2H 8.3 GELUIDSSTERKTE

H8.3 Geluidsterkte
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H8.3 Geluidsterkte

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik §8.2
Welke worden herinner je je nog uit paragraaf 2? 

Slide 3 - Tekstslide

8.3 Geluidssterkte
Lesdoel:

Uitleggen en  aangeven wat de amplitude is.
Rekenen met de decibel schaal.
Bepalen of je een toon wel of niet kan horen.

Slide 4 - Tekstslide

Voorkennis
Wat was het hardste geluid dat jij ooit gehoord hebt ?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Amplitude
De amplitude is de maximale uitwijking
t.o.v. de nullijn. Hoe groter de amplitude, 
des te harder het geluid.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Decibelschaal
De eenheid van geluidssterkte is de decibel (dB)
Met een decibelmeter kun je de geluidssterkte meten in dB of dB (A). In de dB (A) stand wordt het A-filter ingeschakeld en meet de meter zoals jij de tonen
waarneemt.

Slide 9 - Tekstslide

De eenheid van geluidssterkte is de decibel (dB)
Met een decibelmeter kun je de geluidssterkte meten in dB of dB (A). In de dB (A) stand wordt het A-filter ingeschakeld en meet de meter zoals jij de tonen
waarneemt.
Geluidssterkte (decibel - dB)

Slide 10 - Tekstslide

Gehoordrempel/pijngrens
De geluidssterkte waarbij je een toon begint te horen is de gehoordrempel.

Bij 50 Hz is deze 
34 dB.
Bij de pijngrens gaan je oren pijn doen.

Slide 11 - Tekstslide

Een toon van 200 Hz met een geluidssterkte van 10 dB hoor je niet, want deze ligt onder de gehoordrempel.

Een toon van 100 Hz en 20 dB luid begin je net te horen. De dB meter geeft 20 dB aan, maar met A filter 0 dB(A)

Slide 12 - Tekstslide

Een toon van 100 Hz en 20 dB luid begin je net te horen. De dB meter geeft 20 dB aan, maar met A filter geeft deze 0 dB(A) aan.

Slide 13 - Tekstslide

Rekenen met decibellen
Als het aantal geluidsbronnen 2x zo groot wordt, 
neemt de geluissterkte met 3 dB toe.

Slide 14 - Tekstslide

Belang lesdoel
Geluid is altijd aanwezig en kan blijvende schade veroorzaken.
Je kan een boete krijgen als je brommer teveel dB's produceert.
Handig om te weten hoe hard je hifi set ongeveer klinkt....

Slide 15 - Tekstslide

Controlevragen

1a Tussen welke tonen een mens met goede oren horen ?
1b Welk apparaat  kan de geluidssterkte meten ?
1c Welk woord is er voor de maximale uitwijking ?

Slide 16 - Tekstslide

Check in duo 
Volgende vragen werken jullie met jouw duo's !

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

uitwerking

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

uitwerking

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

uitwerking

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

uitwerking

Slide 26 - Tekstslide

extra uitleg
De volgende video geeft kort het verschil tussen hoog/laag en hard/zacht geluid.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

extra uitleg
De volgende video geeft nog eens de uitleg van de paragraaf met veelal andere voorbeelden.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Zelfstandig werken 
Wat? 
-Extra instructie? Kom naar instructie tafel 
of
Opdrachten 1t/m 9 Klaar? 10 en 11 blz 192,193

Hoe?
Stil of fluisterend
Tijd?
Tot het eind van de les 
Klaar?
Controleer jouw antwoord via teams. 

timer
25:00

Slide 31 - Tekstslide

Als ik steeds zachter ga praten, worden de amplitudes van mijn stemgeluid ….
A
steeds groter
B
steeds kleiner
C
blijven gelijk

Slide 32 - Quizvraag

Frequentie
A
A heeft een lagere frequentie, dus een hogere toon.
B
A heeft een hogere frequentie, dus een hogere toon.
C
A heeft een hogere frequentie, dus een lagere toon.
D
A heeft een lagere frequentie, dus een lagere toon.

Slide 33 - Quizvraag

Geluidsterkte
A
A heeft een grotere amplitude en klinkt daardoor harder
B
A heeft een kleinere amplitude en klinkt daardoor zachter
C
A heeft een kleinere amplitude en klinkt daardoor harder
D
A heeft een grotere amplitude en klinkt daardoor zachter

Slide 34 - Quizvraag

Kies het juiste antwoord
A
Een geluid van 0 dB betekent dat er geen geluid is.
B
- Geluidsterkte= hoe hard het geluid is. (volume) (hard of zacht) - Toonhoogte= hoe hoog de toon is. (frequentie) (piepstem of bas)
C
De (A) bij dB(A) geeft aan dat er bij de meting rekening is gehouden met het menselijke gehoor.
D
De twee grenzen bij geluidsterkte zijn: gehoorgrens en pijndrempel.

Slide 35 - Quizvraag

Hoe harder het geluid hoe ......... de amplitude
A
groter
B
kleiner

Slide 36 - Quizvraag

Hoe groter de amplitude,
hoe ........... het geluid
A
harder
B
hoger
C
lager
D
zachter

Slide 37 - Quizvraag


Welke amplitude is het grootst?
A
a
B
b
C
c
D
niet te zeggen

Slide 38 - Quizvraag

2 trompetten produceren een geluid van 51 dB. Hoeveel dB wordt er geproduceerd door 32 trompetten?

Slide 39 - Open vraag

Een drilboor geeft 95 dB aan geluid.
Hoeveel drilboren geven een geluidssterkte
van 110 dB? (Bij verdubbeling, 3 dB toe)

Slide 40 - Open vraag