Thema 2 - Voeding en vertering

Thema 2
Voeding en vertering
1 / 57
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 57 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 2
Voeding en vertering

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 1
- Je kunt de functies van voedingsstoffen en voedingsvezel in voedingsmiddelen noemen
- Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun functies en kenmerken
- Je kunt essentiële en niet-essentiële voedingsstoffen onderscheiden (VG)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedingsstoffen
  • Bouwstoffen
  • Brandstoffen
  • Reservestoffen
  • Beschermende stoffen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vetten
Eiwitten
Koolhydraten
Water
Mineralen
Vitaminen

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Indicatoren
  • Voedingsstoffen aantonen
  • Zetmeel - jodium
  • Glucose - Fehling
  • Vetten - Sudan 3
  • Eiwit - Kopersulfaat en natronloog
  • Vitamine C - DCPIP

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 2
- Je kunt de werking en functie van vertering, verteringssappen en enzymen beschrijven
- Je kunt de delen van een gebit noemen met hun functie
- Je kunt de werking en functie van de darmperistaltiek beschrijven

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertering
  • Grotere voedingsstoffen worden afgebroken tot kleinere verteringsproducten
  • Mechanische vertering: voedsel in kleine stukjes verdelen waardoor het oppervlakte groter wordt
  • Chemische vertering: verteringssappen met enzymen zorgen ervoor dat voedingsstoffen in je voedsel worden afgebroken tot steeds kleinere verteringsproducten

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enzymen
  • Ze werken maar met één soort voedingsstof
  • Ze kunnen opnieuw gebruikt worden
  • Ze werken het beste bij een bepaalde temperatuur
  • Ze werken het best bij een bepaalde zuurgraad.
  • Werken met sleutel-slot principe

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Darmperistaltiek
  • Slokdarm, twaalfvingerige darm, dunne darm, dikke darm, endeldarm
  • Spieren kneden voedsel en bewegen het door verteringsstelsel--> continu in beweging

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 3
- Je kunt de functies en kenmerken van de delen van het verteringsstelsel noemen
- Je kunt de verteringssappen noemen met hun functies


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mondholte
  • Tanden voor mechanische vertering --> oppervlakte vergroting 
  • Speeksel chemisch
  • Vertering zetmeel (koolhydraat) naar glucose

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maag
  • Zoutzuur doodt ziekteverwekkers en activeert enzym (Zuurgraad laag) 
  • Begint vertering eiwitten 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12-vingerige darm
  • Lever maakt gal, opgeslagen in galblaas en via galbuis naar twaalfvingerige darm
  • Gal emulgeert vetten: maakt vetdruppeltjes kleiner

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12-vingerige darm
  • Alvleesklier maakt alvleessap
  • Alvleessap bevat enzymen die eiwitten, koolhydraten en vetten afbreken
  • Vertering zetmeel naar glucose
  • Vertering eiwitten naar aminozuren (essentieel en niet essentieel)
  • Vertering vetten 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dunne darm
  • Groot oppervlak door plooien
  • Wand dunne darm maakt darmsap, bevat enzymen voor vertering
  • Eindproducten vertering: aminozuur, glucose, vetzuur
  • Door darmwand naar bloedvaten

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dikke darm
  • Opname water
  • Opname glucose afkomstig van cellulose (vezels)
  • Appendix

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Extra oefening: benoem de organen en enzymen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. mond
2. speeksel / amylase
3. maag
4. zoutzuur
5. pepsine
6. 12-vingerige darm
7a. amylase
7b. peptidase
7c. lipase en gal
8. dunne darm
9. dikke darm
10. endeldarm
11. anus
12. lever
13. nieren 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 4
- Je kunt met de Schijf van Vijf adviezen voor een gezonde voeding geven
- Je weet wat een gezond gewicht is en welke keuzen daaraan kunnen bijdragen
- Je kunt mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen noemen en enkele voorbeelden geven

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schijf van vijf
Elk vak heeft voordelen voor je gezondheid en levert een belangrijke voedingsstof op

 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groen, vooral vitaminen
Elke dag minimaal 250 gram groente en 2 porties fruit

 

Groente kun je op vele manieren klaarmaken: rauw, koken, stomen, bakken, wokken, grillen, pureren. Zo maak je groente eten nog gevarieerder.

 

 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oranje, vooral koolhydraten
Leveren Energie en veel andere voedingsstoffen (Eiwitten,B-vitamines, Ijzer en Jodium) 
 

 Voedingsvezels 

Risico verlaagt met 2 opscheplepels volkoren graan producten of 3 volkoren broodjes

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Roos, vooral eiwitten
Vis, Peulvruchten, Vlees en Ei
 

Vlees en Ei: Veel vitamine B-12 en IJzer 

Peulvruchten: Verlagen cholesterol -> Verlaagt kans op hart en vaatziekten

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geel, vooral vetten
Bouwstof en brandstof

Vitamines: A,D en E


Onverzadigd vet verlaagt kans op hart en vaatziekten

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blauw, vooral water
Mens bestaat voor ong 60% uit water
 
Verliezen het door de dag door zweten en plassen
 

Groene thee: Verlaagt kans op hartaanval en verlaagt bloeddruk

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BMI
Wordt gebruikt als een indicator voor gezond gewicht → niet accuraat

Houdt geen rekening met spier, bot en water massa
 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energie behoefte
Verschilt per persoon
Man of vrouw?
Leeftijd?
Actief of Inactief?

