Het perfectum
Het perfectum
Het werkwoord in de voltooide tijd.
Alleen in de voltooide tijd komt er altijd een extra werkwoord bij in de
zin, dat als hulpwerkwoord gebruikt wordt. (hebben of zijn)
Het tweede werkwoord is het voltooid deelwoord.
Het regelmatige werkwoord in de voltooide tijd:
Het regelmatige werkwoord in de v.t.t.
Een voltooid deelwoord begint met ge- en eindigt op een -d of een -t
(ge + stam + d / t)
Wat heb je (ge + maak + t)?
Hij heeft hard (ge + werk + t).
Wie heeft dat (ge + zeg + d)?
We gebruiken SOFT KETCHUP
Als de stam van het werkwoord op een medeklinker uit SOFT KETCHUP eindigt, komt er een -t achter.
In alle andere gevallen een d.
Een voltooid deelwoord begint bijna altijd met ge-.
maar kan ook beginnen met
be- (bedanken - bedankt)
ver- (vertellen -verteld)
ont- (ontdekken - ontdekt)
her- (herinneren - herinnerd)
aan het begin van een werkwoord.
Deze voltooide deelwoorden krijgen dan geen extra ge meer!
Wij hebben .................. (leven)
Diederik heeft ..................... op de vraag. (antwoorden)
Katarina heeft een mop ...................... (vertellen)
Jij hebt de e-mail ................... (uitsturen)
Onze premier heeft zich niets .................... (herinneren)
De bakker heeft de ingrediënten goed ................. (mixen)
Els heeft het werk ...................... (afmaken)
Skiën heeft hij nooit ................... (durven)
De cursisten hebben de grammatica goed ...................... (oefenen)
Daan heeft een email ...................... (sturen)
We hebben de hele nacht .................... op het feest van Lot. (dansen)
Wie heeft de burgemeester .....................? (ontmoeten)
Het perfectum onregelmatig
Het perfectum onregelmatig
denken - ik heb gedacht
hebben - ik heb gehad
beginnen - ik ben begonnen
kiezen - ik heb gekozen
begrijpen - ik heb begrepen
kopen - ik heb gekocht
vergelijken - ik heb vergeleken
gaan - ik ben gegaan
fluiten - ik heb gefloten
Vervolg perfectum onregelmatig
blijven - ik ben gebleven
helpen - ik heb geholpen
lachen - ik heb gelachen
lopen - ik heb gelopen
staan - ik heb gestaan
rijden - ik heb gereden
zingen - heb gezongen
slapen - ik heb geslapen
nemen - ik heb genomen
Ben je nog lang op het feest .................? (blijven)
Wij hebben lekker ..................... op de boot. (slapen)
Mijn schoonzoon heeft de marathon ..................... (lopen)
Jij hebt de opdracht niet goed ...................... (begrijpen)
Mijn vriendin heeft lekkere broodjes ................. (kopen)
Het dameskoor heeft erg vals ................... (zingen)
Diana en Marian hebben uren in de rij .................. voor kaartjes. (staan)
De oma van Paul heeft mij ................ (helpen)
De mensen hebben een nieuwe regering ...................... (kiezen)
Zij hebben de broodjes in de oven ..................... (afbakken)
Hebben jullie de prijzen goed ......................... (vergelijken)?
20 onregelmatige werkwoorden
NOG 10 nieuwe ONREGELMATIGE WERKWOORDEN
kopen - gekocht
krijgen - gekregen
lezen - gelezen
liggen - gelegen
lopen - gelopen
6. meegaan - meegegaan
7. moeten - gemoeten
8. mogen - gemogen
9. nakijken - nagekeken
10. nemen - genomen