Neoclassicisme - Schilderkunst

Neoclassicisme

SCHILDERKUNST

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorKunstKunstzinnige oriëntatie+1Middelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Introductie

In deze les van de methode Reliëf ontdekken leerlingen de neoclassicistische schilderkunst (ca. 1760-1830). Ze leren welke vier ontwikkelingen de kunst terugbrachten naar de Griekse en Romeinse oudheid: de kritiek op barok en rococo, de ideeën van Winckelmann, de opgravingen van Pompeii en Herculaneum en de Verlichting. Daarna ontdekken ze hoe je een neoclassicistisch schilderij herkent en hoe de Academie, de Salon en opdrachtgevers als de Revolutie en Napoleon de stijl gebruikten voor moraal en propaganda. Aan de hand van De eed van de Horatii, De dood van Socrates, De dood van Marat en De kroning van Napoleon van Jacques-Louis David, Ingres' Napoleon op de keizerlijke troon en Grote Odalisk en Angelica Kauffmans Cornelia kijken leerlingen naar onderwerp, compositie, lijn, licht, verf en boodschap. Ze zetten het neoclassicisme af tegen de rococo van Fragonard en de romantiek van Delacroix (lijn tegenover kleur): een opstap naar het examenonderwerp Cultuur van romantiek en realisme in de negentiende eeuw. Werkvormen: de thinking routines Zie-Denk-Vraag, Vergelijken, Beweer-Onderbouw-Vraag en Eerst dacht ik, nu denk ik, onzichtbare hotspots, drie sleepopdrachten (de vier oorzaken, echt of aangepast, lijn of kleur), een kijkvraag en een poll. Slide 22 en 25 zijn optioneel. Begrippen: historiestuk, Academie, Salon, opdrachtgever, contour, toets, idealisering, propaganda en oriëntalisme.

Onderdelen in deze les

Neoclassicisme

SCHILDERKUNST

Deze slide heeft geen instructies

WAT ZIE JE?

WAT DENK JE?

WAT VRAAG JE JE AF?

Zie - Denk - Vraag

Met deze werkvorm leren leerlingen eerst goed kijken, daarna nadenken over wat ze zien, en tenslotte vragen stellen. Zo zoeken ze eerst bewijs in het beeld in plaats van meteen te oordelen. De opdracht activeert voorkennis over de Franse Revolutie en over wat een schilderij kan doen: informeren, ontroeren of overtuigen.

Deze werkvorm is gebaseerd op de Visible Thinking-routine See-Think-Wonder (Project Zero, Harvard).

  1. Wat zie je? Laat leerlingen 30-60 seconden stil kijken. Stimuleer concrete observaties: een man in een bad, een witte tulband, een briefje, een houten kist, een mes op de grond, een lege donkere achtergrond.

Wat valt je nog meer op? Het licht, de rust, het bijna ontbrekende bloed.

  1. Wat denk je dat hier gebeurt? Vraag altijd naar bewijs in het beeld. Voorbeeld van een leerlingreactie: Ik denk dat hij vermoord is, want er ligt een mes op de grond en hij hangt slap uit het bad.

  1. Wat vraag je je af? Voorbeelden: Wie is deze man? Waarom schildert iemand dit zo rustig, bijna mooi? Wie heeft dit gemaakt en waarom?

Duiding (pas na de ronde): Jacques-Louis David schilderde in 1793 zijn vriend Jean-Paul Marat, een revolutionair die op 13 juli 1793 in zijn bad werd vermoord door Charlotte Corday. Het schilderij toont geen chaos, maar een strakke, stille compositie: Marat wordt bijna een martelaar. Dat is typisch neoclassicisme: orde, helderheid en een morele boodschap. Later in de les komen we op dit schilderij terug.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De dood van Marat (1793)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Death_of_Marat_by_David.jpg Image credit: Death of Marat by David.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Waarom wil een schilder dat jij gaat nadenken?

Vandaag ontdek je:

  • waarom helden uit Rome ineens in de
    mode waren

  • hoe schilders met lijn en licht orde scheppen

  • hoe één schilder een koning, een revolutie en een keizer diende

Start met een uitnodigende vraag: kun je iets goed vinden, alleen omdat het netjes en logisch is? Laat leerlingen een voorbeeld noemen (een opgeruimde kamer, een strakke architectuur, een slimme redenering). Dat is precies de smaak van het neoclassicisme, de stroming die na de speelse rococo koos voor orde, rede en deugd.

Detail uit: Jacques-Louis David - De eed van de Horatii (1784)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_Oath_of_the_Horatii_-_Google_Art_Project.jpg Image credit: Bewerkt naar: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg (Public domain), Wikimedia Commons

Aan het eind van

deze les kun je . . .

  • uitleggen welke vier ontwikkelingen de kunst terugbrachten naar de oudheid.

  • kenmerken van neoclassicistische schilderkunst herkennen en benoemen, zoals orde, heldere contouren en onderwerpen uit de oudheid.

  • uitleggen hoe opdrachtgevers de stijl gebruikten voor moraal en propaganda.

  • schilderijen van David en Ingres vergelijken met de rococo en de romantiek.

Leg kort uit wat leerlingen aan het eind van de les moeten kunnen.

