In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Programma
*les "Geld lenen kost Geld"
Slide 1 - Tekstslide
Welkom
Slide 2 - Tekstslide
Geld lenen kost geld
Slide 3 - Tekstslide
Aan het eind van de les...
kun je vier verschillende vormen van lenen noemen.
kun je uit leggen dat geld lenen niet gratis is.
weet je hoe je de krediet rente moet uitrekenen.
kun je uitleggen wat een maandtermijn is.
kun je uitleggen waar een maandtermijn uit bestaat.
kun je uitleggen waarom de rente van een hypotheek lager is dan elke ander lening.
Slide 4 - Tekstslide
Wat is lenen?
Slide 5 - Woordweb
Waarom denk jij dat mensen geld lenen?
Slide 6 - Woordweb
Bedenk 1 voordeel van geld lenen.
Slide 7 - Open vraag
Bedenk 1 nadeel van geld lenen.
Slide 8 - Open vraag
Zou jij geld lenen voor het maken van een reis?
Ja
Misschien
Nee
Slide 9 - Poll
Waarom is het niet verstandig om te lenen voor een reis?
Slide 10 - Open vraag
Heb jij weleens geld geleend? Waarvoor?
Slide 11 - Woordweb
Slide 12 - Video
Lenen kost geld
Leenmotieven
Leenmotieven zijn redenen om te lenen:
tijdelijk geldtekort
betalen van een onvoorziene uitgave.
niet eerst willen sparen.
aankoop onroerend goed (woning)
aanschaf van duurzame consumptiegoederen ( zonnepanelen, warmtepomp etc.)
Slide 13 - Tekstslide
Onvoorziene uitgave
Direct iets willen kopen
Tijdelijk geldtekort
Slide 14 - Sleepvraag
Je leent geld van je moeder omdat je een nieuw paar schoenen wil kopen.
A
Onvoorziene uitgave
B
Direct iets willen kopen
C
Tijdelijk geldtekort
Slide 15 - Quizvraag
Je vraagt een vriend of je even geld mag lenen om een broodje te kopen, omdat je je portemonnee bent vergeten.
A
Onvoorziene uitgave
B
Direct iets willen kopen
C
Tijdelijk geldtekort
Slide 16 - Quizvraag
Je koopt de nieuwe Playstation 5 op afbetaling.
A
Onvoorziene uitgave
B
Direct iets willen kopen
C
Tijdelijk geldtekort
Slide 17 - Quizvraag
Je leent geld van oma omdat je jouw kapotte telefoonscherm wil laten vervangen.
A
Onvoorziene uitgave
B
Direct iets willen kopen
C
Tijdelijk geldtekort
Slide 18 - Quizvraag
Lenen kost geld
Soorten leningen
Persoonlijke lening (bv. koop op afbetaling of huurkoop)
Je leent geld voor één bepaald doel.
Duur van de lening staat vast.
Doorlopend krediet
Je kan kopen totdat maximumbedrag bereikt is.
Je kan reeds terugbetaald geld opnieuw lenen.
Salariskrediet
Rood staan op je bankrekening
Hypotheek
Lening voor de aankoop van een woning
Slide 19 - Tekstslide
Leg de onderstaande zin uit:
"Let op! Geld lenen kost geld."
Slide 20 - Open vraag
Geleend bedrag
Duur van lening
Maandtermijn
Bestaat uit:<div><ul><li>Aflossing</li><li>Rente</li></ul></div>
Rente
Altijd per jaar!
Kredietkosten
Totaal terug te betalen:<div>€ 196,97 per maand x 60 maanden = € 11.818</div><div><br></div><div>Kredietkosten bedragen:</div><div>€ 11.818 - € 10.000 = € 1.818</div>
Slide 21 - Tekstslide
Lenen kost geld
Begrippen
De looptijd is de duur van een lening.
