De geschiedenis van het schaatsen

De geschiedenis van het schaatsen
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 7

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De geschiedenis van het schaatsen

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les

Je kent de oorsprong en ontwikkeling van het schaatsen

Je begrijpt hoe schaatsen een olympische sport werd

Je kunt belangrijke momenten uit de Olympische Winterspelen benoemen


Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij al van schaatsen?

Slide 3 - Open vraag

Wat is schaatsen?
Bewegen over ijs met schaatsen onder de voeten

Kan op natuurijs en kunstijs

Verschillende vormen: langebaanschaatsen, shorttrack, kunstschaatsen, marathons

Slide 4 - Tekstslide

Ontstaan van schaatsen
Eerste schaatsen meer dan 3000 jaar geleden

Gemaakt van botten van dieren

Gebruikt om sneller over bevroren meren en rivieren te reizen

Vooral in Scandinavië en Noord-Europa

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Van welke dier waren de botten waar op geschaatst werd?

Slide 8 - Open vraag

Van vervoer naar sport
Wedstrijden vanaf de 18e en 19e eeuw

Eerste schaatsclubs ontstaan

Regels en afstanden worden vastgelegd

Schaatsen wordt een echte sport

👉 Meerkeuzevraag: Wanneer werd schaatsen een sport?

Slide 9 - Tekstslide

Wanneer werden de eerste wedstrijden gehouden?
A
Vanaf de 17e en 18e eeuw
B
Vanaf de 18e en 19e eeuw
C
Vanaf de 20e eeuw
D
Vanaf de 21e eeuw

Slide 10 - Quizvraag

Wat is een record?
A
De beste of hoogste prestatie die ooit is behaald
B
Een afspraak tussen twee sporters
C
De winnaar van een wedstrijd heeft altijd het record gehaald
D
Een formulier dat alle sporters moeten invullen

Slide 11 - Quizvraag

Schaatsen in Nederland
Nederland heeft veel rivieren, sloten en meren

In de winter belangrijk vervoermiddel

13e–17e eeuw: schaatsen populair bij arm en rijk

Veel schilderijen uit de Gouden Eeuw tonen schaatsers

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Hendrik Avercamp - Winterlandschap met schaatsers
<img src="https://kunstopdoek.nl/cdn/shop/products/winter-landscape-with-skaters-hendrik-avercamp-pan-cr-ws_700x.jpg?v=1604578567" alt="Hendrik Avercamp, 1585 – 1634"/>

Slide 14 - Tekstslide

Waarom is schaatsen juist in Nederland zo populair geworden?

Slide 15 - Open vraag

Ontstaan van de Olympische winterspelen
Eerste Olympische Winterspelen: 1924 in Chamonix (Frankrijk)

Georganiseerd naast de Zomerspelen

Wintersporten zoals schaatsen, skiën en bobsleeën, langlaufen, schansspringen, curling

Slide 16 - Tekstslide

In welk jaar vonden de eerste Olympische winterspelen plaats?
A
1910
B
1916
C
1924
D
1930

Slide 17 - Quizvraag

Noem 3 sporten uit de Olympische winterspelen van 1924

Slide 18 - Open vraag

Schaatsen op de Olympische Winterspelen

Langebaanschaatsen vanaf 1924

Kunstrijden al eerder onderdeel van de Olympische Spelen

Shorttrack toegevoegd in 1992

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Hoeveel meter wordt er geschaatst?
A
200
B
300
C
400
D
500

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video

Hoe behouden de schaatsers hun topsnelheid in de bocht?
A
Ze raken de grond aan met hun voet
B
Ze raken de grond aan met hun knie
C
Ze raken de grond aan met hun hand
D
Ze raken de grond aan met hun elleboog

Slide 23 - Quizvraag

Hoe lang is één shorttrack rondje?
A
111 meter
B
222 meter
C
100 meter
D
120 meter

Slide 24 - Quizvraag

Hoeveel scheidsrechters zijn er bij een shorttrackwedstrijd?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 25 - Quizvraag

Hoe hard wordt er gereden tijdens een shorttrack wedstrijd?
A
15-20 kilometer per uur
B
20-35 kilometer per uur
C
30-45 kilometer per uur
D
50-55 kilometer per uur

Slide 26 - Quizvraag

Waarom duwen shorttrack schaatsers elkaar?
A
Om de ander dwars te zitten
B
Om de volgende schaatser snelheid te geven
C
Ze duwen de ander uit de weg, zodat ze zelf door kunnen gaan
D
Omdat dat er grappig uitziet voor het publiek

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Video

Hoe noem je de wedstrijd van een kunstschaatser?
A
Een track
B
Een kür
C
Een dans
D
Een optreden

Slide 29 - Quizvraag

Waar deed Lindsay mee aan de Olympische Spelen?
A
In Amsterdam
B
In Milaan
C
In Beijing
D
In Seoul

Slide 30 - Quizvraag

Nederland op de Olympische Winterspelen
Nederland is een van de succesvolste schaatslanden

Veel gouden medailles op langebaan

Bekende schaatsers: Sven Kramer, Ireen Wüst, Ard Schenk

Slide 31 - Tekstslide

Bekende Nederlandse Olympische schaatsers
Ireen Wüst – Meest succesvolle Nederlandse schaatser ooit:
✔️ 13 Olympische medailles (6× goud, 5× zilver, 2× brons) in langebaanschaatsen.

Sven Kramer – Topman bij de mannen:
✔️ 9 Olympische medailles (4× goud o.a. 5000 m).

Suzanne Schulting – Grote naam in shorttrack:
✔️ Meerdere medailles, waaronder goud op de 1000 m en team-onderdelen.

Carry Geijssen – Historische pionier:
✔️ Eerste Nederlandse olympisch kampioen op schaatsen (goud 1000 m 1968)

Slide 32 - Tekstslide

Moderne schaatstecniek

Klapschaats sinds de jaren 90

Sneller en efficiënter

Kunstijsbanen over de hele wereld

Slide 33 - Tekstslide

Samenvatting
Schaatsen begon als vervoermiddel

Ontwikkelde zich tot populaire sport

Belangrijk onderdeel van de Olympische Winterspelen

Nederland speelt een grote rol

Slide 34 - Tekstslide

Tijdlijn – Geschiedenis van het schaatsen
3000 v.Chr. – Eerste schaatsen van dierenbotten (Scandinavië en Noord-Europa)
Middeleeuwen – Schaatsen als vervoermiddel op bevroren rivieren en meren
17e eeuw – Schaatsen populair in Nederland (Gouden Eeuw, schilderijen)
18e–19e eeuw – Eerste schaatswedstrijden en schaatsclubs
1882 – Eerste officiële wereldkampioenschappen schaatsen
1924 – Schaatsen op de eerste Olympische Winterspelen (Chamonix)
1960 – Vrouwen schaatsen voor het eerst op de Olympische Winterspelen
1992 – Shorttrack wordt een olympische sport
Jaren 90 – Doorbraak van de klapschaats
Nu – Schaatsen als moderne topsport met kunstijsbanen wereldwijd

Slide 35 - Tekstslide

Wat heb je geleerd?

Slide 36 - Open vraag