Aansluiting: de les werkt aan de conceptkerndoelen kunst en cultuur (SLO, 2025), domein Meemaken en betekenis geven: kunst bekijken, erover reflecteren en de achtergrond ervan begrijpen. Voor de bovenbouw (CKV, kunst algemeen) oefenen leerlingen het analyseren van vorm, inhoud, functie en context. Het neoclassicisme is het vertrekpunt van het examenonderwerp Cultuur van romantiek en realisme in de negentiende eeuw: de romantiek zet zich er juist tegen af. Image credit: Bewerkt naar: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg (Public domain), Wikimedia Commons

Wat betekent neoclassicisme?

Neo betekent nieuw en klassiek verwijst naar de Griekse en Romeinse oudheid. Kunstenaars nemen die oudheid opnieuw als voorbeeld.

Ze doen dat omdat ze de speelse, versierde rococo te oppervlakkig vinden. Ze willen kunst die laat zien hoe je je hoort te gedragen: met orde, verstand en deugd, zoals een held die alles opgeeft voor zijn land.

Dat zie je ook aan hoe ze schilderen: met strakke lijnen, gladde verf en helder, koel licht.

"Neo" betekent nieuw, "klassiek" verwijst naar de Griekse en Romeinse oudheid. Neoclassicistische schilders (ca. 1760-1830) kozen onderwerpen uit de oudheid, vaak met een moraal: plicht, moed, zelfopoffering.

Laat leerlingen de vader bekijken: wat valt op aan zijn houding? Hij houdt de zwaarden hoog en kijkt omhoog, in een strakke, bijna rechte lijn van voet tot hand. Geen versiering, alle aandacht gaat naar het gebaar. Gevoel is er wel (de vrouwen rechts), maar de rede en de plicht gaan voor.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De eed van de Horatii (1784)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_Oath_of_the_Horatii_-_Google_Art_Project.jpg Image credit: Bewerkt naar: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg (Public domain), Wikimedia Commons

1
2
3
4

Laat leerlingen op de hotspots klikken en bespreek per hotspot wat het met je doet.

Het verhaal komt uit de Romeinse legende: Rome en Alba Longa kiezen elk drie strijders om een oorlog te beslissen. De drie broers Horatii zweren aan hun vader dat ze zullen vechten voor Rome. Rechts huilt onder meer Camilla, zus van de Horatii en verloofd met een van de tegenstanders.

David schilderde dit in 1784 en 1785 in Rome, in opdracht van de Franse koning, en het was op de Salon van 1785 meteen een succes. Het is een historiestuk: een groot verhaal uit de geschiedenis met een morele les, hier vaderlandsliefde en zelfopoffering. Volgens de hiërarchie van de genres van de Academie was dat het hoogste wat een schilder kon maken, boven portret, genrestuk, landschap en stilleven.

Vormaspecten om te benoemen: de friescompositie (figuren naast elkaar in een ondiepe ruimte), de scherpe contouren, het harde zijlicht en de rechte lijnen van zuilen en armen tegenover de ronde vormen van de vrouwen.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De eed van de Horatii (1784)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_Oath_of_the_Horatii_-_Google_Art_Project.jpg Image credit: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Hoe begon het?

Rond 1760 slaat de smaak om.

Vier dingen zetten de kunst op een nieuw spoor:

  1. Genoeg van pracht en praal:
    kritiek op barok en rococo

  2. Een boek als wegwijzer:
    Winckelmann prijst de Grieken

  3. Rome komt boven de grond:
    de opgravingen van Pompeii
    en Herculaneum

  4. Denken met je verstand:
    de Verlichting

Christen Købke - Het forum van Pompeii met de Vesuvius in de verte (1841)

Een stroming ontstaat nooit zomaar. Het neoclassicisme komt voort uit vier ontwikkelingen die rond het midden van de 18e eeuw samenkomen. Laat de punten één voor één verschijnen en vraag bij elk punt: wat zou dit met kunstenaars doen?

De komende dia's werken de vier oorzaken uit. Ze helpen leerlingen straks om bij elk schilderij te verklaren waarom het er zo uitziet: dat is precies wat bij kunstbeschouwing (en op het examen) gevraagd wordt, namelijk vorm verbinden met context.

Vraag vooraf: wat denk je dat er nodig is om de smaak van een hele generatie te veranderen? (Nieuwe ideeën, nieuwe ontdekkingen, onvrede met wat er is, mensen met invloed.)

Afbeelding: Christen Købke - Het forum van Pompeii met de Vesuvius (1841) Image credit: The Forum, Pompeii, with Vesuvius in the Distance - Christen Schjellerup Købke, J. Paul Getty Museum (Public domain), Wikimedia Commons

Barok & rococo

De barok (ca. 1600-1750) is vol drama, beweging en versiering, vaak voor de kerk en de koning. De rococo (vanaf ca. 1720) is nog luchtiger en speelser, met pastelkleuren, krullen en flirtende edelen in parken.

Steeds meer mensen vinden die kunst oppervlakkig. Kunst moet de mens beter maken, niet alleen vermaken.

Oorzaak 1: genoeg van pracht en praal

Jean-Honoré Fragonard - De schommel (1767)

Oorzaak 1: een tegenreactie

De barok (ca. 1600-1750) was vol drama, emotie en spanning, en diende vaak de kerk en de vorst. De rococo bouwde daarop voort, maar werd kleiner, lichter en speelser. Het onderwerp verschoof van de kerk naar het plezier van de adel: feestjes, liefde, mooie kleren.

