les 1: welvaart meten (4.1)

Hoofdstuk 4: ongelijkheid
Paragraaf 1: Welvaart
  • Wat is welvaart?
  • Op welke 2 manieren kan je de welvaart van een land meten? 
  • Wat zijn voorbeelden van banen in de primaire, secundaire en tertiaire sector?
Een quiz over armoede
uitleg welvaart meten
- BBP/inwoner
- verdeling beroepsbevolking
Maak opgaven
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: ongelijkheid
Paragraaf 1: Welvaart
  • Wat is welvaart?
  • Op welke 2 manieren kan je de welvaart van een land meten? 
  • Wat zijn voorbeelden van banen in de primaire, secundaire en tertiaire sector?
Een quiz over armoede
uitleg welvaart meten
- BBP/inwoner
- verdeling beroepsbevolking
Maak opgaven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In 1980 leefde ongeveer 40% van de wereld in extreme armoede (minder dan 2 dollar per dag).

Hoe hoog is dit percentage nu?
A
10%
B
30%
C
50%
D
70%

Slide 2 - Quizvraag

87% van de mensen heeft deze vraag fout

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wereldwijd is de grens van extreme armoede 2 dollar.

Wanneer leef je onder de landelijke armoedegrens in de rijkst 40 landen van de wereld?
A
Als je minder dan 5 dollar per dag hebt
B
Als je minder dan 10 dollar per dag hebt
C
Als je minder dan 20 dollar per dag hebt
D
Als je minder dan 30 dollar per dag hebt

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wereldwijd is de grens van extreme armoede 2 dollar.

Wanneer leef je in Scandinavische landen (Noorwegen/Zweden/Finland) al onder de armoedegrens?
A
Als je minder dan 5 dollar per dag hebt
B
Als je minder dan 10 dollar per dag hebt
C
Als je minder dan 20 dollar per dag hebt
D
Als je minder dan 30 dollar per dag hebt

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

LIC?
Low-income country
Laag inkomen land
LMIC?
Lower Middle Income Country
Lager middeninkomen land
UMIC?
Upper Middle Income Country
Hoger middeninkomen land
HIC?
High Income Country
Hoog inkomen land

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel procent van de ouderen (65+) leeft onder de armoedegrens?
A
4%
B
14%
C
29%
D
44%

Slide 7 - Quizvraag

In rijke landen zijn er meer jongeren arm (18-25 jarigen) dan ouderen.

Wereldwijd komt er wel meer armoede voor onder ouderen dan onder jongeren.
Hoeveel procent van de mensen op de wereld heeft voldoende basisbehoeften zoals eten, water, wc, elektriciteit, school en gezondheidszorg?
A
25%
B
40%
C
55%
D
85%

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk antwoord laat het best zien hoeveel
mensen er leven in extreme armoede,
onder de landelijke armoedegrens en
boven de landelijke armodegrens
A
A
B
B
C
C

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel procent van de mensen die op het platteland leeft heet toegang tot elektriciteit? (wereldwijd)
A
minder dan 30%
B
ongeveer 50%
C
meer dan 70%

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de afgelopen 20 jaar is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft....
A
met meer dan de helft afgenomen
B
ongeveer hetzelfde gebleven
C
verdubbeld
D
verdrievoudigd

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Samengevat
In het nieuws verhalen zijn veel berichten over oorlog, hongersnoden en armoede.

Er lijkt steeds meer een tweedeling tussen arme en rijke landen. Toch is dat niet zo. 

Wanneer je kijkt naar de feiten leeft het grootste deel van de wereldbevolking in steeds betere omstandigheden. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe meet je welvaart?
Welvaart = 
de rijkdom van een land op basis van wat er verdiend wordt

Je meet dit door het BBP/inwoner te meten=
Alles wat er in een land verdiend wordt, gedeeld door het aantal inwoners van het land

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manier 1 om welvaart te meten
Het BBP/inwoner uitrekenen =
Alles wat er in een land verdiend wordt, gedeeld door het aantal inwoners van het land

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manier 2 om welvaart te meten
Kijken naar de verdeling van de beroepsbevolking.


beroepsbevolking?
De beroepsbevolking van een land bestaat uit alle mensen die tegen betaling werken plus de werklozen. 
Geef voor elke sector minimaal 3 voorbeelden van beroepen die daarbij horen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manier 2 om welvaart te meten
Kijken naar de verdeling van de beroepsbevolking.


beroepsbevolking?
De beroepsbevolking van een land bestaat uit alle mensen die tegen betaling werken plus de werklozen. 
Verdeling beroepsbevolking:
- hoeveel % van de mensen werkt in de primaire sector, 
- hoeveel % in de secundaire sector?
- hoeveel % in de tertiaire sector?

Hoe kleiner de primaire sector, 
hoe welvarender een land.

Hoe groter de tertiaire sector,
hoe welvarender een land.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je boer bent dan werk je in de....
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je docent bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je vakkenvuller bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je kleermaker bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je in een fabriek werkt dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je visser bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je aardolie opboort uit grond dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je schoonmaker bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je advocaat bent dan werk je in de...
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In je plenda:
Af moet zijn voor 15 april:

Opgave 1 t/m 6 van 4.1

Vind je het lastig? Maak ook de herhaalvragen
Heb je tijd over en wil je meer uitdaging? Maak ook de verdiepingsopgaven

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies