Eigen regie en zelfredzaamheid 1

Eigen regie en zelfredzaamheid
1e bijeenkomst
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

Eigen regie en zelfredzaamheid
1e bijeenkomst

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel van deze module:

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat betekent voor jou kwaliteit van leven?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Eigen regie = autonomie

  1. Ben jij als professional bewust bezig met de eigen regie van jouw cliënten?
  2. Op welke leefgebieden ‘mogen’ jouw cliënten eigen regie voeren?
  3. Hoe kan jij als zorgprofessional cliënten motiveren om meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen zorgproces?
  4. In hoeverre maakt de eigen regie het voor jou als zorgprofessional ‘lastig’?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen kwaliteit van leven, eigen regie en zelfredzaamheid?

Zelfredzaamheid
Kan ik mezelf redden op de verschillende levensterreinen?
Eigen regie
Kan ik zelf beslissen over mijn leven en de zorg en ondersteuning die ik daarbij nodig heb?
Kwaliteit van leven
Hoe tevreden ben ik met mijn leven?
Hoe hangt dit dan samen?

Zelfredzaamheid is een belangrijk onderdeel van eigen regie en kwaliteit van leven. Als iemand zelfredzaam is, kan hij/zij vaak beter keuzes maken en een hogere kwaliteit van leven ervaren.
Eigen regie zorgt ervoor dat iemand, ook als hij/zij minder zelfredzaam is, toch controle heeft over de ondersteuning die nodig is, wat de kwaliteit van leven kan verhogen.
Kwaliteit van leven is het overkoepelende concept: het omvat zowel zelfredzaamheid als eigen regie, maar gaat ook over zaken als geluk, sociale relaties en gezondheid.
Een persoon met beperkte zelfredzaamheid kan bijvoorbeeld toch een hoge kwaliteit van leven ervaren als er voldoende ondersteuning is en de eigen regie behouden blijft.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwaliteit van leven
Robert Schalock

De 8 domeinen van Schalock verwijzen naar een model ontwikkeld door Robert Schalock, een Amerikaanse psycholoog, dat wordt gebruikt om de kwaliteit van leven te beoordelen, vooral bij mensen met een verstandelijke beperking. 
Dit model deelt kwaliteit van leven op in acht domeinen, die elk een specifiek aspect van het welzijn en functioneren van een persoon belichten. 
Zijn benadering en modellen worden vaak gebruikt om zorg en ondersteuning te structureren en te verbeteren.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8 domeinen van Schalock. 
Emotioneel welzijn: De mate waarin iemand tevreden is met zijn of haar leven, inclusief gevoelens van veiligheid, geluk en tevredenheid.
*Emma voelt zich veilig en begrepen op haar dagbesteding. Ze weet dat ze altijd bij haar begeleider terechtkan als ze zich verdrietig of gespannen voelt.
*Begeleiders herkennen stresssignalen bij de cliënt (bijv. gespannen gezicht, geluiden) en zorgen voor een rustige omgeving. Ze weten wat hem kalmeert – een vertrouwde geur, zachte muziek of zijn favoriete knuffel.

Interpersoonlijke relaties: De kwaliteit van sociale interacties en relaties met familie, vrienden en anderen.
*Lars woont in een woonvoorziening en heeft regelmatig contact met zijn broer en beste vriendin. Ze gaan samen wandelen of eten en hij voelt zich gewaardeerd en verbonden.
*Een begeleider heeft een vaste band met de cliënt en begroet hem elke ochtend op dezelfde warme, herkenbare manier. De cliënt glimlacht en ontspant zich zichtbaar bij haar aanwezigheid – een teken van een vertrouwde relatie

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Materieel welzijn: De toegang tot en tevredenheid over materiële middelen zoals inkomen, huisvesting en eigendom.
*Anja heeft een eigen appartement met een kleine tuin. Ze ontvangt een Wajong-uitkering en heeft voldoende middelen om haar boodschappen en hobby’s te bekostigen.
* De cliënt heeft een aangepaste rolstoel op maat, een hoog-laag bed en aangepaste kleding die makkelijk aan te trekken is. Er wordt geïnvesteerd in goede materialen zodat zijn dagelijks leven zo comfortabel mogelijk is.