Rond 1750-1760 groeit de kritiek. Schrijvers als Denis Diderot vinden rococo frivool: kunst die alleen mooi en lief is, maakt niemand een beter mens. Ze willen kunst met een boodschap: eerlijk, ernstig en deugdzaam. Die kritiek is ook kritiek op de adel zelf, die rijk is terwijl het volk arm is. Een paar decennia later staan sommige neoclassicistische kunstenaars, zoals David, aan de kant van de Revolutie tegen diezelfde adel.

Vraag: wat zou jij doen als kunstenaar die vindt dat kunst te oppervlakkig is geworden? Op de volgende dia vergelijken leerlingen Fragonard (rococo) met David.

Afbeelding: Jean-Honoré Fragonard - De schommel (1767)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Joean_Honor%C3%A9_Fragonard_-_The_Swing.jpg Image credit: Joean Honoré Fragonard - The Swing.jpg - Jean-Honoré Fragonard (Public domain), Wikimedia Commons

Schilderij van Fragonard

Schilderij van David

Zoek de verschillen

WAT VALT JE OP?

Visible thinking: Compare

Zoek de verschillen tussen beide schilderijen. Wat valt op? Denk aan kleur, vormen, sfeer, onderwerp en boodschap. Leerlingen typen hun antwoord in en delen het onder de juiste categorie.

Links: Jean-Honoré Fragonard, De schommel (1767), Rococo. Rechts: Jacques-Louis David, De eed van de Horatii (1784), Neoclassicisme.

Leerlingen kunnen bijvoorbeeld zien: "Bij Fragonard is alles zacht, speels en roze, bij David streng en donker.", "Fragonard schildert flirten in een weelderig park, David een eed in een kale hal.", "Bij Fragonard gaat het om plezier, bij David om plicht."

Fragonard: een rijke jonge vrouw, een heimelijke minnaar, een schoen die wegvliegt. David: drie broers die zweren te sterven voor Rome.

Fragonard: krullende bladeren, zacht licht, bijna geen contouren. David: drie bogen, rechte zuilen, scherpe contouren en koel licht.

Fragonard past bij de adel van de oude monarchie. Davids moraal past bij de nieuwe tijd van rede en burgerdeugd. Critici als Diderot vonden de rococo al rond 1765 oppervlakkig en vroegen om kunst die de kijker beter maakt.

Afbeeldingen: Fragonard - De schommel (1767); David - De eed van de Horatii (1784)

Bron afbeeldingen: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Joean_Honor%C3%A9_Fragonard_-_The_Swing.jpg ; https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_Oath_of_the_Horatii_-_Google_Art_Project.jpg Image credit: Joean Honoré Fragonard - The Swing.jpg - Jean-Honoré Fragonard (Public domain), Wikimedia Commons Image credit: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) was een Duitse kunstkenner die in Rome woonde. Hij wordt vaak de vader van de kunstgeschiedenis genoemd.

Volgens hem had Griekse kunst edele eenvoud en stille grootheid. Zijn advies aan kunstenaars: wil je groot worden, leer dan van de oude Grieken.

Oorzaak 2: een boek als wegwijzer

Anton von Maron - Portret van Johann Joachim Winckelmann (1768)

Oorzaak 2: de ideeën van Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) was de zoon van een schoenmaker uit Pruisen. Hij werkte zich op tot bibliothecaris en werd uiteindelijk de grote kenner van antieke kunst in Rome. In 1755 schreef hij dat de beste Griekse beelden uitblinken in edele eenvoud en stille grootheid: rust, beheersing en eenvoud, ook bij heftige gebeurtenissen. In 1764 verscheen zijn Geschiedenis van de kunst van de oudheid. Hij was een van de eersten die kunst beschreef als iets dat zich in de tijd ontwikkelt, met periodes en stijlen. Daarom wordt hij vaak de vader van de kunstgeschiedenis genoemd.

Zijn bekendste advies: de enige weg om groot te worden is de ouden na te volgen. Kunstenaars in heel Europa lazen zijn boeken. Ze gingen tekenen naar antieke beelden en kozen voor rust, heldere vormen en idealisering.

Vraag: wie is voor jou een voorbeeld, iemand die bepaalt wat jij mooi vindt? (Een influencer, een artiest, een sporter.) Winckelmann was in zijn tijd zo'n smaakmaker.

Afbeelding: Anton von Maron - Portret van Johann Joachim Winckelmann (1768)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Johann_Joachim_Winckelmann_(Anton_von_Maron_1768).jpg Image credit: Johann Joachim Winckelmann (Anton von Maron 1768).jpg - Anton von Maron (Public domain), Wikimedia Commons

Pompeii

In 79 na Christus begraaft de vulkaan Vesuvius de Romeinse steden Pompeii en Herculaneum onder een dikke laag as. Vanaf 1738 en 1748 graven archeologen ze op: huizen, muurschilderingen, meubels en vazen.

Voor het eerst zie je hoe Romeinen echt woonden. Rijke jongeren reizen op Grand Tour naar Rome en Napels en nemen die stijl mee naar huis.

Oorzaak 3: Rome komt boven de grond

Oorzaak 3: de opgravingen

In het jaar 79 na Christus barstte de Vesuvius uit. Pompeii en Herculaneum verdwenen onder as en modder, en bleven daardoor bijna 1700 jaar bewaard. In 1738 begonnen de opgravingen in Herculaneum, in 1748 in Pompeii. Wat er tevoorschijn kwam, was een schok: complete straten, huizen met muurschilderingen, meubels, gereedschap, vazen en zelfs brood in de oven.

