Saar NT2 - Valentijn

Wat gaan we vandaag doen?

  •  Valentijnsdag
  • Wat heb je geleerd?
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we vandaag doen?

  •  Valentijnsdag
  • Wat heb je geleerd?

Slide 1 - Tekstslide

Lieve woorden
VOORBEELDEN: 

Je bent een schat.              Goedemorgen, schatje!
Je bent een lieverd.            Dankjewel, lieverdje.
Je bent lief.
 Je bent mijn liefje.          Wat een.........schatje!

Slide 2 - Tekstslide

Liefde voelen 
voor bijvoorbeeld je:
  • partner
  • kinderen
  • broertje / zusje
  • mama / papa
  • familie
  • vrienden            
  • huisdier




Zin:
De meisjes houden van dansen
Liefde

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video


Valentijnsdag
De dag van de liefde

Slide 5 - Tekstslide

Welke woorden ken je al bij Valentijn?

Slide 6 - Tekstslide

Valentijnsdag
Op deze dag vertellen mensen elkaar dat ze elkaar leuk vinden:

              Ik vind jou leuk.                  Ik ben verliefd op jou.
              Ik vind jou lief.
              
              Ik hou van jou. 
      Ze sturen elkaar kaartjes of geven elkaar een cadeau

Slide 7 - Tekstslide

Verliefd op iemand zijn
Ik ben verliefd op jou.
Ik ben verliefd.
Ik ben niet snel verliefd.

Slide 8 - Tekstslide

Zij is verliefd op hem.

Slide 9 - Tekstslide

Valentijnskaarten

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeelden Valentijnskaarten

Slide 11 - Tekstslide

anoniem
= zonder naam
De Valentijnskaart is anoniem. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

het meisje
de jongen

Slide 14 - Tekstslide

het hart (je)

Slide 15 - Tekstslide

  het cadeau              
  het cadeautje                             
                           

Slide 16 - Tekstslide

de kaart       de envelop

Slide 17 - Tekstslide

            het boeket  ( de bloemen)

Slide 18 - Tekstslide

de engel

Slide 19 - Tekstslide

1 ballon --->
2 ballonnen

Slide 20 - Tekstslide

Waar komt 
Valentijn s dag
vandaan?
 

Slide 21 - Tekstslide

Italië
De vorm van Italië lijkt op een laars.

Slide 22 - Tekstslide

Priester
In Italië is een priester Valentijn. Hij is een goed mens. Hij helpt iedereen. Hij geeft aan alle mensen een bloem. Valentijn krijgt 
ruzie met de keizer. 
Hij komt in de gevangenis.

Slide 23 - Tekstslide

de Keizer

Slide 24 - Tekstslide

de gevangenis

Slide 25 - Tekstslide

Vriend
In de gevangenis zijn de bewakers niet aardig. Eén bewaker is wel aardig. Hij wordt zijn vriend. De bewaker heeft een dochter die blind is. Valentijn wordt verliefd. Hij zorgt dat 
het meisje weer kan zien. Een wonder!

Slide 26 - Tekstslide

de bewaker

Slide 27 - Tekstslide

Liefdesbrief
Valentijn gaat dood op 14 februari. 
Vlak voor zijn dood schrijft hij een liefdesbrief aan de dochter van de bewaker. 

Op het briefje staat: 'van je Valentijn...'

En zo is Valentijnsdag ontstaan! 

Slide 28 - Tekstslide


Quiz over Valentijn

Slide 29 - Tekstslide

LessonUp
Ga naar: Google  
Vul in: lessonup.app 
Ga naar: Enter code
 (Niet: Lessonup/student)

Slide 30 - Tekstslide

Let op: 
NIET op het kruisje X drukken. 

Slide 31 - Tekstslide

Wat is het beroep van Valentijn?
A
priester
B
bakker
C
timmerman
D
leraar

Slide 32 - Quizvraag

Uit welk land komt Valentijn?
A
Amerika
B
Spanje
C
Italië
D
Nederland

Slide 33 - Quizvraag

Waarom moet Valentijn naar de gevangenis?
A
Hij is een dief.
B
Hij krijgt ruzie met de keizer.
C
Hij is verliefd.
D
Hij is een bewaker.

Slide 34 - Quizvraag

Wanneer gaat Valentijn dood?
A
14 april
B
14 maart
C
13 februari
D
14 februari

Slide 35 - Quizvraag

              Geef complimenten

Bijvoorbeeld:


Ik vind Meda leuk.                                       Aleksandr is sportief.
Ik vind Helga slim.                                      Kseniya heeft mooie kleren.
Ik vind Dainius behulpzaam.                  Sylwia heeft mooi haar. 
Ik vind Stella stoer (=cool).                      Idil is lief.
Ik vind LingLing bescheiden.                 Juliia is aardig.
Ik vind Radesj grappig.                     Mooi / vriendelijk / vrolijk / goed


Slide 36 - Tekstslide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 37 - Woordweb

Einde

Slide 38 - Tekstslide