Zinsbouw
Zinsbouw
Zinnen met twee werkwoorden
Ik wil morgen naar school gaan.
1.tijd - 2.manier - 3.plaats
Ik ga morgen (=tijd) met de fiets (=manier) naar school (=plaats).
Te M Po
Zet in de goede volgorde: heb – drie weken geleden – Ik – gekocht – een paar schoenen
Zet in de goede volgorde: teruggegaan – naar de winkel – de volgende dag – Ik – ben
Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen
Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen
Zet de zin in de juiste volgorde Er zijn twee mogelijkheden! ik- bijhouden- dit tempo-niet-kan
Ik kan niet bijhouden dit tempo.
Dit tempo kan ik bijhouden niet.
Dit tempo kan ik niet bijhouden.
Ik kan dit tempo niet bijhouden.
Zet de zin in de juiste volgorde, denk aan de vervoeging. Het is een vraagzin. nadenken - je - over de vraag - wel- heb - goed- ?
Heb je over de vraag wel goed nagedacht?
Heb je over de vraag wel goed nagedenkt?
Heb je wel goed nagedacht over de vraag?
Heb je goed wel nagedenkt over de vraag?
Wat is de juiste woordvolgorde?
Tijd, manier, plaats
Tijd, plaats, manier
Plaats, tijd, manier
Plaats, manier, tijd
___________ mogen we niet praten in de les? Omdat je dan niet goed kunt opletten.
Waar
Wanneer
Waarom
Omdat
Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) ?- gemaakt- zij - geen huiswerk - waarom - heeft
Waarom zij heeft geen huiswerk gemaakt?
Zij heeft geen huiswerk gemaakt waarom?
Waarom heeft zij geen huiswerk gemaakt?
Waarom zij geen huiswerk heeft gemaakt?
Zet de woorden in de juiste volgorde: geweest- Achmed en Fatima- drie weken-naar Spanje- met vakantie-zijn
Drie weken Achmed en Fatima zijn met vakantie geweest naar Spanje.
Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie geweest naar Spanje.
Achmed en Fatima zijn naar Spanje geweest drie weken met vakantie.
Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie naar Spanje geweest.
Zet de woorden in de juiste volgorde Er zijn twee antwoorden goed! zijn- bij de dokter-om elf uur-ik- moet
Om elf uur ik moet zijn bij de dokter.
Om elf uur moet ik bij de dokter zijn.
Ik moet zijn om elf uur bij de dokter.
Ik moet om elf uur bij de dokter zijn.
Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) in Amsterdam-wel eens-je-geweest-ben-?
Ben je wel eens in Amsterdam geweest?
Ben je wel eens geweest in Amsterdam?
Ben je in Amsterdam geweest wel eens?
In Amsterdam ben je wel eens geweest?
Zet de woorden in de juiste volgorde stil-de voetbalwedstrijd- vanwege-is- op straat- het
Op straat vanwege de voetbalwedstrijd het is stil.
Het is stil op straat vanwege de voetbalwedstrijd.
Vanwege de voetbalwedstrijd is het op straat stil.
Op straat het is stil vanwege de voetbalwedstrijd.
Zet de woorden in de juiste volgorde Het is een vraagzin. herhalen-ik-waarom-elke keer-moet-dat-?
Ik moet dat elke keer herhalen waarom?
Waarom moet ik herhalen elke keer dat?
Waarom ik moet dat elke keer herhalen?
Waarom moet ik dat elke keer herhalen ?