Tot dan toe kende men de oudheid vooral uit tempels, ruïnes en beelden. Nu zag je het dagelijks leven. Boeken met prenten van de vondsten werden in heel Europa verkocht. Meubelmakers, architecten, ontwerpers van behang en servies en schilders namen de vormen over. Wat in Pompeii gevonden was, werd mode, net zoals nu iets viraal gaat. Zie de kandelaar en de bank op het portret van Madame Récamier door David: die zijn gemaakt naar voorbeelden uit Pompeii.

De Grand Tour: in de 18e eeuw maakten rijke jongemannen uit onder meer Engeland, Frankrijk en de Nederlanden na hun opleiding een lange reis door Europa, soms maanden tot jaren. Rome was het hoogtepunt, en later ook Napels met de opgravingen van Pompeii en Herculaneum. Ze namen kopieën van antieke beelden, prenten van ruïnes, vazen en munten mee, en lieten zich portretteren tussen de ruïnes (zoals bij de schilder Pompeo Batoni): de selfie van de 18e eeuw. Thuis lieten ze huizen en tuinen inrichten in de nieuwe stijl. Zo verspreidde het neoclassicisme zich vanuit Rome over Europa en zelfs naar Amerika.

Vraag: stel je voor dat er nu een stad van 1700 jaar geleden boven de grond komt, compleet met huizen en spullen. Wat zou je als eerste willen zien?

Afbeelding: Christen Købke - Het forum van Pompeii met de Vesuvius in de verte (1841)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christen_Schjellerup_K%C3%B8bke_-_The_Forum,_Pompeii,_with_Vesuvius_in_the_Distance_-_85.PA.43_-_J._Paul_Getty_Museum.jpg Image credit: The Forum, Pompeii, with Vesuvius in the Distance - Christen Schjellerup Købke, J. Paul Getty Museum (Public domain), Wikimedia Commons

De Verlichting

In de 18e eeuw zeggen denkers: vertrouw op je verstand en op de wetenschap, niet blind op de koning of de kerk. Er zijn daarbij nieuwe idealen zoals vrijheid, gelijkheid, verdraagzaamheid en de regels gelden voor iedereen.

De kunst moet daarbij passen: helder, redelijk en een voorbeeld van een goede burger.

Oorzaak 4:

denken met je verstand

Joseph Wright of Derby - Een filosoof geeft les over het planetarium (ca. 1766)

Oorzaak 4: de Verlichting

De Verlichting is een beweging van denkers en wetenschappers in de 18e eeuw, zoals Voltaire, Rousseau en Diderot. Het idee: met je eigen verstand en met wetenschappelijk onderzoek kun je de wereld begrijpen en verbeteren. Ze pleitten voor vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en verdraagzaamheid, en voor een grondwet die de macht van de vorst beperkt. Die ideeën vormden later de basis voor de Amerikaanse onafhankelijkheid (1776) en de Franse Revolutie (1789).

Wat betekent dat voor kunst? Kunst moet niet alleen versieren, maar de kijker iets leren: over plicht, moed en eerlijkheid. De heldere vormen en de rust van de oudheid passen daar goed bij: orde in het beeld staat voor orde en redelijkheid in de samenleving.

Op het schilderij van Joseph Wright of Derby zie je een les over het zonnestelsel met een mechanisch model. De lamp in het midden is de zon. Het licht van de wetenschap verlicht letterlijk de gezichten. Let op: dit schilderij zelf is geen neoclassicisme, het laat de sfeer van de Verlichting zien.

Vraag: welke van de vier oorzaken vind jij het belangrijkst voor het ontstaan van het neoclassicisme? Waarom?

Afbeelding: Joseph Wright of Derby - Een filosoof geeft les over het planetarium (ca. 1766)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Wright_of_Derby,_The_Orrery.jpg Image credit: Wright of Derby, The Orrery.jpg - Joseph Wright of Derby (Public domain), Wikimedia Commons

Waarom terug naar de oudheid?

SLEEP DE VIER OORZAKEN NAAR HET VAK

Hierdoor ontstaat het neoclassicisme

Kritiek op barok en rococo

De uitvinding van de fotografie

Winckelmann prijst de Griekse kunst

De opgravingen van Pompeii

De rijkdom van de Gouden Eeuw

De Verlichting

Kennischeck: de vier oorzaken

Leerlingen slepen de vier oorzaken naar het vak. Twee kaartjes horen er niet bij. Doe het klassikaal of laat een paar leerlingen om de beurt een kaartje slepen en uitleggen waarom.

Goed: kritiek op barok en rococo, Winckelmann prijst de Griekse kunst, de opgravingen van Pompeii (en Herculaneum), de Verlichting.

Fout:

  • De uitvinding van de fotografie: die komt pas in 1839, als het neoclassicisme al voorbij is. Wel interessant: de fotografie speelt later een rol bij het realisme en het impressionisme.

  • De rijkdom van de Gouden Eeuw: dat is de 17e eeuw in de Nederlanden, de tijd van Rembrandt en Vermeer, ruim honderd jaar eerder.

Doorvragen: welke oorzaak gaat over ideeën (Winckelmann, Verlichting), welke over ontdekkingen (Pompeii) en welke over smaak (kritiek op rococo)? Welke vind jij het belangrijkst, en waarom?

