8.1 Basen in water

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Eigenschappen van basen
Alle basische oplossingen;
- Voelen vaak zeepachtig aan
- Ontvetten goed

- Beïnvloeden de kleur van zuur-base indicatoren
- Hebben een pH-waarde groter dan 7
- Geleiden elektrische stroom 
- Zijn (bijna) altijd zouten

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een base
- een base is een deeltje dat H+-ionen kan opnemen.
   dit is vaak het negatieve ion van een zout

- In basische oplossingen is het OH--ion aanwezig.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Logen
Natronloog (BINAS 66A) ontstaat wanneer natriumhydroxide wordt opgelost.
NaOH (s)   -->   Na+ (aq) + OH- (aq)

Bekende logen zijn;
  • Natronloog (NaOH-oplossing)
  • Kaliloog (KOH-oplossing)
  • Kalkwater (Ca(OH)2 oplossing)
  • Barietwater (Ba(OH)2 oplossing)

Slide 5 - Tekstslide

Oxiden
Zouten waarin O2--ionen aanwezig zijn, zijn altijd vaste zouten die eerst regeren met water.

Voorbeelden
Na2O (s) + H2O (l)   -->   2 Na+ (aq) + 2 OH- (aq)
CaO (s) + H2O (l)    --> Ca2+ (aq) + 2 OH- (aq)

Slide 6 - Tekstslide

Waterstofcarbonaat-ionen
Zouten waarin HCO3--ionen aanwezig zijn, reageren eerst met water.

Voorbeeld
Na+ (aq) + HCO3- (s) + H2O (l)    -->   Na+ (aq) + H2CO3 (aq) + OH- (aq)
                  
                                          

Slide 7 - Tekstslide

Waterstofcarbonaat-ionen
Zouten waarin HCO3--ionen aanwezig zijn, reageren eerst met water.

Voorbeeld
Na+ (aq) + HCO3- (s) + H2O (l)    -->   Na+ (aq) + H2CO3 (aq) + OH- (aq)
                      HCO3- (s) + H2O (l)    -->                          H2CO3 (aq) + OH- (aq)
                                          

Slide 8 - Tekstslide

Waterstofcarbonaat-ionen
Zouten waarin HCO3--ionen aanwezig zijn, reageren eerst met water.

Voorbeeld

                      HCO3- (s) + H2O (l)    -->                          H2CO3 (aq) + OH- (aq)
                                          

Slide 9 - Tekstslide

Waterstofcarbonaat-ionen
Zouten waarin HCO3--ionen aanwezig zijn, reageren eerst met water.

Voorbeeld

                      HCO3- (s) + H2O (l)    -->                          H2CO3 (aq) + OH- (aq)
Hierna gebeurd verloopt er ook nog een tweede reactie; 
                      H2CO3 (aq)  --> CO2 (g) + H2O (l)
                                          

Slide 10 - Tekstslide

Ammonia
Ammonia is een oplossing van ammoniak in water. Deze reageert met water.

Voorbeeld
                      NH3 (s) + H2O (l)    -->   NH4(aq) + OH- (aq)                                         

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Natronloog is:
A
B
C
D

Slide 13 - Quizvraag

Sleep bij elkaar
Natronloog
Barietwater
Kalkwater
Kaliloog
Zoutzuur
Na+ + OH-
Ba2++ 2 OH-
K+ + OH-
Ca2+ + 2OH-
H3O+ + Cl-

Slide 14 - Sleepvraag

calciumhydroxide, is:
Ca(OH)2
A
Een sterke base
B
Een zwakke base
C
Een sterk zuur
D
Een zwak zuur

Slide 15 - Quizvraag

Het cyanide-ion, is:
CN-
A
Een sterke base
B
Een zwakke base
C
Een sterk zuur
D
Een zwak zuur

Slide 16 - Quizvraag

Ammoniak, is:
NH3
A
Een sterke base
B
Een zwakke base
C
Een sterk zuur
D
Een zwak zuur

Slide 17 - Quizvraag

Het ammonium-ion is:
A
Een sterke base
B
Een zwakke base
C
Een sterk zuur
D
Een zwak zuur

Slide 18 - Quizvraag

In tabel 49 hoort bij een sterk zuur een geconjungeerde (bijpassende) base die:
A
Sterk is
B
Zwak is
C
Zeer zwak is/geen base is

Slide 19 - Quizvraag

In tabel 49 hoort bij een zwak zuur een geconjungeerde base die:
A
sterk is
B
zwak is
C
zeer zwak is/geen base is

Slide 20 - Quizvraag

In tabel 49 hoort bij een sterke base een geconjugeerd zuur dat:
A
zwak is
B
sterk is
C
zeer zwak is/geen zuur is

Slide 21 - Quizvraag