 
Hoeveelheid energie die je lichaam gebruikt uit voedsel, wordt aangegeven met KiloJoule (KJ) 

Hoeveelheid energie in voedsel wordt aangegeven met Kilocalorie (kcal_ 
1kcal= 4,2 kj

 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gewicht
Meestal: Gewicht blijft hetzelfde als de hoeveelheid energie die je opneemt, gelijk is aan de hoeveelheid energie die je gebruikt.
Heeft ook te maken met:
Erfelijke eigenschappen
Stofwisselingsprobleem

Bouw per persoon

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Te veel vet in het lichaam
Gezondheidsrisico's: 


Hart en vaatziekten (cholesterol)
Diabetes type 2 (suikerziekte)

Overbelasting gewrichten

 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ondergewicht
Te laag lichaamsgewicht → Tekort aan voedingsstoffen
Als reservestoffen op zijn→ afbraak spieren
Kan gevolg zijn van ondervoeding

Risico’s:
Hogere kans botbreuk
Sneller ziek
Lusteloos

 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetstoornissen
Eten wordt bron van spanning, angst of als ontspanner

Oorzaken vaak psychisch
Invloeden cultuur of media
Nare gebeurtenis in je leven
Gevoel van controle willen hebben
Faalangst of perfectionisme
Slecht zelfbeeld

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anorexia en Boulimia
Anorexia: Extreme manier van afvallen, weigert om voldoende te eten.
Boulimia: heeft last van eetbuien, kotst het eten er daarna uit.
 

Gebruiken beide vaak laxeermiddelen 

 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eetbui stoornis
Gebruiken eten vaak als comfort middel
Kan niet stoppen met eten
Leidt vaak tot obesitas

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 5
- Je kunt manieren beschrijven om voedselbederf tegen te gaan

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Voedselvergifitiging
  • Conserveren
  • Additieven

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conservering
Waarom conserveren?
→ Om micro-organismen te doden of remmen in groei.

Technieken:
  • Verhitten (koken, pasteuriseren, steriliseren) → microben gaan dood.
  • Koelen/vriezen → groei remt of stopt.
  • Drogen/zouten/suikeren → weinig water → microben drogen uit.
  • Vacuüm/fermenteren → zuurstof wegnemen of pH verlagen.

Kern: micro-organismen hebben water, warmte en zuurstof/voeding nodig om te groeien.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ADDITIEVEN ...
... stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om deze langer houdbaar / aantrekkelijker te maken. 

Stoffen met een E-nummer zijn voorbeelden van additieven. Additieven kunnen natuurlijk of kunstmatig zijn. 

  • Natuurlijke additieven: suiker, azijn, zout, sommige kleur-/smaakstoffen.
  • Kunstmatige additieven: kleur-/geur-/smaakstoffen die in de fabriek worden geproduceerd. 

Slide 38 - Tekstslide

Hygiënisch omgaan met eten:
- Handen vaak wassen
- Koelkast op 4 graden
- Vlees & vis goed gaar bereiden
Practicum voedingstoffen aantonen
2G/A: Pagina 166 practicum 4
2 Lyceum: pagina 158 practicum 3

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 6
- Je kunt bij zoogdieren het verband aangeven tussen de voedselkeuze, de lengte van het darmkanaal en de kenmerken van het gebit

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
    (eiwitten, koolhydraten, vetten, water, mineralen, vitaminen), functie voedingsstoffen (bouwstoffen, brandstoffen, reservestoffen, beschermende stoffen), indicatoren voedingsstoffen
  • Vertering, verteringsproducten, verteringssappen, enzymen, darmperistaltiek, verteringsstelsel
  • Gezonde voeding, schijf van vijf, energie, overgewicht en ondergewicht, BMI, eetstoornissen 
  • Bederven en conserveren van voedsel, additieven
  • Vegetariërs, veganisten
  • Voeding en vertering zoogdieren
  • Productinformatie


Begrippen kunnen toepassen en uitleggen. Omrekenen voedingswaarden (KJ en Kcal)


Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Voor een koe is het moeilijk om eten te verteren. Voor een hond is dat is een stuk makkelijker. Waarom is dat zo?
A
Vleeseters hebben een klein verteringsstelsel
B
Knobbelkiezen kunnen de prooi goed malen
C
Plantencellen hebben een celwand
D
Met knipkiezen kan je makkelijker en snel eten

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt er bedoelt met een sleutel-slot principe bij enzymen?

Slide 47 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gal is een vertering sap
A
Juist
B
Onjuist

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de beweging van de darmen?

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke organen maken sappen die eiwitten verteren?

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Energiebehoefte is afhankelijk van:
(Sleep de correcte vakjes naar het rode vak)
Leeftijd
eetgewoontes
activiteit
geslacht
gewicht
lengte
BMI
honger gevoel

Slide 51 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

waarom is minder vlees eten beter voor het milieu?

Slide 52 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Er is geen vertering nodig bij.....
A
Water, glucose, vitamines en mineralen
B
Voedingsvezels
C
Vetten en eiwitten
D
Zetmeel en suiker

Slide 53 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

     enzym
verteringsproduct
  voedingsstof

Slide 54 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

VWO: Gegeven: 
2 enzymen en 2 curves. Het enzym pepsine komt voor in de maag. Het enzym amylase zit in ons speeksel. Zet de enzymen op de juiste plek.
Pepsine
Amylase

Slide 55 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geert is een topsporter. Hij heeft een blessure gekregen waardoor hij zijn sport niet meer kan uitoefenen. Leg uit waarom zijn energie behoefte afneemt.

Slide 56 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Pip is Vegan en wil haar kat graag ook vegan eet. Waarom krijgt een kat een eiwit tekort door een vegan dieet.

Slide 57 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies