Dieren en planten moeten zich voeden, verdedigen en voortbewegen. Dat doet elke soort op zijn eigen manier.
Slide 6 - Tekstslide
Verdediging bij dieren
tegen vijanden:
stekels ofgifstekels
schutkleur-> onzichtbaar
schild tegen de omgeving:
vacht tegen kou
Slide 7 - Tekstslide
Voeden
Een snuit van een varken, het gebit van een mens, de snavel van een vogel. Allemaal aangepast naar hun leefwijze.
kegelsnavel → zaden
pincetsnavel→ insecten
haaksnavel→ vlees
priemsnavel→ bodemdiertjes
zeefsnavel → zeven uit water
Slide 8 - Tekstslide
Bewegen
zoolgangers
teengangers
topgangers (hoefgangers)
Dit zijn aanpassing op de ondergrond.
Slide 9 - Tekstslide
Zoolganger Teenganger Topganger
Slide 10 - Tekstslide
zoolganger
Loopt op zijn hele voetzool
(van hielbeen tot en met de teenkootjes).
Voordeel: hij verdeelt zijn gewicht over een groot oppervlak en zakt niet snel diep weg in een zachte ondergrond zoals bijv. sneeuw.
Nadeel: een zoolganger is minder snel
Slide 11 - Tekstslide
teenganger
Loopt op zijn tenen (alleen op de teenkootjes)
Voordeel: hij kan zachtjes sluipen
hij kan snel sprinten
Nadeel: bij lange afstanden is hij minder snel
Slide 12 - Tekstslide
topganger (hoefganger)
Loopt op het puntje van zijn tenen
(alleen op het laatste teenkootje/hoef)
Voordeel: hij heeft enorm lange poten/benen
en kan daardoor heel hard lopen
Nadeel: bij drassige ondergrond zakt hij makkelijk de bodem in
Slide 13 - Tekstslide
Waterdieren
leven in het water
hebben vinnen om te sturen
zijngestroomlijd: kop, lijf & staart lopen in elkaar over daardoor glijden ze snel door het water
Slide 14 - Tekstslide
Vogels
Slide 15 - Tekstslide
Voeden
De snavel van een vogels. Allemaal aangepast naar hun leefwijze.
kegelsnavel → zaden
pincetsnavel→ insecten
haaksnavel→ vlees
priemsnavel→ bodemdiertjes
zeefsnavel → zeven uit water
Slide 16 - Tekstslide
0
Slide 17 - Video
opdracht
Bedenk samen met je buurman/buurvrouw,
aanpassingen van planten en dieren die te maken hebben met de voortplanting.
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Video
Ik heb een goede schutkleur in het zand. Bij gevaar trek ik mijn poten onder mijn pantser en druk ik me plat tegen de grond. Ook graaf ik een hol in de grond voor de warmte en als bescherming
Ik ben een....
Verstoppen
<b>Schildpad</b>
<div><b>Capibara</b></div><div></div>
<div><b>Reuzeotter</b></div><div></div>
<b>Gordeldier</b>
Slide 20 - Sleepvraag
Kijken
Ik kan heel goed zien in het donker, wel 100x beter dan mensen. Mijn ogen draaien niet, maar mijn hele kop moet draaien om iets te zien.
In de nacht jaag ik op prooien zoals een hert. Ik kan heel goed zien in het donker.
Ik ben een....
<b>Sneeuwuil</b>
<b>Cheeta</b>
<b>Zwarte wouw</b>
<b>Siberische tijger</b>
Slide 24 - Sleepvraag
Voelen
Ik heb hele gevoelige vingers waarmee ik zelfs een eitje kan pellen.
Ik ben een....
<b>Wasbeer</b>
<b>Ringstaart<br>maki</b>
<b>Aziatische<br>olifant<br></b>
<b>Stokstaartje</b>
Slide 25 - Sleepvraag
Ruiken
Mijn neus is heel belangrijk voor me. Ik kan een mens of roofdier al op 5 km afstand ruiken. Zo weet ik of er gevaar dreigt.
Ik ben een....
<b>Bruine beer</b>
<b>Ringstaart<br>maki</b>
<b>Aziatische<br>olifant<br></b>
<b>Vale gier</b>
Slide 26 - Sleepvraag
Ruiken
Mijn ogen en oren zijn niet zo groot maar ik kan wel heel goed ruiken met mijn lange snuit. Ik leef alleen en laat mijn geur op bomen achter. Hiermee laat ik weten dat dit mijn plekje is.
Ik ben een....
<b>Bruine beer</b>
<b>Ringstaart<br>maki</b>
<b>Aziatische<br>olifant<br></b>
<b>Vale gier</b>
Slide 27 - Sleepvraag
Ruiken
Als ik lekker in de zon zit dan komt er een sterke geur vrij in mijn polsen. Met mijn geur laat ik weten wat mijn plekje is. Ik ben een....
<b>Gestreept<br>stinkdier<br></b>
<b>Ringstaart<br>maki</b>
<b>Stokstaartje</b>
<b>Vale gier</b>
Slide 28 - Sleepvraag
Horen
Ik kan goed geluiden nadoen en klets de hele dag met mijn soortgenoten. Met mijn kromme snavel kan ik goed zaden en noten openen.
Ik ben een....
<b>Raaf</b>
<b>Sneeuwuil</b>
<b>Aziatische olifant</b>
<b>Ara</b>
Slide 29 - Sleepvraag
Horen
Ik heb super goede oren. Door mijn goede oren kan ik zelfs lemmingen onder de sneeuw vinden. Ik heb een cirkel van veertjes rondom mijn ogen. De veertjes zijn mijn oorschelpen.
Ik ben een....
<b>Raaf</b>
<b>Sneeuwuil</b>
<b>Vale gier</b>
<b>Ara</b>
Slide 30 - Sleepvraag
Horen
Als ik de rest van de groep kwijt raak kan ik de hele lage geluiden maken
die de rest van groep kilometers ver kan horen.
Ik ben een....
<b>Raaf</b>
<b>Sneeuwuil</b>
<b>Aziatische olifant</b>
<b>Ara</b>
Slide 31 - Sleepvraag
Klimmen
Mijn behaarde voetzolen zorgen ervoor dat ik niet uitglijd op de gladde takken. En dat is lekker warm, want waar ik woon is er sneeuw en ijs.
In de winter wordt mijn vacht helemaal wit zodat ik niet opval voor jagers. In de zomer ben ik zwart.
Ik ben een....
<b>Sneeuwuil</b>
<div><b>Poolvos</b></div><div></div>
<div><b>Oehoe</b></div><div></div>
<b>Stokstaartje</b>
Slide 33 - Sleepvraag
Tussen mijn tenen heb ik vliezen waarmee ik goed kan zwemmen in het ijskoude water. Mijn warme vacht beschermt me tegen de kou. Zwemmen is voor mij een lekker bad om schoon te worden. Ik ben een...