BLB Lowan thema 5 De kleding dag 1 + werkwoorden deel 1

Thema 5: de kleding
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1,2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 5: de kleding

Slide 1 - Tekstslide

de kleding

Slide 2 - Woordweb

Wat ga ik leren?
Nieuwe woorden bij thema 'de kleding'

Slide 3 - Tekstslide

Luister goed!

Slide 4 - Tekstslide

de jas

Slide 5 - Tekstslide

de broek

Slide 6 - Tekstslide

de jurk

Slide 7 - Tekstslide

de trui

Slide 8 - Tekstslide

de rok

Slide 9 - Tekstslide

de blouse

Slide 10 - Tekstslide

de sokken

Slide 11 - Tekstslide

het t-shirt

Slide 12 - Tekstslide

de korte broek

Slide 13 - Tekstslide

het ondergoed

Slide 14 - Tekstslide

de onderbroek

Slide 15 - Tekstslide

het hemd

Slide 16 - Tekstslide

de bh

Slide 17 - Tekstslide

Luister goed en zeg het woord na.

Slide 18 - Tekstslide

de jas

Slide 19 - Tekstslide

de broek

Slide 20 - Tekstslide

de jurk

Slide 21 - Tekstslide

de trui

Slide 22 - Tekstslide

de rok

Slide 23 - Tekstslide

de blouse

Slide 24 - Tekstslide

de sokken

Slide 25 - Tekstslide

het t-shirt

Slide 26 - Tekstslide

de korte broek

Slide 27 - Tekstslide

het ondergoed

Slide 28 - Tekstslide

de onderbroek

Slide 29 - Tekstslide

het hemd

Slide 30 - Tekstslide

de bh

Slide 31 - Tekstslide

Werkwoorden

Slide 32 - Tekstslide

aantrekken

Slide 33 - Tekstslide

Aantrekken
trekken      aan

ik                            trek aan
jij / u                      trekt aan
hij / zij                  trekt aan
wij / jullie / zij    trekken aan

Slide 34 - Tekstslide

uittrekken

Slide 35 - Tekstslide

Uittrekken
trekken      uit

ik                            trek uit
jij / u                      trekt uit
hij / zij                  trekt uit
wij / jullie / zij    trekken uit

Slide 36 - Tekstslide

zien

Slide 37 - Tekstslide

Zien
zien

ik                            zie
jij / u                      ziet
hij / zij                  ziet 
wij / jullie / zij    zien

Slide 38 - Tekstslide

springen

Slide 39 - Tekstslide

Springen
springen

ik                            spring
jij / u                      springt
hij / zij                  springt 
wij / jullie / zij    springen

Slide 40 - Tekstslide

rennen

Slide 41 - Tekstslide

rennen
rennen

ik                            ren
jij / u                      rent
hij / zij                  rent 
wij / jullie / zij    rennen

Slide 42 - Tekstslide

kopen

Slide 43 - Tekstslide

kopen
kopen

ik                            koop
jij / u                      koopt
hij / zij                  koopt 
wij / jullie / zij    kopen

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Je ziet het woord in het Nederlands.
Schrijf het woord ernaast in jouw taal. 

Slide 46 - Tekstslide

Maak je werkboek dag 1.

Klaar? 
  1. Quizlet oefenen
  2. Werkblad extra maken
  3. Stenvert maken

Iedereen klaar? Nakijken.
Aan de slag

Slide 47 - Tekstslide