Persoonlijke ontwikkeling: De mogelijkheden en ervaringen die iemand heeft voor groei, leren en persoonlijke vaardigheden.
*Jasper volgt een cursus leren omgaan met geld. Hij leert zelfstandig een boodschappenlijstje maken en zijn weekbudget plannen. Dit vergroot zijn zelfvertrouwen en vaardigheden.
*Tijdens de dagelijkse verzorging benoemt de begeleider steeds wat er gebeurt (“Nu ga ik je haar kammen”). Door herhaling en voorspelbaarheid leert de cliënt betekenissen van handelingen herkennen en voelt zich meer betrokken bij de wereld om zich heen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fysiek welzijn: De fysieke gezondheid en het welzijn van een persoon, inclusief toegang tot gezondheidszorg, voeding en veiligheid.
*Milan heeft diabetes en krijgt begeleiding bij het controleren van zijn bloedsuiker en het plannen van gezonde maaltijden. Hij sport ook twee keer per week onder begeleiding.
*De cliënt krijgt dagelijks oefeningen van een fysiotherapeut om doorligwonden en vergroeiingen te voorkomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met een aangepast dieet en hulpmiddelen om comfortabel te kunnen zitten of liggen.

Zelfbepaling: De mate waarin een persoon controle heeft over zijn of haar eigen leven en beslissingen kan nemen.
*Sofia, een vrouw met een verstandelijke beperking, kiest zelf haar dagbesteding uit het aanbod. Ze beslist ook zelf wat ze aantrekt en hoe laat ze wil opstaan in het weekend.
*De cliënt krijgt de mogelijkheid om via lichaamstaal of oogbewegingen aan te geven wat hij wil: bijvoorbeeld of hij muziek wil luisteren of een rustmoment wil. Begeleiders herkennen deze signalen en stemmen hun ondersteuning daarop af.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale inclusie: Hoe goed iemand wordt opgenomen in de samenleving, met inbegrip van deelname aan het sociale en maatschappelijke leven.
*Fatima neemt deel aan een lokale breiclub in de wijk. Ze hoort erbij, leert mensen kennen uit de buurt en voelt zich onderdeel van de samenleving, ook buiten haar zorginstelling.
*De cliënt gaat wekelijks met begeleiding naar de kinderboerderij of het buurthuis. Daar is interactie met anderen uit de buurt, waardoor hij onderdeel blijft van de samenleving, ook al is communicatie beperkt.

 
Rechten: Toegang tot basisrechten zoals juridische bescherming, privacy, en eerlijke behandeling.
*Thomas heeft een klacht over zijn begeleider en maakt gebruik van zijn recht om dit te melden bij een vertrouwenspersoon. Zijn mening wordt serieus genomen en besproken in het team.
*De zorginstelling zorgt dat de cliënt voldoende privacy heeft bij verzorging en medische handelingen. Familie wordt betrokken bij beslissingen, maar altijd in het belang van de cliënt zelf, volgens het recht op waardigheid en bescherming.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doe
groepjes van 3 of 4

Geef bij elk domein 2 concrete voorbeelden

EMB, praten niet, waar kijk je wel naar, waar let je op

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM)
  • De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) is een hulpmiddel om de mate van zelfredzaamheid van een persoon in kaart te brengen van de persoon op dat moment.
  • Zelfredzaamheid is niet ‘alleenredzaamheid’   Zelfredzaamheid is wel vragen om de hulp
  • De mate van zelfredzaamheid is een momentopname.
  • Je ziet het functioneren op dit moment, en je verwacht dat dit functioneren waarschijnlijk zal leiden tot een ander niveau van functioneren, maar dit weet je niet zeker. Jouw verwachting van wat waarschijnlijk zal gebeuren verschilt van andere beoordelaar
  • De ZRM heeft 13 domeinen;  Financiën, Werk & Opleiding, Tijdsbesteding, Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid, Middelengebruik, Basale-ADL, Instrumentele-ADL, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie en Justitie
  • De ZRM is ingedeeld in vijf niveaus van zelfredzaamheid; Het laagste niveau (1) op de schaal is minimale zelfredzaamheid. Het hoogste niveau (5) is maximale zelfredzaamheid. De niveaus zijn aangegeven met een score: een getal tussen 1 en 5 en met een korte beschrijving: ‘acuut probleem’, ‘niet zelfredzaam’, ‘beperkt zelfredzaam’, ‘voldoende zelfredzaam’, en ‘volledig zelfredzaam’.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Casus Wesley lezen en bespreken adh van ZRM
Casus en ZRM papier uitdelen
ZRM cliënt 
Inventariseer aan de hand van een bestaande methode in de BPV hoe het is gesteld met kwaliteit van leven van een cliënt.

