BCC H2 les 1

BCC H2 les 1


Verkoopprijs en brutowinst

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

BCC H2 les 1


Verkoopprijs en brutowinst

Aan het einde van de les kan de student:

  • inkoopprijs, verkoopprijs en consumentenprijs van elkaar onderscheiden.

  • uitleggen wat handelsmarge en brutowinst betekenen.

  • btw uit een inkoopfactuurprijs halen.

  • vanuit een inkoopprijs een verkoopprijs berekenen.

  • vanuit een verkoopprijs de consumentenprijs inclusief btw berekenen.

Leerdoelen

Van inkoopprijs → verkoopprijs → consumentenprijs


Wat kost het product, wat verdient de ondernemer en wat betaalt de klant?

Een winkel koopt een jas in voor €60 en verkoopt hem voor €100. Heeft de winkel dan €40 winst?

A

Ja

B

Nee

C

Dat kan je nog niet bepalen


Inkoopprijs
Bedrag dat de ondernemer voor het product betaalt, exclusief btw.

Verkoopprijs
Prijs waarvoor de ondernemer het product verkoopt, exclusief btw.

Consumentenprijs
Prijs die de klant uiteindelijk betaalt, inclusief btw

INKOOPPRIJS → VERKOOPPRIJS → CONSUMENTENPRIJS


Sleepvraag





Consument

Groothandel

Fabrikant

Detailhandel

iedere schakel maakt kosten en wil geld verdienen.

Om te kijken of dit rendabel is heb je het:

Handelsmarge = verkoopprijs − inkoopprijs

Handelsmarge

Een fabrikant verkoopt een product voor €22 aan een groothandel.
De groothandel verkoopt het voor €35 aan een winkel.

Hoe groot is de handelsmarge van de groothandel?

A

13

B

22

C

35

D

57

Een ondernemer ontvangt een factuur van €484 inclusief 21% btw. Wat is de inkoopprijs exclusief btw?

Inkoopprijs

Waar denk je aan bij brutowinst?

brutowinst is niet hetzelfde als nettowinst. Uit de brutowinst moeten bijvoorbeeld nog huur, personeel en andere bedrijfskosten worden betaald.

Brutowinst

Bij het bepalen van de verkoopprijs kijkt de ondernemer onder andere naar:

•De inkoopprijs

•De prijzen van concurrenten

•Het bedrag dat klanten bereid zijn te betalen

Verkoopprijs

Maak t/m opagave 2.14 (huiswerk voor volgende les als het niet af is).

Aan de slag

Brutowinstopslag en brutowinstmarge.

Volgende les