Les 3 + 4

Aujourd'hui
  • filmpje Bron E
  • spreken Bron D 
  • herhaling imparfait
  • oefening 13 t/m 15 
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Aujourd'hui
  • filmpje Bron E
  • spreken Bron D 
  • herhaling imparfait
  • oefening 13 t/m 15 

Slide 1 - Tekstslide

Bron E

  • we kijken het filmpje
  • maak ondertussen oefening 19d en 19e
p. 19 werkboek

Slide 2 - Tekstslide

Bron D
  •  we nemen de zinnen door 
  •  maak onderaan p.16 , 3 kolommen - verdeel de woorden


  • oefen het gesprek

                                        na 10 minuten voeren we een gesprekje

p. 59  tekstboek
p. 16  werkboek
plaats
persoon
mening

Slide 3 - Tekstslide

Quizlet
oefen A+B


timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

herhaling imparfait
wat weet je nog?

uitleg
oefenen
huiswerk + nakijken

Slide 5 - Tekstslide

IMPARFAIT

(onvoltooid verleden tijd)

In het Nederlands is de o.v.t.  Bijvoorbeeld:

lopen >> ik liep

hebben> ik had

gaan >> ik ging

en ga zo maar door !

Slide 6 - Tekstslide

Stap 1: stam

  • Zoek de nous-vorm in de présent
  • haal daar -ons vanaf

nous parl  ons
nous travaill   ons
nous choisiss   ons
Stap 2: uitgang

ze de goede uitgang achter de stam

je - ais
tu- ais
il/elle/on - ait 
nous- ions
vous- iez
ils/elles - aient

Slide 7 - Tekstslide

Stam+uitgang
Exemples:
Je (porter) portais          (nous portons)
Elle (avoir) avait               (nous avons)
Tu (aller) allais                  (nous allons)
Nous (faire) faisions     (nous faisons)



Slide 8 - Tekstslide

Let op
De imparfait van het werkwoord "être" is onregelmatig.
Ik was = J'étais          ét is de stam

Exemple:
Nous étions
Er was: c'était

Slide 9 - Tekstslide

Combineer de personen met de juiste uitgangen van de imparfait
-ais
-ais
- ait
- ions
- iez
-aient
Je
Tu
il/elle/on
Nous
Vous
Ils / elles

Slide 10 - Sleepvraag

Nous (imparfait) ___
A
avons
B
avions
C
aivons
D
avoins

Slide 11 - Quizvraag

vous (avoir, imparfait)
A
avions
B
avez
C
aviez
D
avons

Slide 12 - Quizvraag

Imparfait
Welke vorm is GEEN imparfait?
A
C'était
B
Nous chantons
C
Il y avait
D
Je voulais

Slide 13 - Quizvraag

Zet het werkwoord tussen haakjes in de imparfait

Tu (regarder

Nous (chercher

Marc (trouver

Vous (aller

Laura et Joey (travailler

regardais
cherchions
trouvait
alliez
travaillaient

Slide 14 - Tekstslide

Zet onderstaande zinnen in de imparfait
Je suis au concert. 
Vous parlez anglais. 
Elle a 15 ans. 
Tu fais du sport? 

Slide 15 - Tekstslide

Zet onderstaande zinnen in de imparfait
Je suis au concert. J'étais au concert.
Vous parlez anglais. Vous parliez anglais.
Elle a 15 ans. Elle avait 15 ans.
Tu fais du sport? Tu faisais du sport?

Slide 16 - Tekstslide

Au travail!      p.13
  • oefening 13 t/m 15 (huiswerk voor vrijdag)
  • zelf nakijken 

Klaar? -> leer de woorden van A en B (quizlet/boek)


Slide 17 - Tekstslide