Elke maand betaal je een maandtermijn, deze bestaat uit:
deel aflossing: het geleende geld terugbetalen
deel rente: de kost om geld te lenen
(maandtermijnen x looptijd in maanden) - geleend bedrag = kredietkosten
Slide 22 - Tekstslide
Aflossen is het terugbetalen van geleend geld.
A
juist
B
onjuist
Slide 23 - Quizvraag
Als je geld leent, krijg je rente van de bank.
A
juist
B
onjuist
Slide 24 - Quizvraag
Door het betalen van rente wordt je schuld aan de bank lager.
A
juist
B
onjuist
Slide 25 - Quizvraag
Lenen kost geld
Rente
De rente is afhankelijk van:
looptijd
hoogte bedrag
Het rentepercentage is altijd per jaar!
6% per jaar
6% : 12 maanden = 0,5% per maand
Slide 26 - Tekstslide
Ik ga € 25.000,- lenen en terugbetalen in 24 maanden. Wat zijn de kredietkosten?
Slide 27 - Open vraag
Wat zijn hier de kredietkosten?
A
€ 1.500
B
€ 2.190
C
€ 690
D
€ 3.690
Slide 28 - Quizvraag
Hoeveel zijn de kredietkosten voor de SNS?
A
€ 29.500
B
€ 1.625
C
€ 4.500
D
€ 500
Slide 29 - Quizvraag
Leerdoel 18
Uitleg
<div><b>Looptijd:</b></div><div>3 jaar x 12 maanden = 36 maanden</div><b><div><b><br></b></div>Totaal terug te betalen:</b><br>€ 50 x 36 maanden = € 1800<div><br></div><div><b>Kredietkosten bedragen:</b></div><div>€ 1.800 - €1.597 = € 203</div>
Je wilt iets kopen voor € 1.597,- het termijn bedrag is € 50,- en de looptijd is 3 jaar.
A
De kredietkosten zijn
€ 1.800,-
B
De kredietkosten zijn
€ 203,-
C
De kredietkosten zijn
€ 1.447,-
D
De kredietkosten zijn
€ 150,-
Slide 30 - Quizvraag
Hoe langer ik leen, hoe lager het bedrag van de rente wordt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 31 - Quizvraag
Ik ga 25 000 lenen in 60 maanden. Wat zijn de kredietkosten?
Ik ga € 25.000,- lenen en terugbetalen in 60 maanden. Wat zijn de kredietkosten?
Slide 32 - Open vraag
Opdracht
Goed idee?
Als je geld leent moet je jezelf afvragen of dit een goed idee is.
Er volgen nu een aantal voorbeelden van financiële kwesties. Is een lening afsluiten een goed idee? Leg je antwoord steeds uit.
Slide 33 - Tekstslide
Tim en Eline krijgen een tweeling. Ze verkopen hun flat. Met de opbrengst en geleend geld kopen ze een groter huis.
Is geld lenen een goed idee? Leg uit!
Slide 34 - Open vraag
Fien kan de maandtermijnen van een koop op afbetaling niet meer betalen. Ze wil daarom een nieuwe lening afsluiten.
Is geld lenen een goed idee? Leg uit!
Slide 35 - Open vraag
Katrijn heeft haar baan verloren. Ze kan nauwelijks rondkomen van haar uitkering en wil daarom een lening afsluiten.
Is geld lenen een goed idee? Leg uit!
Slide 36 - Open vraag
Demien heeft zijn spaargeld geïnvesteerd. Hij wil graag een nieuwe televisie kopen op afbetaling.
Is geld lenen een goed idee? Leg uit!
Slide 37 - Open vraag
Geld lenen kost geld
Je kan uitleggen dat geld lenen niet gratis is.
Slide 38 - Tekstslide
Wat vonden jullie van deze les?
Slide 39 - Open vraag
Kun jij nu ...
vier verschillende vormen van lenen noemen?
uitleggen dat geld lenen niet gratis is?
de kredietrente uitrekenen?
uitleggen wat een maandtermijn is?
uitleggen waar een maandtermijn uit bestaat?
uitleggen waarom de rente van een hypotheek lager is dan elke ander lening?