Zuren & basen

Zuren & basen

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorScheikundeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Zuren & basen

Doelen deze week

Wat is het verschil tussen een sterk en een zwak zuur?

Sterke zuren

HCl = Waterstofchloride

HNO3 = Waterstofnitraat

H2SO4 = Diwaterstofsulfaat

HBr = Waterstofbromide

HI = Waterstofjodide
HClO4 = Perchloorzuur

HClO3 = Waterstofchloraat

Welk van de volgende zuren is GEEN sterk zuur

A

HNO3

B

HCl

C

HClO2

D

HI

Welk van de volgende zuren is een sterk zuur

A

HClO4

B

H3C6H5O7

C

HSO4-

D

HCOOH

Welk van de volgende zuren is GEEN sterk zuur

A

HBr

B

HClO3

C

H2SO4

D

HNO2

We doen HCl in water, stel hiervan de reactievergelijking op

We doen NaOH in water, stel hiervan de vergelijking op

We doen de NaOH oplossing bij de HCl oplossing. Wat gebeurt er dan?

We doen HSO4- in water, stel hiervan de reactievergelijking op

We doen barietwater (Ba(OH)2) in water, stel hiervan de vergelijking op

We doen de Ba(OH)2 oplossing bij de HSO4- oplossing. Wat gebeurt er dan?

Maak

Oefenblad zuren en basen

Ik weet het verschil tussen een sterk en zwak zuur

A

Ja

B

Nee

C

Een beetje

Ik ken de 6 sterke zuren

A

Ja

B

Nee

C

Een beetje

Ik kan een reactievergelijking opstellen van een zuur met een base

A

Ja

B

Nee

C

Een beetje

Ik kan uitleggen welk zout ontstaat na een zuur/base reactie

A

Ja

B

Nee

C

Een beetje