Opkomst

1760-1789

De eerste schilders:

  • Angelica Kauffman

  • de jonge Jacques-Louis David


Ze schilderen verhalen uit de oudheid met een les voor nu, zoals deugd en opvoeding.

Angelica Kauffman - Cornelia, moeder van de Gracchen (ca. 1785)

Opkomst: de eerste schilders

Rond 1760 zijn de ideeën er al (de vier oorzaken). Nu gaan schilders ermee aan de slag.

Angelica Kauffman (1741-1807) werd geboren in Zwitserland, werkte in Rome en Londen en was een van de twee vrouwelijke stichters van de Royal Academy in Londen (1768). Een vrouw die historiestukken schilderde was in die tijd heel bijzonder. Op Cornelia, moeder van de Gracchen laat de Romeinse Cornelia haar zonen zien als haar kostbaarste bezit, terwijl een vriendin met haar juwelen pronkt. De les: deugd en een goede opvoeding zijn meer waard dan goud.

Jacques-Louis David (1748-1825) wint in 1774 de Prijs van Rome en studeert van 1775 tot 1780 in Rome de antieke kunst. Terug in Parijs wordt hij de leider van de nieuwe stijl.

Vraag: wat valt op aan de kleuren en de ruimte? (Kale zuilenhal, rustige kleuren, geen versiering.) En wat is de les van dit schilderij?

Afbeelding: Angelica Kauffman - Cornelia, moeder van de Gracchen (ca. 1785)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Angelica_kauffman_ra_cornelia_mother_of_the_gracchi060808).jpg Image credit: Angelica kauffman ra cornelia mother of the gracchi060808).jpg - Angelica Kauffmann (Public domain), Wikimedia Commons

Hoe herken je een neoclassicistisch schilderij?

  • Onderwerp: een held uit de Griekse of Romeinse oudheid of uit het nieuws, altijd met een les.

  • Compositie: rustig en geordend, vaak symmetrisch. De figuren staan naast elkaar als op een toneel.

  • Lijn en vorm: scherpe contouren en duidelijke vormen.

  • Ruimte: ondiep, met een kale achtergrond van zuilen en bogen.

  • Kleur: beheerst. De tekening is belangrijker dan de kleur.

  • Licht: helder en koel, vaak van opzij, met scherpe schaduwen.

  • Verf: glad, je ziet geen penseelstreken.

  • Sfeer: ernstig, stil en waardig. Plicht gaat boven gevoel.

Zo herken je een neoclassicistisch schilderij

Deze slide zet de stijlkenmerken op een rij, geordend naar de beeldaspecten die leerlingen ook bij kunstbeschouwing en op het examen gebruiken: onderwerp, compositie, lijn en vorm, ruimte, kleur, licht, verf (toets) en sfeer.

Laat leerlingen bij elk kenmerk een voorbeeld noemen uit wat ze al gezien hebben:

Tip: laat leerlingen deze slide gebruiken als kijkwijzer bij de volgende opdracht over De dood van Socrates.

Wie is hier de held? Beweer, bewijs en vraag.

Jacques-Louis David - De dood van Socrates (1787)

Beweer - Onderbouw - Vraag

Deze werkvorm is gebaseerd op de Visible Thinking-routine Claim-Support-Question. Leerlingen schrijven in één antwoord:

Laat leerlingen een antwoord insturen en bespreek een paar antwoorden die verschillen. Goede antwoorden noemen Socrates én bewijs in het beeld: hij zit rechtop en rustig, in het licht, wijst omhoog en pakt zelf de beker, terwijl zijn leerlingen huilen en wegkijken. Wie een ander antwoord geeft (bijvoorbeeld de man die de beker aangeeft en wegkijkt) en het goed onderbouwt, heeft ook gelijk.

Duiding: Socrates werd in 399 v.Chr. veroordeeld tot de gifbeker. David schilderde dit in 1787, kort voor de Revolutie. Het schilderij is een historiestuk dat de ideale burger toont: kalm, redelijk en trouw aan zijn principes, zelfs tegenover de dood.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De dood van Socrates (1787)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:The_Death_of_Socrates_MET_DT40.jpg Image credit: The Death of Socrates MET DT40.jpg - Jacques-Louis David (CC0), Wikimedia Commons

1
2
3
4

Welke kenmerken van het neoclassicisme herken je nu in dit schilderij?

We kijken opnieuw naar het schilderij van het begin van de les. Wat weet je nu wat je toen nog niet wist?

Laat leerlingen de hotspots openen en bespreek: wat is hier realistisch (het bad, de wond, het mes) en wat is geregisseerd (de rust, het licht, het ideale lichaam)?

Marat leed aan een huidziekte en werkte vaak in bad. Op 13 juli 1793 werd hij daar vermoord door Charlotte Corday. David was zijn vriend en medestander in de Conventie en maakte dit schilderij in de maanden daarna. Het werd een icoon van de Revolutie.

De slappe arm verwijst naar de dode Christus in de kunst, bijvoorbeeld de Graflegging van Caravaggio of de Pietà van Michelangelo. Zo wordt een politieke moord een religieus beeld: Marat is een martelaar.