Verwerk de conclusie van de gebruikte methode om de kwaliteit van leven van de cliënt in een verslag en upload het verslag als bijlage bij deze opdracht. Vraag feedback aan je werkbegeleider.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfredzaamheidsradar
De zelfredzaamheidsradar is een visueel hulpmiddel dat wordt gebruikt om de mate van zelfredzaamheid van een persoon op verschillende levensdomeinen te beoordelen en in kaart te brengen. 

Het geeft een overzicht van hoe zelfstandig iemand is op meerdere gebieden, zoals persoonlijke verzorging, huishouden, sociale relaties, gezondheid, enzovoort.
Daarmee kan je dus ook bekijken hoeveel hulp iemand nodig heeft.
*Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.
*Ouderen die ondersteuning nodig hebben bij dagelijkse taken.
*Dak- en thuislozen in het traject naar zelfstandigheid.
*Cliënten in de geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg.
1 volledig afhankelijk
3 Gedeeltelijk zelfstandig, met enige ondersteuning
5Volledig zelfstandig

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voordelen/nadelen
Voordelen van de Zelfredzaamheidsmeter
Helder inzicht: Het instrument geeft een overzicht van sterke en zwakke punten op verschillende domeinen.
Doelgericht werken: Het maakt het makkelijker om concrete doelen te stellen en te werken aan verbetering.
Stimulans voor eigen regie: Het gesprek over zelfredzaamheid kan de cliënt motiveren om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen.
Flexibiliteit: De meter kan aangepast worden aan verschillende doelgroepen en situaties.
Evaluatie en monitoring: Het instrument kan voortgang meten en resultaten zichtbaar maken.
Nadelen van de Zelfredzaamheidsmeter
Subjectiviteit: De beoordeling kan variëren afhankelijk van wie de meter invult of hoe goed de persoon zijn/haar situatie kan inschatten.
Momentopname: Het geeft een beeld van de situatie op een specifiek moment, terwijl de zelfredzaamheid in de praktijk kan fluctueren.
Complexiteit voor sommige doelgroepen: Voor mensen met een taalbarrière of een cognitieve beperking kan het instrument minder toegankelijk zijn.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
https://zelfredzaamheidsradar.nl/
neem client in gedachte en vul in

https://vragenlijsten.mijnpositievegezondheid.nl

Kies een vragenlijst
Vul de vragenlijst in



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

draagkracht vs draaglast
Het evenwicht tussen draagkracht en draaglast is cruciaal voor het welzijn van een persoon: wanneer de draaglast groter is dan de draagkracht, kan iemand overbelast raken, wat kan leiden tot stress, burn-out, of andere psychische klachten.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vergroten jullie je draagkracht?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Activiteit regie of zelfredzaamheid

bekertjes met elastiek
toren bouwen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het hoofddoel van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)?
A
Het meten van iemands fysieke gezondheid
B
Het beoordelen van iemands zelfredzaamheid op meerdere levensdomeinen
C
Het bepalen van de financiële situatie van een persoon
D
Het vaststellen van de opleidingsbehoeften van iemand

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk cijfer in de ZRM geeft aan dat iemand volledig zelfredzaam is op een bepaald levensdomein?
A
1
B
3
C
5
D
10

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende levensdomeinen wordt NIET geëvalueerd in de standaard ZRM?
A
Huisvesting
B
Financiële situatie
C
Sociale media gebruik
D
Lichamelijke gezondheid

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het doel van de Zelfredzaamheidsradar?
A
Het visueel in kaart brengen van de mate van zelfredzaamheid op verschillende domeinen
B
Het vergelijken van financiële prestaties tussen individuen
C
Het beoordelen van medische zorgbehoefte
D
Het bepalen van de sociale vaardigheden van iemand

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wordt de Zelfredzaamheidsradar vaak gecombineerd met de ZRM?
A
Om resultaten uit de ZRM visueel weer te geven
B
Om een financieel plan op te stellen
C
Om medische gegevens te verwerken
D
Om juridische problemen te identificeren

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat vinden jullie van de kwaliteit van deze les?
Hebben jullie nog tips en tops voor mij als docent?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies