- ... op een plek waar ik me goed kan concentreren
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BsmMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5
In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Klas check
Heb ik....
- ... mijn laptop voor me en ingelogd in de les
- ... mijn jas uit
Zit ik....
- ...naast twee lege stoelen
- ... op een plek waar ik me goed kan concentreren
Slide 1 - Tekstslide
BSM H1.3
Bewegingsapparaat
In dit hoofdstuk leer je:
... bij anatomie hoe het lichaam is opgebouwd
... bij fysiologie hoe het lichaam werkt
... hoe spieren aangestuurd worden,
... hoe bewegen wordt geleerd.
... hoe je hart en je longen samenwerken.
Slide 2 - Tekstslide
Baz Luhrman
"Enjoy your body, use it every way you can. Don’t be afraid of it, or what other people think of it, it’s the greatest instrument you’ll ever own.”
Slide 3 - Tekstslide
Wat is anatomie?
Slide 4 - Open vraag
Wat is Fysiologie?
Slide 5 - Open vraag
Skelet
Hard botweefsel
Kraakbeen
Gewrichten
- Synoviaal vocht
- Scharnier-, kogel-, rol-, ellips- (of ei-), draai- en het zadel-gewricht
Slide 6 - Tekstslide
Wat is het doel van een gewricht?
A
Het verstevigen van het lichaam
B
Het verbinden van twee botten en ze ten opzichte van elkaar laten bewegen
C
De vorm van het lichaam bepalen
Slide 7 - Quizvraag
Spieren
Glad spierweefsel
- Bestuurt bv het verteringssysteem
- Autonoom
Hartweefsel
- Autonoom
Dwarsgestreepte spierweefsel
- Skeletspieren
- Willekeurig
Slide 8 - Tekstslide
Skeletspieren
Spier – pees – bot
Origo
Insertio (insertie)
Slide 9 - Tekstslide
Waar zit de origo van de Latissimus Dorsi
A
Aan de ruggengraat
B
Aan de bovenarm
Slide 10 - Quizvraag
Waar zit de insertio van de Gluteus Medius
A
Op het bovenbeen
B
Op het heupbot
Slide 11 - Quizvraag
Slide 12 - Video
Agonist en antagonist
Agonist is de spier die zorgt voor de beweging die je wilt maken
Antagonist is de spier die de tegengestelde beweging maakt
Slide 13 - Tekstslide
Lees blz 29: Welke 3 invloeden van buiten kunnen de beweging van een spier remmen?
Slide 14 - Woordweb
Leg in je eigen woorden uit wat een motorunit is.
Slide 15 - Open vraag
Opbouw spier
Motorunit
- Hoe meer motorunits worden aangestuurd, hoe meer kracht de spier levert
Sarcomeer
- Myosine
- Actine
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Video
Sliding filament theorie
Slide 18 - Tekstslide
Zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel
- Hersenen en ruggenmerg
- Kan bewust zijn
Perifere zenuwstelsel
- Sensorisch
- Motorisch (somatisch en autonoom)
Sensomotorisch stelsel
- Reflex (aansturing vanuit het ruggenmerg)
Slide 19 - Tekstslide
Signalen zenuwstelsel
Prikkel --> ontvangen door sensorische zenuwen --> gestuurd naar centrale zenuwstelsel (exteroceptieve prikkels)
Centrale zenuwstelsel geeft signaal --> motorische zenuwen --> spieren trekken samen
Controle en regeling van de spier reactie --> sensorische zenuwen controleren de beweging en sturen een terugkoppeling naar centrale zenuwstelsel (proprioceptieve prikkels)
Slide 20 - Tekstslide
Somatisch vs autonoom
Somatisch = willekeurige gedeelte van je zenuwstelsel - bewust
Autonoom = onwillekeurige gedeeltes van het zenuwstelsel - onbewust
Bij bewegen hebben we het over het sensomotorisch stelsel
Slide 21 - Tekstslide
Je hart wordt somatische aangestuurd door je zenuwstelsel
A
Waar
B
Niet-waar
Slide 22 - Quizvraag
Reflex
Kniepees reflex:
De pees wordt aangetikt en het sensomotorische stelsel vat dit op als “het onderbeen beweegt naar achteren”. Deze proprioceptieve prikkel (prikkel waargenomen in het lichaam) wordt doorgegeven aan het ruggenmerg. Daar wordt het signaal gegeven “onderbeen terug in positie brengen” waardoor dat been omhoog schiet.