De dood wordt geen horrorbeeld, maar een rustig, ordelijk, bijna religieus beeld. Dat is propaganda: kunst die de kijker een politieke kant laat kiezen.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De dood van Marat (1793)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Death_of_Marat_by_David.jpg Image credit: Death of Marat by David.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Wie betaalt, die bepaalt

Een schilder in deze tijd maakt niet zomaar wat hij wil. De Academie leidt hem op en bepaalt wat goede kunst is. Het allerbeste vinden ze een historiestuk: een groot schilderij over een verhaal uit de geschiedenis, met een les erin.


Wie zo'n schilderij maakt, laat het zien op de Salon, de grote tentoonstelling in Parijs. Daar word je beroemd. Maar het geld komt van de opdrachtgever, en die bepaalt de boodschap. Eerst is dat de koning, later de Revolutie en Napoleon.

Pietro Antonio Martini - De Salon in het Louvre (1787)

Wie betaalt, die bepaalt

Schilders in deze tijd werken niet voor zichzelf. Drie partijen bepalen wat er geschilderd wordt:

Vraag: wie is de opdrachtgever, en wat wil hij dat jij denkt? Dat is een goede vraag bij elk kunstwerk, ook bij reclame en posts van nu.

Afbeelding: Pietro Antonio Martini - De Salon in het Louvre in 1787 (prent). Zo zag de Salon eruit: de muren hingen tot aan het plafond vol, de grootste historiestukken het hoogst en het best zichtbaar. Tussen de schilderijen op deze Salon hing De dood van Socrates van David. Laat leerlingen zoeken: wat valt je op aan hoe de schilderijen hangen en wie er komen kijken?

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Salon_du_Louvre_1787.jpg Image credit: Salon du Louvre 1787.jpg - Pietro Antonio Martini (Public domain), Wikimedia Commons

Revolutie & Napoleon

1789-1815

Na 1789 is de Revolutie de opdrachtgever.

David schildert haar helden, zoals Marat. Als Napoleon keizer wordt, gaat David voor hem werken.


Dezelfde strakke stijl werkt voor allebei: je ziet meteen wie belangrijk is en wat je moet vinden.

Jacques-Louis David - De dood van Marat (1793)

David werd de schilder van de Revolutie (De dood van Marat, 1793) en later de eerste schilder van keizer Napoleon (De kroning, 1805-1807). Dezelfde stijl werkte voor beide regimes: orde, helderheid en grootse gebaren.

Vraag: hoe kan dezelfde stijl dienen voor een revolutie én voor een keizer? (Het gaat om duidelijkheid en gezag: de kijker begrijpt direct wie belangrijk is.)

Nieuw is dat David niet alleen helden uit de oudheid schildert, maar ook de actualiteit: een moord van vorige maand of een kroning wordt geschilderd met de waardigheid van een historiestuk.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De dood van Marat (1793)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Death_of_Marat_by_David.jpg Image credit: Death of Marat by David.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Een keizer in beeld

Napoleon bestelde dit doek van bijna 10 meter breed zelf. Alle blikken gaan naar hem.

Maar David schildert niet alles zoals het was. Napoleons moeder staat erop, terwijl ze er niet bij was.

Jacques-Louis David - De kroning van Napoleon (1805-1807)

Laat leerlingen aanwijzen waar ze de orde en de regie zien: de strakke rijen toeschouwers, de diagonaal van de paus naar Josephine, Napoleon in het midden.

Napoleon kroonde zichzelf op 2 december 1804 in de Notre-Dame en zette daarna de kroon op het hoofd van Josephine. David koos dat laatste moment. Hij liet de paus zegenen zodat hij vooral ceremonieel lijkt, en plaatste Napoleons moeder prominent in de tribune, hoewel zij niet aanwezig was. Napoleon keek mee over zijn schouder naar de compositie. Het doek is bijna 10 meter breed en ruim 6 meter hoog.

Vraag: wat is hier echt gebeurd en wat is bijgesteld? Waarom zou een keizer dat willen? De volgende dia gaat daarop door.

Afbeelding: Jacques-Louis David - De kroning van Napoleon (1805-1807)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_The_Coronation_of_Napoleon_(1805-1807).jpg Image credit: Jacques-Louis David - The Coronation of Napoleon (1805-1807).jpg - Jacques-Louis David / Georges Rouget (Public domain), Wikimedia Commons

Echt of aangepast?

SLEEP NAAR HET JUISTE VAK

ECHT GEBEURD

AANGEPAST DOOR DAVID

Napoleon kroont zichzelf

Napoleons moeder op de tribune

De kroning is in de Notre-Dame

De paus heft zijn hand om te zegenen

Napoleon kroont Josephine

Josephine ziet er jong uit

Sleepopdracht: echt gebeurd of aangepast?

Op de vorige slide zagen leerlingen dat David niet alles schilderde zoals het was. Hier zoeken ze zelf uit wat echt is en wat bijgesteld. Laat ze eerst kort naar het schilderij kijken, dan slepen. Bespreek daarna per kaartje.

Echt gebeurd:

  • Napoleon kroont zichzelf. Op 2 december 1804 zette hij in de Notre-Dame in Parijs zelf de keizerskroon op zijn hoofd.

  • Napoleon kroont Josephine. Daarna kroonde hij zijn vrouw. David koos dit moment, omdat Napoleon die zichzelf kroont te arrogant zou overkomen.

  • De kroning is in de Notre-Dame. De kathedraal werd er speciaal voor aangekleed.

Aangepast door David:

  • Napoleons moeder op de tribune. Letizia Bonaparte was er niet bij, ze was boos op Napoleon. Hij liet haar er toch op zetten, prominent in het midden.

