10 avril 2024

Programme d'aujourd'hui
1. Terugblik op de vorige les (10 minuten)
2. Het zelfstandig naamwoord in het meervoud (15 minuten)
3. Samen nakijken teksten 8 t/m 12 (30 minuten)
4. Aan de slag met tekst 13 en leren van examenvocabulaire en onregelmatige werkwoorden (havo 5: pauze van 20 minuten)
5. Studygo live: examenidioom & onregelmatige werkwoorden (15 minuten)
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Programme d'aujourd'hui
1. Terugblik op de vorige les (10 minuten)
2. Het zelfstandig naamwoord in het meervoud (15 minuten)
3. Samen nakijken teksten 8 t/m 12 (30 minuten)
4. Aan de slag met tekst 13 en leren van examenvocabulaire en onregelmatige werkwoorden (havo 5: pauze van 20 minuten)
5. Studygo live: examenidioom & onregelmatige werkwoorden (15 minuten)

Slide 1 - Tekstslide

Check in: Comment ça va?

Slide 2 - Poll

Wat hebben we de vorige les gedaan?

Slide 3 - Open vraag

Waar moet je op letten bij het gebruik van een woordenboek?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

PLURIEL
Vandaag gaan we leren en begrijpen hoe je in het Frans zelfstandige naamwoorden in het meervoud zet.
bloem - bloemen
meisje - meisjes
doos - dozen

Slide 6 - Tekstslide

RÈGLE
In het Frans maak je een meervoud, door een -S aan het woord toe te voegen:

le garçon - les garçons
la voiture - les voitures

Let erop dat alles in de zin meervoud wordt!

Slide 7 - Tekstslide

Le pluriel de certains mots
3 GROEPEN:

Groep 1: Zelfstandige naamwoorden die eindigen op 's', 'z' of 'x' krijgen GEEN extra 's' in het meervoud.

le bus - les bus
le prix - les prix

Slide 8 - Tekstslide

Le pluriel de certains mots
Groep 2:

Zelfstandige naamwoorden die eindigen op 'eau' of 'eu' krijgen een 'x' in het meervoud.

le cadeau    -    les cadeaux
le feu             -    les feux

Slide 9 - Tekstslide

Le pluriel de certains mots
Groep 3

Zelfstandige naamwoorden die eindigen op 'al' krijgen 'aux' in het meervoud.

l'animal     -    les animaux
le cheval   -    les chevaux

Slide 10 - Tekstslide

Le pluriel de certains mots
Let op!

2 voorbeelden die je gewoon moet leren:

le travail    -   les travaux
l'oeil            -   les yeux

Slide 11 - Tekstslide

Zet volgende zin in het meervoud:
La fille est dangereuse.

Slide 12 - Open vraag

Zet volgende zin in het meervoud:
De cadeaus zijn duur.

Slide 13 - Open vraag

Welke meervoudsvorm is correct?
A
l'oeils
B
cheveus
C
animaux
D
hôpitals

Slide 14 - Quizvraag

Wat is hel meervoud van 'école'?
A
écolen
B
écoles
C
écoloos
D
écolaux

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het meervoud van 'vélo'
A
véloen
B
vélos
C
véloos
D
vélaux

Slide 16 - Quizvraag

Welke zin is correct?
A
Les travails sont difficiles.
B
Les travaux est difficiles.
C
Les travaux sont difficile.
D
Les travaux sont difficiles.

Slide 17 - Quizvraag

Welke zin is correct?
A
Le feu sont rouge.
B
Les feus sont rouges.
C
Les feux sont rouges.
D
Les feux sont rouge.

Slide 18 - Quizvraag

Zet onderstaande zin in het meervoud:
Le jeu est amusant.

Slide 19 - Open vraag

Zet de volgende zin in het meervoud:
Le bateau est beau.

Slide 20 - Open vraag

Zet de volgende zin in het meervoud:
Le prix est bon.

Slide 21 - Open vraag

Au travail!
Ex. le dessin les dessins de tekeningen 
 
1 la voiture ………………………… ……………………...
2 le jardin ………………………… …………………………
3 l’adresse ………………………… ………………………
4 le quai ………………………… ………………………… 
5 l’arbre ………………………… ……………..............
6 la faute ………………………… ………………………… 


Slide 22 - Tekstslide

Au travail
1 château - En France, il y a beaucoup de …………………. 
2 feu - Le 14 juillet, il y a beaucoup de ………………… d’artifice. 
3 bras - Le garçon a cassé ses deux …………………. 
4 bureau - Mon père a deux ………………….
5 jeu - Tu aimes les ………………… vidéo? 
6 animal - À Artis, il y a des ………………… d’Afrique. 
7 nez - Mes grands-parents ont des grands …………………. …………………………
8 cadeau À la Saint-Nicolas, on me donne des …………………. …………………………

Slide 23 - Tekstslide

Check in:
Hoe voel je je over de leesteksten?

Slide 24 - Poll