BvJ 2A - BK - Thema 2, basisstof 1: organen van mensen

Thema 2

Basisstof 1: organen van mensen

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieWOISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Thema 2

Basisstof 1: organen van mensen

Lesplanning

- Wat weet jij al?

- Leerdoelen

- Kenniswoorden

- Uitleg

- Filmpje

- Aan het werk

- Leerdoelen check!

Welke organen van de mens ken jij?

De leerdoelen

1. Je kunt uitleggen wat organen en orgaanstelsels zijn.


2. Je kunt organen benoemen in een torso.


3. Je kunt drie orgaanstelsels van de mens omschrijven.

De kenniswoorden

1. Het orgaan

2. Het orgaanstelsel

3. Het verteringsstelsel

4. Het bloedvatenstelsel

5. Het ademhalingsstelsel


Schrijf de woorden op in jouw woordenschrift!

Organen

Een mens heeft organen in het lichaam. 


Een orgaan = een deel van het organisme met een eigen taak


Je hebt veel organen in het lichaam

Sleepvraag

Nier

Dunne darm

Hart

Maag

Lever

Long

Dikke darm

Orgaanstelsel

Je hebt verschillende organen in het lichaam. Er werkt niet één orgaan aan één taak!


Orgaanstelsel = een groep organen die samenwerken aan dezelfde taak.

Verteringsstelsel

Verteringsstelsel = een groep organen die je eten verteren.


Slokdarm, lever, maag, dunne darm en dikke darm

Kijk naar het plaatje... 

Ademhalingsstelsel

Ademhalingsstelsel = een groep organen waarmee jij adem haalt.


Luchtpijp, bronchie (in de long) en long

Kijk naar het plaatje... 

Bloedvatensstelsel

Bloedvatenstelsel = een groep organen die het bloed naar je lichaam brengt/vervoert


Hart, aorta, holle ader

Aorta = grote ader met veel zuurstof (rood)

Holle ader = grote ader met veel koolstofdioxide (blauw) 

Aan het werk

Maak blz. 76 t/m 81


Klaar?
--> Lees en maak de ´samenhang´


Klaar?
--> Ga naar ´flitskaarten´ en ´test jezelf´ op Biologie Voor Jou!

Orgaan =

A

een maag

B

een deel van het organisme met een eigen taak

C

veel organen samen

D

hiermee kan jij ademhalen

Orgaanstelsel =

A

Alle organen in het lichaam

B

een deel van het organisme met een eigen taak

C

veel organen samen die werken aan een taak

D

1 orgaan

welk orgaan zie je op de foto?

A

maag

B

long

C

hart

D

nier

Noem één orgaanstelsel met de organen en taak!

Hoe vond je deze les?