V4 Latijn di 25 mei 2021

Tekst 15
Een astma-aanval: een voorbereiding op de dood
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Tekst 15
Een astma-aanval: een voorbereiding op de dood

Slide 1 - Tekstslide

Vergelijk tekst met vertaling
De volgende vertaling is van de hand van Ben Bijnsdorp.

De vertaler wijkt soms af van de Latijnse grammaticale structuur en voegt soms tekstelementen toe ter verduidelijking van de inhoud.

Als je een Latijnse tekst bestudeert, kun je een vertaling prima als hulpmiddel gebruiken. Maar je moet uiteindelijk áltijd voor ogen houden het Latijn te begrijpen.

Slide 2 - Tekstslide

SENECA GROET ZIJN DIERBARE LUCILIUS.

Ziekte had mij een lange vakantie gegund. Maar plotseling overviel hij mij toch weer. 'Wat voor een', hoor ik je zeggen. Heel terecht vraag je me dat: zozeer is geen enkele variant mij onbekend.

Toch ben ik aan één ziekte als het ware uitgeleverd, waarvan ik niet zou weten waarom ik hem met zijn Griekse naam (asthma) zou aanduiden, want hij kan voldoende getypeerd worden als 'benauwdheid'.



Slide 3 - Tekstslide


Zo'n aanval duurt maar kort en lijkt op een stormvlaag, binnen ongeveer een uur houdt hij weer op: wie kan immers langdurig de laatste adem uitblazen?

Alle denkbare kwalen hebben me bezocht: geen enkele lijkt mij lastiger. 'Hoezo?' Al het andere, wat er ook is, betekent 'ziek zijn', maar dit 'de laatste adem uitblazen'.

Daarom spreken dokters hierover als 'oefening in het sterven'. Ooit doet de geest immers wat ze vaak geprobeerd heeft.


Slide 4 - Tekstslide

6.54.3. Denk je dat ik je dit opgewekt schrijf omdat ik eraan ontsnapt ben? Ik handel even bespottelijk als ik gnuif over deze afloop alsof het om een goede gezondheid gaat als degene die denkt dat hij een rechtszaak gewonnen heeft wanneer hij de dag van het proces uitgesteld heeft.
6.54.3. Denk je dat ik je dit opgewekt schrijf omdat ik eraan ontsnapt ben? Ik handel even bespottelijk als ik gnuif over deze afloop alsof het om een goede gezondheid gaat als degene die denkt dat hij een rechtszaak gewonnen heeft wanneer hij de dag van het proces uitgesteld heeft.

Slide 5 - Tekstslide

SENECA GROET ZIJN DIERBARE LUCILIUS.

Waarop is 'dierbare' gebaseerd?

Slide 6 - Open vraag

'Ziekte had mij een lange vakantie gegund'

Welk tekstelement correspondeert met 'ziekte'?

Slide 7 - Open vraag

'Ziekte had mij een lange vakantie gegund'

Welk tekstelement correspondeert met 'dederat'?

Slide 8 - Open vraag

'Wat voor een', hoor ik je zeggen.

Verklaar de toevoeging 'hoor ik'

Slide 9 - Open vraag

nullum (r.3)

Waarnaar verwijst dit, grammaticaal?
A
longum commeatum (r.2)
B
me (r.2)
C
genere (r.3)
D
prorsus (r.3)

Slide 10 - Quizvraag

tamen (r.4) markeert een tegenstelling.

Citeer de twee woorden die de kern van deze tegenstelling vormen.

Slide 11 - Open vraag

appellem (r.5)

Verklaar het gebruik van de modus.

Slide 12 - Open vraag

Vergelijkingen
Een vergelijking bestaat uit drie delen:
  • beeld
  • afgebeelde
  • tertium comparationis / punt van overeenkomst

'Zei Noortje dat het gaat regenen? O - ze is zó'n Cassandra!'
Beeld: Cassandra



Slide 13 - Tekstslide

rr. 5-6: brevis t/m impetus

Er is hier sprake van een vergelijking. Wat is het afgebeelde?
A
morbus
B
procella
C
impetus
D
brevis

Slide 14 - Quizvraag

rr. 5-6: brevis t/m impetus

Er is hier sprake van een vergelijking. Wat is het beeld?
A
morbus
B
procella
C
impetus
D
brevis

Slide 15 - Quizvraag

rr. 5-6: brevis t/m impetus

Er is hier sprake van een vergelijking. Wat is het tertium comparationis?

Slide 16 - Open vraag

Bijnamen van sporters
Arjen  Robben: de Man van glas
Robert Gesink: de Condor van Varsseveld
Ruud Gullit: de Zwarte Tulp
Bep van Klaveren (bokser): The Dutch Windmill

Weinig bijnamen voor vrouwelijke sporters. Bedenk er nu een!


Slide 17 - Tekstslide

r.5 brevis

congrueert met:
A
valde
B
procellae
C
impetus
D
horam

Slide 18 - Quizvraag

r7: omnia corporis aut incommoda aut pericula per me transierunt

Citeer het tekstelement waarin Seneca eerder ongeveer hetzelfde zei.

Slide 19 - Open vraag

r.8: molestius

Wat is de woordsoort?
A
bijv. nw. (stellende trap)
B
bijwoord (vergrotende trap)
C
bijv. nw (vergrotende trap)
D
bijwoord (stellende trap)

Slide 20 - Quizvraag

Huiswerk  25 / 5
Vert. tekst 15 t/m r.17 (esse)

Bedenk een bijnaam voor een bekende vrouwelijke atleet met een mooi tertium comparationis. Géén clichés met leeuwen of gazellen of herten.

Slide 21 - Tekstslide

r.10: quod conatus est

hoe vertaal je dit?
A
wat geprobeerd is
B
wat hij geprobeerd heeft
C
wat probeerde
D
wat geprobeerd wordt

Slide 22 - Quizvraag

rr.10-13 (hilarem t/m distulit)

Citeer uit deze regels twee infinitivi

Slide 23 - Open vraag

Wat wordt er bedoeld met hoc fine? (r.11)
A
Het einde van de desbetreffende astma aanval
B
De dood
C
het einde van een astma-aanval in het algemeen
D
het einde van de brief

Slide 24 - Quizvraag

rr.11-13: Tam t/m distulit

Geef de strekking weer in eigen woorden

Slide 25 - Open vraag

Welk woord hoort er niet bij?
A
hilarem (r.10)
B
effugi (r.11)
C
facio (r.11)
D
delector (r.12)

Slide 26 - Quizvraag

suffocatione (r.14)

Wat is het geslacht?
A
M
B
V
C
O
D
non-binair

Slide 27 - Quizvraag

Vertalen

Slide 28 - Open vraag