Les H4.3

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek

Slide 1 - Tekstslide

Programma 
  • Terugblik vorige les 
  • Doelen van deze les 
  • Uitleg paragraaf 4.3
  • 10 minuten in stilte aan het werk
  • Bespreken vraag van de week 
  • Aan het werk (keuze) 
  • Afronding van deze les 

Slide 2 - Tekstslide

Bij welke ondernemingsvorm moet je als eigenaar vennootschapsbelasting betalen?
A
Eenmanszaak
B
VOF
C
NV
D
BV

Slide 3 - Quizvraag

Schildersbedrijf Janssen heeft haar eigendom verdeeld in aandelen die niet iedereen kan kopen.

Welke ondernemingsvorm is dit?
A
Eenmanszaak
B
VOF
C
NV
D
BV

Slide 4 - Quizvraag

Je verliest je baan, omdat het bedrijf failliet gaat. Welke wet geldt er?
A
Wet gelijke behandeling
B
Arbowet
C
Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
D
Werkloosheidswet (WW)

Slide 5 - Quizvraag

Noem minimaal één criteria die de hoogte van jouw inkomen kan bepalen.

Slide 6 - Open vraag

Doelen van deze les 
  •  Je weet wat we bedoelen met werkgelegenheid en wanneer hier sprake van is. 

  • Je weet hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit en kent de termen: krappe arbeidsmarkt en ruime arbeidsmarkt. 
  • Je kent de vier productiesectoren waarin je kunt werken. 

Slide 7 - Tekstslide

Arbeidsmarkt
Mensen die bij de beroepsbevolking horen hebben een betaalde baan of zijn op zoek naar een betaalde baan.  Deze mensen bieden hun arbeid aan. De beroepsbevolking is dus het aanbod van arbeid.
Bedrijven & overheid zijn op zoek naar personeel. Zij vragen arbeid.

Slide 8 - Tekstslide

Krappe arbeidsmarkt
> Veel vacatures, weinig werklozen
Ruime arbeidsmarkt
> Weinig vacatures, veel werklozen
vraag naar personeel is groter dan het aanbod
(bedrijven zoeken meer mensen dan dat er zijn)
vraag naar personeel is kleiner dan het aanbod  (bedrijven zoeken minder mensen dan die zich aanbieden)

Slide 9 - Tekstslide

Werklozen
Beroepsbevolking

Beroepsbevolking:
Alle mensen tussen 15 en pensioen-leeftijd die werken of werkloos zijn


Werkzame    beroepsbevolking:
Het werkzame deel van de beroepsbevolking

Slide 10 - Tekstslide

UWV
  •  Arbeidsbemiddeling
  •  Regelen uitkering
  •  Registratie (verborgen/ geregistreerde werkloosheid)
  •  Doorsturen naar andere instanties

Slide 11 - Tekstslide

Waardoor kun je werkloos worden?

Slide 12 - Woordweb

Slide 13 - Video

Toename werkgelegenheid

Slide 14 - Tekstslide

Kapitaalintensief vs Arbeidsintensief
Kapitaalintensief
Arbeidsintensief
Kapitaalintensief bedrijf:
Een bedrijf waarin machines het grootste deel van de productie verzorgen.
Arbeidsintensief bedrijf:
Een bedrijf waarin mensen het grootste deel van de productie doen.

Slide 15 - Tekstslide

Mechanisatie
spierkracht wordt vervangen door machines, machines helpen mensen bij hun werk.
Automatisering
Spierkracht en denkwerk worden vervangen door machines (bv robots). Robots nemen de plaats in van mensen. Mensen zijn daardoor niet meer nodig.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Productiesectoren
Primaire sector
- Landbouw
- Visserij
- Winning van delfstoffen
Secundaire sector
- Industrie
- Bouw
- Ambachten (bakker)
Tertiaire sector
- Commerciële dienstverlening, bijv. winkels, banken, transportbedrijven
Quartaire sector
- Niet- commerciële dienstverlening, bijv. gezondheidszorg, onderwijs, overheidsdiensten
1.
2.
3.
4.

Slide 18 - Tekstslide

LET OP! Verschil in begrippen.
productieFACTOREN (kapitaal, arbeid, natuur, ondernemerschap)

productieSECTOREN (primaire, secundaire, tertiaire, quartiare)


Slide 19 - Tekstslide

Tertiaire sector
Quartaire sector
Primaire sector
Secundaire sector

Slide 20 - Sleepvraag

In welke sector denk je dat de meeste Nederlanders werken?

A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 21 - Quizvraag

In welke sector zijn de lonen gemiddeld het hoogst?
A
Informele sector
B
Primaire sector
C
Secundaire sector
D
Tertiaire sector

Slide 22 - Quizvraag

Aan het werk 


De komende 10 minuten gaat iedereen aan het werk met deze opdrachten. Je kunt nu geen vragen stellen of overleggen. 

Begin met H4.3 opgave 4, deze gaan we zo klassikaal bespreken. Maak daarna: H4.3 opgave 2 t/m 12. 
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Keuzewerk


Je kunt aan de slag met de volgende keuzes: 

  • Huiswerk maken verplicht: H4.3 opgave 2 t/m 12. 
  • Werken aan eindexamensite 'aftekenen deeltaak 2'
  • Maken eigen samenvatting + rekenopdrachten 
  • Eigen keuze: in overleg met Tobias
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Afronding van deze les 
  •  Je weet wat we bedoelen met werkgelegenheid en wanneer hier sprake van is. 

  • Je weet hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit en kent de termen: krappe arbeidsmarkt en ruime arbeidsmarkt. 
  • Je kent de vier productiesectoren waarin je kunt werken. 

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide