BCC H2 les 1
Verkoopprijs en brutowinst
BCC H2 les 1
Verkoopprijs en brutowinst
Aan het einde van de les kan de student:
inkoopprijs, verkoopprijs en consumentenprijs van elkaar onderscheiden.
uitleggen wat handelsmarge en brutowinst betekenen.
btw uit een inkoopfactuurprijs halen.
vanuit een inkoopprijs een verkoopprijs berekenen.
vanuit een verkoopprijs de consumentenprijs inclusief btw berekenen.
Leerdoelen
Van inkoopprijs → verkoopprijs → consumentenprijs
Wat kost het product, wat verdient de ondernemer en wat betaalt de klant?
Een winkel koopt een jas in voor €60 en verkoopt hem voor €100. Heeft de winkel dan €40 winst?
Ja
Nee
Dat kan je nog niet bepalen
Inkoopprijs
Bedrag dat de ondernemer voor het product betaalt, exclusief btw.
Verkoopprijs
Prijs waarvoor de ondernemer het product verkoopt, exclusief btw.
Consumentenprijs
Prijs die de klant uiteindelijk betaalt, inclusief btw
INKOOPPRIJS → VERKOOPPRIJS → CONSUMENTENPRIJS
Sleepvraag
Consument
Groothandel
Fabrikant
Detailhandel
iedere schakel maakt kosten en wil geld verdienen.
Om te kijken of dit rendabel is heb je het:
Handelsmarge = verkoopprijs − inkoopprijs
Handelsmarge
Een fabrikant verkoopt een product voor €22 aan een groothandel.
De groothandel verkoopt het voor €35 aan een winkel.
Hoe groot is de handelsmarge van de groothandel?
13
22
35
57
Een ondernemer ontvangt een factuur van €484 inclusief 21% btw. Wat is de inkoopprijs exclusief btw?
Inkoopprijs
Waar denk je aan bij brutowinst?
brutowinst is niet hetzelfde als nettowinst. Uit de brutowinst moeten bijvoorbeeld nog huur, personeel en andere bedrijfskosten worden betaald.
Brutowinst
Bij het bepalen van de verkoopprijs kijkt de ondernemer onder andere naar:
•De inkoopprijs
•De prijzen van concurrenten
•Het bedrag dat klanten bereid zijn te betalen
Verkoopprijs
Maak t/m opagave 2.14 (huiswerk voor volgende les als het niet af is).
Aan de slag
Brutowinstopslag en brutowinstmarge.
Volgende les