schip (en dus de slavenhandel)

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht
In deze opdracht gaan jullie de gevonden bronnen van de Enterprize onderzoeken. Op deze manier leer je meer over de slavenhandel en oefen je met bronnen en vaardigheden. 

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
Begin met opdracht 1
- Bekijk de bronnen.
- Pak de Atlantische kaart uit het boekje erbij. 
- Bedenk je wat verteld is over de driehoekshandel. 
- Hoe zou de Enterprize haar gewoonlijke route zijn geweest?
- Teken deze. 

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht
Ga verder met opdracht 2 en 3
- Pak telkens de goede bron erbij.
- Lees deze goed door. 
- Beantwoord de vraag in het boekje
- Vraag 1 t/m 4 moet je maken (5 mag)
- Werk samen!
timer
25:00

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht
En nu opdracht 3
- Pak de lijst met alle reizen van de Enterprize erbij. (13)
- Bekijk de lijst goed. 
- Beantwoord de vragen
- Werk weer samen!
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Nabespreken
Doornemen antwoorden. 

Slide 24 - Tekstslide

Nabespreken
Opdracht 2
1| Eten: meegenomen om de bemanning (en eventueel slaafgemaakten) te voeden voor de reis. 
gereedschap: om het schip te maken als het kapot ging. 
Rest: als ruilmiddel voor slaafgemaakten.

Slide 25 - Tekstslide

Nabespreken
2| a. Omdat het schip goed verzekerd was en dat er dus een flink bedrag uitbetaald zou worden.(inleg: 25 pond en 6 pence, uitkerin:1100 pond)
 b. Nee, gewone goederen en slaafgemaakten werden door de eigenaar allebei gezien als handelswaar.
c. 444 komen er aan. Vermoedelijk had het schip zo’n 500 slaafgemaakten mee aan het begin van de reis.
 d. 23976 (c ) - 15762 (A) – 500 (D) = 7714 pond winst
e. Een licentie betekend meer afzetgebied en dus meer klanten. Meer klanten betekend meer handel en dus wellicht meer winst dat behaald kan worden.


Slide 26 - Tekstslide

Nabespreken
Opdracht 3
a. 14 januari – 24 maart – iets meer dan twee maanden
b. man: 47% Jonge man: 7.8% Jongen 16% Vrouw 10% Jonge vrouw 8.7% meisje 10%
c. De slavenhandelaren willen ook hun vrouwelijke slaven kwijt en zullen nooit alleem mannen verkopen.
d. Tijdens de reis: ca. 56 / na de reis: ca. 32
e. Anders kost het hem geld, omdat hij de slaaf dan weer mee moet nemen.
f. Werk op de plantage
g. ponden
h. 120.658 pond

Slide 27 - Tekstslide

Hoofdvraag
Wat kun je leren over de Trans-Atlantische slavenhandel uit de bronnen van de Enterprize?

Slide 28 - Tekstslide

Afsluiting
  • Wat heb je vandaag geleerd?
  • Zijn er nog vragen?

Huiswerk
-Lezen stuk 4
- Schrijf 3 hoofdzaken uit stuk 4 op.
- Maken verdiepingsvragen stuk 4 vraag 1 t/m 7

Slide 29 - Tekstslide