Leesvaardigheidstrainging - Lesson 2

Leesvaardigheidstraining - Lesson 2
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Leesvaardigheidstraining - Lesson 2

Slide 1 - Tekstslide

After this lesson
  • You know how to deal with questions that have arguments in favor or against
  • You know how to deal with an 'expert' question, in which someone else says something about the subject
  • You have practiced with these kind of questions 

Slide 2 - Tekstslide

Different arguments
Argumentenvragen voor of tegen zijn niet per se een bepaald soort vragen, maar je moet ze in een tekst wel kunnen herkennen. Dat doe je door naar de grote lijn van de tekst te kijken en te kijken wat er daarover wordt gezegd. Is het iets dat de grote lijn ondersteunt, dan is het waarschijnlijk een argument voor. Is het iets dat de grote lijn tegenspreekt, dan is het waarschijnlijk een tegenargument.

Slide 3 - Tekstslide

Arguments in favor
When you have to look for arguments that are in favor of the general idea behind a text, it is not that difficult. Identify (or substract this from the first question) what the general idea of the text is. Then, identify what are main arguments for the ideas behind the text. 

Slide 4 - Tekstslide

Counterarguments/ arguments against
When you have to look for arguments against the main point of the text, it is important to look at the scheme below. 
grote lijn ------------------------> maar, (tegenargument) ------------------------------> toch ------------------>
Somewhere in this 'scheme',  you will find the answer to the question. It depends on what your text looks like where you will find it. 

Slide 5 - Tekstslide

Example-time!
Misschien herinner je je de grote lijn van deze tekst nog van de vorige les: de aantallen rode eekhoorns krimpen. Nu moet je echter op zoek naar de grote lijn van deze alinea.

Slide 6 - Tekstslide

Example-time!
grote lijn ------------------------> maar, (tegenargument) ------------------------------> toch ------------------>
Schrijf het schema op. 

Slide 7 - Tekstslide

Scheme
grote lijn ------------------------> maar, (tegenargument) ------------------------------> toch ------------------>

eekhoorns worden meer gegeten ------------------------> HOWEVER, eekhoornvlees is erg slank en bevat niet voldoende vet om ervan te kunnen blijven leven. 
Goede antwoord: B
 

Slide 8 - Tekstslide

Another example
Eerst doen we vraag 1, om in beeld te krijgen wat de grote lijn van de tekst is. Die is namelijk belangrijk om de tegenargument vraag te maken. 

Slide 9 - Tekstslide

CITO geeft je bij vraag 1 geen informatie over de grote lijn

Slide 10 - Tekstslide

grote lijn ------------------------> maar, (tegenargument) ------------------------------> toch ------------------>

Slide 11 - Tekstslide

grote lijn ------------------------> maar, (tegenargument) ------------------------------> toch ------------------>
er zijn steeds meer vrouwen die in de wetenschap actief zijn  ------------------------> BUT, progress has been slower than in other parts of society (then, a lot of examples follow)

Slide 12 - Tekstslide

Signal words 
When you are looking for a contrast, you should always think of the following linking words: but, however, while, nevertheless, whereas. 
Something special about 'while' (terwijl), this can be used as a contrast, but also to indicate that something was going on at the same time as another thing (terwijl). 
Note that CITO uses it primarily as a contrast!

Slide 13 - Tekstslide

Let's do one more example
timer
4:00

Slide 14 - Tekstslide

On to the next topic

Slide 15 - Tekstslide

Expert questions
  • Expert questions: what do they say?
  • In expert questions, it is about some kind of expert that says something about the topic of the text. 
  • An expert can be: a police officer, a mayor, a scientist, a politician, a journalist, etc. 

Slide 16 - Tekstslide

Expert questions - tips
1. Look who the expert is (name, profession). The expert's name is often mentioned in the question. 
2. Look for the quotation marks " ". What is between these marks, very often contains the answer. 

Slide 17 - Tekstslide

Expert questions
Important!
CITO always has to come up with three or four possible answers. Only one of those answers is the correct one, so they have to make up two or three false answers. 
The false answers often contain things that are said in the text around the quotation marks! 

Slide 18 - Tekstslide

Example
Why is this an 'expert' question? How do you see that? 

Slide 19 - Tekstslide

Example

Slide 20 - Tekstslide

Practise on your own! 
https://www.examenblad.nl/examen/engels-havo-2/2018/havo?topparent=vg41h1h4i9qd
Read the text 'Cinderella is a fairy tale' and do the four corresponding questions. 
Question 15 is an introductory question. 
Question 16 and 18 are expert questions. 
Question 17 is an example-question, which we will discuss later.
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Question 15
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 22 - Quizvraag

Question 16
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 23 - Quizvraag

Wie wordt door Viv Regan als voorbeeld genoemd van “the ugly
stepsisters of the commentariat” (alinea 2)?
Schrijf de naam van deze persoon op.

Slide 24 - Open vraag

Question 18

Slide 25 - Woordweb

What did you learn this lesson?

Slide 26 - Woordweb

Are there things that are still unclear?

Slide 27 - Woordweb