Leestekens


Welkom!

Doe je telefoon in de telefoontas,
doe je jas en oortjes uit,
pak je spullen op tafel....

Dan kunnen we beginnen.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les


Welkom!

Doe je telefoon in de telefoontas,
doe je jas en oortjes uit,
pak je spullen op tafel....

Dan kunnen we beginnen.

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen deze les?


  • Uitleg;
  • Paar zinnen klassikaal;
  • Zelfstandig aan de slag met de opdrachten in je boek.

Aan het einde van de les... gebruik je leestekens juist.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn leestekens?
Welke leestekens ken je?

Slide 3 - Woordweb

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
Komma
Vraagteken
Uitroepteken
Dubbele punt
Aanhalingstekens

Slide 4 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
Vraagteken
Uitroepteken
Dubbele punt
Aanhalingstekens

Slide 5 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
- in opsommingen
- tussen twee persoonsvormen
- voor en/of na een aanspreking
- voor voegwoorden zoals omdat,   
   maar, nadat, want, voordat
- Kladpapier, een potlood en een pen zijn toegestaan 
   tijdens het examen.
- Als je zin hebt, kun je ook mee uit eten.
- Meneer, kunt u mij helpen?
- Ik heb je drie keer gebeld, maar ik krijg steeds je 
   voicemail.
Vraagteken
Uitroepteken
Dubbele punt
Aanhalingstekens

Slide 6 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
- in opsommingen
- tussen twee persoonsvormen
- voor en/of na een aanspreking
- voor voegwoorden zoals omdat,   
   maar, nadat, want, voordat
- Kladpapier, een potlood en een pen zijn toegestaan 
   tijdens het examen.
- Als je zin hebt, kun je ook mee uit eten.
- Meneer, kunt u mij helpen?
- Ik heb je drie keer gebeld, maar ik krijg steeds je 
   voicemail.
Vraagteken
- na een vraag
- Hoe laat begint de training vanavond?
Uitroepteken
Dubbele punt
Aanhalingstekens

Slide 7 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
- in opsommingen
- tussen twee persoonsvormen
- voor en/of na een aanspreking
- voor voegwoorden zoals omdat,   
   maar, nadat, want, voordat
- Kladpapier, een potlood en een pen zijn toegestaan 
   tijdens het examen.
- Als je zin hebt, kun je ook mee uit eten.
- Meneer, kunt u mij helpen?
- Ik heb je drie keer gebeld, maar ik krijg steeds je 
   voicemail.
Vraagteken
- na een vraag
- Hoe laat begint de training vanavond?
Uitroepteken
- na een bevel
- na een uitroep
- Geef me mijn spullen terug!
- Wat erg!
Dubbele punt
Aanhalingstekens

Slide 8 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
- in opsommingen
- tussen twee persoonsvormen
- voor en/of na een aanspreking
- voor voegwoorden zoals omdat,   
   maar, nadat, want, voordat
- Kladpapier, een potlood en een pen zijn toegestaan 
   tijdens het examen.
- Als je zin hebt, kun je ook mee uit eten.
- Meneer, kunt u mij helpen?
- Ik heb je drie keer gebeld, maar ik krijg steeds je 
   voicemail.
Vraagteken
- na een vraag
- Hoe laat begint de training vanavond?
Uitroepteken
- na een bevel
- na een uitroep
- Geef me mijn spullen terug!
- Wat erg!
Dubbele punt
- als je een opsomming gaat geven
- als je een uitleg gaat geven
- om aan te geven dat iemand wat 
   gaat zeggen
- Je kunt kiezen uit de volgende activiteiten: ijshockey, 
   zaalvoetbal, streetdance en yoga.
- Zo begin je een zakelijke brief: eerst...
- De assistente vroeg: ...
Aanhalingstekens

Slide 9 - Tekstslide

Leesteken
Je gebruikt ze
Voorbeelden
Punt
- aan het einde van de zin
- soms bij afkortingen
- Je bestelling is zojuist verzonden.
- Stuur dit formulier a.u.b. terug.
Komma
- in opsommingen
- tussen twee persoonsvormen
- voor en/of na een aanspreking
- voor voegwoorden zoals omdat,   
   maar, nadat, want, voordat
- Kladpapier, een potlood en een pen zijn toegestaan 
   tijdens het examen.
- Als je zin hebt, kun je ook mee uit eten.
- Meneer, kunt u mij helpen?
- Ik heb je drie keer gebeld, maar ik krijg steeds je 
   voicemail.
Vraagteken
- na een vraag
- Hoe laat begint de training vanavond?
Uitroepteken
- na een bevel
- na een uitroep
- Geef me mijn spullen terug!
- Wat erg!
Dubbele punt
- als je een opsomming gaat geven
- als je een uitleg gaat geven
- om aan te geven dat iemand wat 
   gaat zeggen
- Je kunt kiezen uit de volgende activiteiten: ijshockey, 
   zaalvoetbal, streetdance en yoga.
- Zo begin je een zakelijke brief: eerst...
- De assistente vroeg: ...
Aanhalingstekens
- om te laten zien wat iemand zegt
- De assistente vroeg: 'Wat zijn uw klachten, meneer?'

Slide 10 - Tekstslide

Plaats een punt, vraagteken of uitroepteken waar dat moet.

Er komt een auto aan, pas op

Slide 11 - Tekstslide

Plaats een punt, vraagteken of uitroepteken waar dat moet.

Wanneer gaan jullie op vakantie

Slide 12 - Tekstslide

Plaats een punt, vraagteken of uitroepteken waar dat moet.

Bij de receptie kun je informatie krijgen

Slide 13 - Tekstslide

Plaats een punt, vraagteken of uitroepteken waar dat moet.

Kunt u uw persoonlijke gegevens a u b invullen

Slide 14 - Tekstslide

Zet de komma waar dat moet.

In die kast liggen potleden pennen en notitieblokken.

Slide 15 - Tekstslide

Zet de komma waar dat moet.

Als u dit formulier invult wordt u zo snel mogelijk geholpen.

Slide 16 - Tekstslide

Zet de komma waar dat moet.

Hartelijk dank voor uw medewerking aan deze enquête mevrouw Blok.

Slide 17 - Tekstslide

Zet de komma waar dat moet.

We hebben morgenmiddag afgesproken maar ik kan niet komen.

Slide 18 - Tekstslide

Plaats een dubbele punt waar dat moet.

We hebben de volgende desserts chocoladetaart, gemengd fruit en ijs.

Slide 19 - Tekstslide

Plaats een dubbele punt waar dat moet.

Zo update je een app ga naar instellingen, klik op de app en kies 'updaten'.

Slide 20 - Tekstslide

Plaats een dubbele punt waar dat moet.

Roy vraagt 'Waar kan ik het inschrijfformulier vinden?'

Slide 21 - Tekstslide

Plaats aanhalingstekens waar dat moet.

De trainer herhaalde tegen de groep: We gaan eerst een warming-up doen.

Slide 22 - Tekstslide

Plaats aanhalingstekens waar dat moet.

Ivanka zei tegen Isha: Jij bent veel beter in presenteren dan ik.

Slide 23 - Tekstslide


Zelfstandig aan het werk
Basis:
opdracht 5 blz 67
opdracht 9 t/m 11 blz 208

Kader:
Opdracht 6 en 7 op blz. 79
Opdracht 6 en 7 op blz. 237




Slide 24 - Tekstslide

Aan het einde van de les...
gebruik je leestekens juist.

Slide 25 - Tekstslide