V4 1.4 13-9-2023

Welkom :)
Ga rustig zitten en lees alvast/maak alvast/ controleer huiswerk....
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom :)
Ga rustig zitten en lees alvast/maak alvast/ controleer huiswerk....

Slide 1 - Tekstslide

Vorige week:
lesdoelen1.3 &  1.4 
eenheden & formules  (Hoe is het nu?) 
BREUKEN: delen is vermenigvuldigen met omgekeerde! 



Slide 2 - Tekstslide

Vandaag:
lesdoelen
Regels van significantie - afronden!

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag:
  • Eerst theorie. Goed luisteren + aantekeningen maken. vraag? hand opsteken
  • Checkvragen maken
  • Opdrachten maken. 

Slide 4 - Tekstslide

Theorie 1.4
  • Bij een meting is er altijd sprake van een meetonzekerheid
  • Door: toevallige, aflees en systematische fouten

Slide 5 - Tekstslide

meetwaarde noteren
  • met behulp van:
  • meetonzekerheid en  significante cijfers

Slide 6 - Tekstslide

meetonzekerheid
  • De grootte van een meetonzekerheid bepaal je door te kijken naar de afstand tussen de streepjes 

Slide 7 - Tekstslide

meetonzekerheid
  • Hoe doe je dat bij een digitale meter? 

Slide 8 - Tekstslide

nauwkeuriger meten
  1. Met een instrument met betere schaalverdeling
  2. Met een meter met meer cijfers (digit)
Het aantal cijfers van een meetwaarde bepaalt de nauwkeurigheid!

Slide 9 - Tekstslide

Significantie: regels
Significante cijfers wil zeggen: hoe precies is de meting?
  1. Het aantal significante cijfers is het aantal cijfers dat een meetwaarde heeft. (bijvoorbeeld: 1,234)
  2. Nullen aan het begin tellen niet mee (bijvoorbeeld: 0,123)
  3. Machten van 10 tellen ook niet mee 
    (bijvoorbeeld: 1,23 * 10 ^2)

Slide 10 - Tekstslide

Significantie: rekenregels
  • Het doel: je wil weten hoe precies de uitkomst is
  • De minst nauwkeurige meetwaarde bepaalt de nauwkeurigheid van de uitkomst
  • Optellen/aftrekken: antwoord heeft het kleinste aantal cijfers achter de komma
  • Vermenigvuldigen: antwoord heeft evenveel significante cijfers als het kleinste aantal

Slide 11 - Tekstslide

Wat in het boek staat:
lesdoelen 1.4




Slide 12 - Tekstslide

Laten wij over deze situatie praten
10 x 10 =
A
100
B
1,0 * 10 ^2
C
1,0 * 10 ^3

Slide 13 - Quizvraag

Opdrachten en vragen?
opdrachten 18 t/m 21 op pagina 30
Werkvorm: nakijke of vragen stellen
Klaar? lees 1.5

Slide 14 - Tekstslide

Opdrachten bespreken

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk
Opdrachten 20, 21

Slide 16 - Tekstslide

controle & afsluiting

Slide 17 - Tekstslide

Vooruitblik volgende les
lesdoelen

Slide 18 - Tekstslide

Klaar?
Moeilijke opdracht klassikaal, doorlezen, anders??

Slide 19 - Tekstslide