Hoofdrekenen 18

Hoofdrekenen met oppervlakte en omtrek

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Hoofdrekenen met oppervlakte en omtrek

Wat weet je al over oppervlakte en omtrek berekenen?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je uit je hoofd de oppervlakte en de omtrek van verschillende figuren berekenen.

Wat weet jij al?

Noteer voor jezelf wat je al weet over het berekenen van de oppervlakte en omtrek.

1. Omtrek van een rechthoek

Bereken de omtrek van een rechthoek van 8 cm lang en 5 cm breed.

2. Oppervlakte van een vierkant

Een vierkant heeft zijden van 7 m. Wat is de oppervlakte?

3. Omtrek van een driehoek

Bestaat uit zijden van 6 cm, 9 cm en 11 cm. Wat is de omtrek?

4. Oppervlakte van een rechthoek

Een rechthoek is 12 m lang en 4 m breed. Wat is de oppervlakte?

5. Omtrek van een cirkel

Een cirkel heeft een diameter van 10 cm. Gebruik π = 3,14. Wat is de omtrek?

6. Oppervlakte van een cirkel

Een cirkel heeft een straal van 5 cm. Gebruik π = 3,14. Wat is de oppervlakte?

7. Omtrek van een vierkant

Een vierkant heeft zijden van 12 m. Wat is de omtrek?

8. Oppervlakte van een driehoek

De basis is 10 cm, de hoogte 8 cm. Wat is de oppervlakte?

9. Omtrek van een parallellogram

Een parallellogram met zijden van 6 cm en 14 cm (twee van elk). Wat is de omtrek?

10. Oppervlakte van een rechthoekige driehoek

Rechthoekszijden: 9 cm en 12 cm. Wat is de oppervlakte?

Vraag 1: uitwerking

Omtrek rechthoek = (2 × 8) + (2 × 5) = 16 + 10 = 26 cm.

Vraag 2: uitwerking

Oppervlakte vierkant = 7 × 7 = 49 m².

Vraag 3: uitwerking

Omtrek driehoek = 6 + 9 + 11 = 26 cm.

Vraag 4: uitwerking

Oppervlakte rechthoek = 12 × 4 = 48 m².

Vraag 5: uitwerking

Omtrek cirkel = π × diameter = 3,14 × 10 = 31,4 cm.

Vraag 6: uitwerking

Oppervlakte cirkel = π × straal² = 3,14 × 25 = 78,5 cm².

Vraag 7: uitwerking

Omtrek vierkant = 4 × 12 = 48 m.

Vraag 8: uitwerking

Oppervlakte driehoek = (10 × 8) / 2 = 80 / 2 = 40 cm².

Vraag 9: uitwerking

Omtrek parallellogram = 2 × (6 + 14) = 2 × 20 = 40 cm.

Vraag 10: uitwerking

Oppervlakte = (9 × 12) / 2 = 108 / 2 = 54 cm².

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.