  • De paus heft zijn hand om te zegenen. David schilderde paus Pius VII eerst met zijn handen op zijn knieën. Napoleon liet het veranderen: nu lijkt het alsof de paus de kroning goedkeurt.

  • Josephine ziet er jong uit. Josephine was 41, David schilderde haar als een veel jongere vrouw.

Nabespreking: waarom wilde Napoleon die aanpassingen? (Een complete, gelukkige familie, steun van de kerk, een jonge keizerin.) Dat is propaganda: een kunstwerk dat de werkelijkheid bijstelt zodat de kijker de opdrachtgever bewondert.

Mondelinge uitbreiding (Visible Thinking-routine Circle of Viewpoints): vraag een paar leerlingen om door andere ogen te kijken. Wat zou de paus van dit schilderij vinden? En Josephine? En een Parijzenaar die tien jaar eerder de koning zag onthoofden, en nu weer een keizer ziet?

Afbeelding: Jacques-Louis David - De kroning van Napoleon (1805-1807)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_The_Coronation_of_Napoleon_(1805-1807).jpg Image credit: Jacques-Louis David - The Coronation of Napoleon (1805-1807).jpg - Jacques-Louis David / Georges Rouget (Public domain), Wikimedia Commons

Mens of god?

Ingres, een leerling van David, schildert Napoleon in 1806 kaarsrecht en recht van voren op zijn troon, glad en strak als een beeld.

Wil Napoleon hier een mens zijn of een god? Waaraan zie je dat?

Jean-Auguste-Dominique Ingres - Napoleon op de keizerlijke troon (1806)

OPTIONEEL: sla deze slide over als je weinig tijd hebt. De les loopt zonder deze slide gewoon door.

Laat leerlingen zoeken naar tekens van macht: de gouden lauwerkrans (zoals bij Julius Caesar), de scepters, de hermelijnen mantel, de adelaar op het tapijt, de hoge troon. Ingres schildert Napoleon kaarsrecht en frontaal, als een beeld. De pose doet denken aan het antieke beeld van Zeus in Olympia.

Het schilderij hing op de Salon van 1806. Veel critici vonden het te stijf. Maar juist die strakke, onbewogen lijn laat zien waar Ingres voor staat: de zuivere contour boven het gevoel.

Vraag: wil Napoleon hier een mens zijn of een god? Waaraan zie je dat?

Afbeelding: Jean-Auguste-Dominique Ingres - Napoleon op de keizerlijke troon (1806)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ingres,_Napoleon_on_his_Imperial_throne.jpg Image credit: Ingres, Napoleon on his Imperial throne.jpg - Jean-Auguste-Dominique Ingres (Public domain), Wikimedia Commons

Na Napoleon

1815-1830

Na 1815 komt een nieuwe stroming op: de romantiek. De romantici kiezen voor kleur en gevoel, Ingres blijft de lijn verdedigen.

Bij de Odalisk zie je beide: een neoclassicistische lijn, maar een romantisch onderwerp: een fantasie van Europeanen over het verre Oosten.

Jean-Auguste-Dominique Ingres - De Grote Odalisk (1814)

Na 1815 keert de oude monarchie terug. David vertrekt in ballingschap naar Brussel, waar hij in 1825 sterft. Zijn leerling Ingres houdt het ideaal van de zuivere lijn levend en wordt later de grote naam van de Academie.

De Grote Odalisk (1814) was bestemd voor Caroline Murat, de zus van Napoleon. De rug van de vrouw is veel te lang, wat al meteen kritiek opleverde. Ingres was het niet om de anatomie te doen, maar om de mooie lijn: de vorm is geïdealiseerd. Tegelijk is het onderwerp romantisch: een odalisk is een vrouw uit een Turkse harem, zoals Europese kunstenaars zich die voorstelden. Ze hadden het Oosten meestal nooit gezien en schilderden een fantasie vol vooroordelen. Die belangstelling voor verre culturen, gezien door een Europese bril, is typisch voor de romantiek. In de kunstgeschiedenis heet dat oriëntalisme; bespreek met leerlingen waarom we zo'n beeld nu kritisch bekijken. Hier zie je dus de overgang: neoclassicistische lijn, romantisch onderwerp.

Vraag: waar zie je de zuivere lijn? (De omtrek van de rug, de gladde huid, geen zichtbare penseelstreek.)

Afbeelding: Ingres - De Grote Odalisk (1814)

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jean_Auguste_Dominique_Ingres,_La_Grande_Odalisque,_1814.jpg Image credit: Jean Auguste Dominique Ingres, La Grande Odalisque, 1814.jpg - Jean-Auguste-Dominique Ingres (Public domain), Wikimedia Commons

Lijn of kleur?

SLEEP ELK KENMERK NAAR DE JUISTE STROMING

NEOCLASSICISME

ROMANTIEK



lijn en contour gaan voor

actualiteit vol emotie

gladde verf zonder streken

beweging en drama

held uit de oudheid

kleur en sfeer gaan voor

rust, orde en evenwicht

zichtbare toets

Sleepopdracht: Neoclassicisme tegenover romantiek

Links: David, De eed van de Horatii (1784). Rechts: Eugène Delacroix, De Vrijheid leidt het volk (1830), over de Julirevolutie in Parijs van dat jaar.

