Meervouden -en en 's/-s

MEERVOUDEN 
Leerdoel: 
Aan het einde van de les kun je alle Nederlandse zelfstandig naamwoorden in het meervoud juist spellen.
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

MEERVOUDEN 
Leerdoel: 
Aan het einde van de les kun je alle Nederlandse zelfstandig naamwoorden in het meervoud juist spellen.

Slide 1 - Tekstslide

meervouden op -en

Slide 2 - Tekstslide

Meervouden op -en
Zo maak je meervouden op -en:
Zet -en achter het enkelvoud: taart --> taarten / fooi --> fooien / merk --> merken

Soms moet je ook:
  • een a, e, o of u weglaten: jaar --> jaren / steen --> stenen 
  • een -f veranderen in een -v: schijf --> schijven
  • een -s veranderen in een -z: muis --> muizen

Slide 3 - Tekstslide

Wat is het meervoud?
- luis
- raaf
- boot

Slide 4 - Tekstslide

luizen
raven 
boten

Slide 5 - Tekstslide

Maar hoe zit dit dan?
Bij woorden die eindigen op -ik, -es, -el, -is en -it verdubbelt de medeklinker alleen als daar de klemtoon op valt.

perzik -> perziken
blik -> blikken



Slide 6 - Tekstslide

Wat is het meervoud?
model -modellen
mossel -mosselen

Slide 7 - Tekstslide

Meervouden op -en

Zo maak je het meervoud van woorden op -ee of -ie

  • Als het enkelvoud eindigt op -ee, maak je het meervoud met -ën:
     idee --> ideeën     fee --> feeën 

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het meervoud van troffee?

Slide 9 - Tekstslide

Meervouden op -en
Als het enkelvoud eindigt op -ie, maak je het meervoud met -ën of met -n. Dit is afhankelijk van de klemtoon:
- als de klemtoon op -ie valt, dan voeg je -ën toe: theorie --> theorieën
- als de klemtoon op een andere lettergreep valt, dan krijgt de laatste e een trema en voeg je alleen -n toe: olie --> oliën

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het meervoud?
- melodie , melodieën
- bacterie bacteriën

Slide 11 - Tekstslide

Nu meervouden 's

Slide 12 - Tekstslide

Meervouden 'S
  • Je krijgt 'S als...
  • Ik hOU vAn Ys

Slide 13 - Tekstslide

Meervouden op -s

Let op: bij woorden die eindigen op twee of drie klinkers die samen één klank vormen, schrijf je in het meervoud de -s aan het woord vast: milieu --> milieus 
Maar: cavia --> cavia's / radio --> radio's want hier klinken de klinkers niet samen: ca-vi-a / ra-di-o

Slide 14 - Tekstslide

Extra: Meervoud van afkortingen
Als je van een afkorting het meervoud wilt maken, dan doe je dat door 's achter de afkorting te zetten. Kijk maar:
  • dvd's
  • BMW's

Slide 15 - Tekstslide

Wat is het meervoud?
- tv
- F16
- milieu
-radio

Slide 16 - Tekstslide

Nu alle vormen door elkaar oefenen!

Slide 17 - Tekstslide

Welke meervouden zijn goed?
A
Muisen, feën, theorieën
B
Muizen, feën, theorieën
C
Muizen, feeën, theoriën
D
Muizen, feeën, theorieën

Slide 18 - Quizvraag

Welke meervouden zijn goed?
A
Vleermuisen, golven, appelbolen
B
Vleermuizen, golfen, appelbollen
C
Vleermuizen, golfen, appelbolen
D
Vleermuizen, golven, appelbollen

Slide 19 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
biervatten
B
biervaten

Slide 20 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
handvatten
B
handvaten

Slide 21 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
koën
B
koeën
C
koeien
D
koeïen

Slide 22 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
vlooien
B
vlooiën
C
vloën

Slide 23 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
kievitten
B
kieviten

Slide 24 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
gelegenheiden
B
gelegenheden

Slide 25 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
schippen
B
schepen

Slide 26 - Quizvraag

Noteer de juiste meervoudsvorm
A
timmermanen
B
timmermans
C
timmermannen

Slide 27 - Quizvraag

meervouden op -s

Slide 28 - Tekstslide

Meervoud -s of -'s
A
ballerina's
B
ballerinaas

Slide 29 - Quizvraag

Meervoud -s of -'s
A
garages
B
garage's

Slide 30 - Quizvraag

Meervoud -s of -'s
A
babys
B
baby's

Slide 31 - Quizvraag

Meervoud -s of -'s
A
pianos
B
piano's

Slide 32 - Quizvraag

Meervoud -s of -'s
A
dictees
B
dictee's

Slide 33 - Quizvraag

Meervoud -s of -'s
A
pasfoto's
B
pasfotoos

Slide 34 - Quizvraag

olie
theorie
dvd 
oma
f16
idee

Slide 35 - Tekstslide

Maak oefening 3 t/m 12 vanaf blz. 108.
Gebruik blz. 176-177 van het handboek.

Slide 36 - Tekstslide