Noteer altijd de afzonderlijke waarden (bijv. E3 M5 V4 = 12).
Herhaal de meting regelmatig om veranderingen in bewustzijn op te merken.
Bij intubatie of afasie noteer je bijvoorbeeld: V = 1t (t = tube).
De GCS is een hulpmiddel, geen diagnose — altijd combineren met klinische beoordeling.