Na 1815 ontstaat in Frankrijk een strijd tussen twee kampen. Ingres en de Academie vinden de tekening (lijn, contour) het belangrijkst. Delacroix en de romantici kiezen voor kleur, beweging en gevoel. Tijdgenoten zagen het als een strijd tussen lijn en kleur, net als eerder de ruzie tussen de volgers van Poussin (lijn) en Rubens (kleur).

Neoclassicisme: lijn en contour gaan voor, gladde verf zonder zichtbare streken, een held uit de oudheid (met een morele les), rust, orde en evenwicht.

Romantiek: kleur en sfeer gaan voor, een zichtbare toets (de manier waarop de verf is opgebracht, met losse penseelstreken), de actualiteit vol emotie, beweging en drama.

Bespreek na afloop: welk kenmerk was lastig? (Ook David schilderde actuele gebeurtenissen, zoals Marat. Het verschil zit in hoe: koel en geordend tegenover hartstochtelijk en bewogen.)

Deze tegenstelling is de opstap naar het examenonderwerp Cultuur van romantiek en realisme in de negentiende eeuw.

Afbeeldingen: David - De eed van de Horatii (1784); Delacroix - De Vrijheid leidt het volk (1830)

Bronnen: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jacques-Louis_David_-_Oath_of_the_Horatii_-_Google_Art_Project.jpg ; https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Eug%C3%A8ne_Delacroix_-_La_libert%C3%A9_guidant_le_peuple.jpg Image credit: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons Image credit: Eugène Delacroix - La liberté guidant le peuple.jpg - Eugène Delacroix (Public domain), Wikimedia Commons

1

De eed van de Horatii

2

De dood van Marat

3

De kroning van Napoleon

4

De Grote Odalisk

Welk schilderij brengt zijn boodschap het sterkst over?

OPTIONEEL: sla deze slide over als je weinig tijd hebt. De les loopt zonder deze slide gewoon door.

Poll

Elk van deze schilderijen wil de kijker iets laten vinden: dat plicht boven gevoel gaat (Horatii), dat Marat een held en martelaar is (Marat), dat Napoleon een machtige, door de kerk gesteunde keizer is (Kroning), of dat een volmaakte lijn belangrijker is dan de werkelijkheid (Odalisk).

Laat leerlingen stemmen en vraag een paar leerlingen waarom ze hun keuze hebben gemaakt. Een goed antwoord noemt de boodschap én hoe de schilder die laat zien: met compositie, lijn, licht of wat hij weglaat of aanpast.

Doorvraag: wie wilde dat jij die boodschap zou geloven (de opdrachtgever)? Werkt het bij jou nog, 200 jaar later?

Eerst dacht ik ...

Nu denk ik ...

Wat is er veranderd?

KIJK TERUG NAAR MARAT AAN HET BEGIN VAN DE LES

Eerst dacht ik ... Nu denk ik ...

Deze werkvorm is gebaseerd op de Visible Thinking-routine I Used to Think... Now I Think.... Leerlingen kijken terug naar hun eerste indruk aan het begin van de les, bijvoorbeeld bij De dood van Marat, en schrijven op wat er aan hun denken is veranderd. Laat ze in beide kolommen een antwoord zetten.

Voorbeelden:

Vraag een paar leerlingen: wat in de les heeft je van gedachten doen veranderen?

Samenvatting

1. Waarom terug naar de oudheid?

  • Kritiek op barok en rococo, Winckelmann, de opgravingen van Pompeii en de Verlichting.

2. Zo herken je het

  • Orde, rede en deugd gaan boven versiering.

  • Heldere contouren, gladde verf, koel licht, friescompositie.

  • Historiestukken uit de oudheid of de actualiteit, met een les.

3. Wie betaalt, die bepaalt

  • De Academie en de Salon bepalen wat goede kunst is.

  • Opdrachtgevers als de Revolutie en Napoleon gebruiken de stijl als propaganda.

4. Kunstenaars en daarna

  • David, Ingres en Angelica Kauffman.

  • Daarna de romantiek: kleur en gevoel tegenover lijn en rede.

Image credit: Jacques-Louis David - Oath of the Horatii - Google Art Project.jpg - Jacques-Louis David (Public domain), Wikimedia Commons

Woordenlijst

  • Neoclassicisme: stroming (ca. 1760-1830) die de kunst van de Griekse en Romeinse oudheid als voorbeeld neemt.

  • Rococo: speelse, versierde stijl van de adel in de 18e eeuw.

  • Romantiek: stroming na het neoclassicisme met gevoel, kleur en verbeelding.

  • Verlichting: beweging in de 18e eeuw die rede en wetenschap centraal zet.

  • Historiestuk: schilderij met een groot verhaal uit geschiedenis, mythologie of bijbel, met een morele boodschap.

  • Toets: de manier waarop de verf is aangebracht, glad of met zichtbare penseelstreken.

  • Academie: instelling die kunstenaars opleidt en bepaalt wat goede kunst is.

  • Salon: grote tentoonstelling in Parijs waar schilders hun werk lieten zien.

  • Opdrachtgever: wie het kunstwerk bestelt en betaalt.

  • Contour: de omtrek van een figuur; in het neoclassicisme scherp.

  • Idealisering: iets mooier en volmaakter maken dan het is.

  • Propaganda: kunst die een politieke boodschap verspreidt.

  • Oriëntalisme: Europese kunst met een fantasiebeeld van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, vaak vol vooroordelen.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies