10 regels - een presentatie

Bedenk 10 regels en presenteer deze in een groep
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
LEFMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bedenk 10 regels en presenteer deze in een groep

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Voordat mensen zo leefden als op dit plaatje hadden ze rondgetrokken. Deze groepen noem je nomaden.
De steentijd

Slide 3 - Tekstslide

Indeling van 'onze' prehistorie

Slide 4 - Tekstslide

De steentijd
kenmerken Steentijd                              begrippen die voorbij komen

nomaden
stenen werktuigen
aardewerk
jagers/verzamelaars
steentijd 
landbouwrevolutie/
neolithische revolutie
trechterbekercultuur
duurzaamheid

Slide 5 - Tekstslide

Jagers werden boer

Slide 6 - Tekstslide

Landbouwrevolutie
  • Revolutie betekent verandering

  • Jager-verzamelaars worden boer

  • De landbouwrevolutie duurde meer dan 1000 jaar: niet iedereen werd tegelijk boer

  • Landbouw bestaat uit: akkerbouw en veeteelt

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide






Trechterbekercultuur

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide


Neolithische bouwerken
Overblijfselen uit de nieuwe steentijd (neolithicum)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Dood en begraven
  • Graven worden steeds uitgebreider: grafheuvels en hunebedden

  • Zowel begraven als cremeren: urnenvelden

  • Doden kregen bezittingen mee: vermoedelijk geloven in leven na de dood

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide






De Man van Tollund
Op 6 mei 1950, toen de familie Højgaard in het veen turf aan het steken was, werd de man gevonden. Eerst dacht men dat het een verdwenen jongeman was, dus de politie werd erbij gehaald. De politie schakelde een archeoloog in die na onderzoek vaststelde dat het lichaam al 2300-2400 jaar oud was.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Neolithische revolutie
Vaak wordt 11000 v. Chr. gezien als een belangrijke overgangsdatum. Hiervoor leefden mensen als jagers-verzamelaars (nomaden). Hierna in landbouw-stedelijke samenlevingen.
Een revolutie voltrekt zich snel. Hier niet, dit gaat over duizenden jaren. In Nederland leven mensen rond 3000 voor christus in dit soort verbanden. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Wat was de taak van kinderen in de steentijd?
A
Helpen met jagen en verzamelen
B
Naar school gaan

Slide 20 - Quizvraag

A                                            B
Bekijk de afbeeldingen goed!

Slide 21 - Tekstslide

Van welk materiaal werden kleren gemaakt in de steentijd?
A
Katoen
B
Bladeren
C
De huid van dieren
D
Mensen droegen geen kleren

Slide 22 - Quizvraag

Welk deel van een dier werd door mensen uit de steentijd gebruikt?
A
Alleen het vlees
B
Alleen de botten
C
Alleen de huid
D
Het vlees, de botten en de huid.

Slide 23 - Quizvraag

Welk van de wapens die je zojuist zag, werd gebruikt tijdens de steentijd?
A
Wapen A
B
Wapen B

Slide 24 - Quizvraag

Bedenk 10 regels - presentatie
Situatie: samen met een klasgenoot vorm jij de stamoudsten van een kleine groep mensen. 
Hoewel er vroeger bijna geen regels nodig waren blijken nu steeds meer mensen het moeilijk te vinden om zich goed te gedragen. 
De oude straffen werken niet goed hier tegen.

Slide 25 - Tekstslide

Bedenk 10 regels 
Opdracht: Je stelt samen met een of twee klasgenoten nieuwe regels op voor jullie stam. Deze regels maak je duidelijk aan iedereen op een bijeenkomst. Drie dingen zijn er waar je hierbij aan moet voldoen.
1. duurzaamheid 
2. minder mag, niet meer
3. duidelijkheid

Slide 26 - Tekstslide

1. duurzaamheid
Door de nieuwe regels moet er een duurzame samenleving ontstaan. 
Dit betekent dat je moet denken aan regels die voor iedereen goed zijn en niet alleen voor jullie zelf. 
Ook jullie omgeving is hierbij belangrijk. Hoe ga je zo goed mogelijk om met de wereld om je heen?
"Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, zo doe je ook een ander niet."

Slide 27 - Tekstslide

De gouden regel
TB blz. 39

1. Wat vind je zelf fijn of juist niet als het gaat om regels.
2. Hoe zou dat voor iemand anders zijn.
3. Op welke regels zou je dan uitkomen, waar iedereen goed mee zou kunnen leven?


Slide 28 - Tekstslide

2. minder mag, niet meer
More is less heb je misschien wel eens gehoord. Dit betekent in dit geval dat je met minder regels beter kan leven.
Je mag dus wel minder dan 10 regels, maar níet meer dan 10 regels bedenken.
Hoe minder regels er gelden in een groep hoe meer vrijheid iedereen heeft. Bedenk dus duidelijke regels die voor iedereen te volgen zijn en waardoor je een goede samenleving krijgt.

Slide 29 - Tekstslide

3. duidelijkheid
Vage regels leidt tot ontevreden mensen. Misschien kun je een voorbeeld bedenken waarbij je regels krijgt opgelegd waarvan je niet begrijpt wat het nut ervan is.
Dit soort regels zorgt vaak voor onvrede bij mensen die ze moeten volgen.
Toch zullen er misschien mensen zijn die zich niet aan jullie regels houden. Wat voor regels heb je dan? Straf of niet?

Slide 30 - Tekstslide

Presentatie
Presentatie: presenteer de regels die jullie gemaakt hebben voor de klas. 
Bedenk wat iedereen gaat doen. Hoe gaan jullie de regels presenteren?
  inzet                 +                duurzaamheid            +              afwerking =
cijfer

Slide 31 - Tekstslide

Vragen??


Aan de slag!

Slide 32 - Tekstslide