2026-09-04 GM3 Grieks

Leerdoelen

  • Ik kan van een aantal woorden van les 14 de betekenis geven.
  • Ik kan losse ww-vormen herkennen, benoemen en vertalen.

Weektaak

  • leren: W les 2, 3, 4 (100%)
  • leren W 14
  • leren: alle rijtjes van HB 143 (werkwoord): lekker dreunen en stampen.
  • Check je registratie bij LessonUp (klascode: weizx)
  • Registreer bij Boomdigidtaal (klascode: G2SR-32DD) en voer je eigen naam in.


    1 / 13
    volgende
    Slide 1: Tekstslide
    GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

    In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

    time-iconLesduur is: 45 min
    Dit is niet oké

    Onderdelen in deze les

    Leerdoelen

    • Ik kan van een aantal woorden van les 14 de betekenis geven.
    • Ik kan losse ww-vormen herkennen, benoemen en vertalen.

    Weektaak

    • leren: W les 2, 3, 4 (100%)
    • leren W 14
    • leren: alle rijtjes van HB 143 (werkwoord): lekker dreunen en stampen.
    • Check je registratie bij LessonUp (klascode: weizx)
    • Registreer bij Boomdigidtaal (klascode: G2SR-32DD) en voer je eigen naam in.


      Slide 1 - Tekstslide

      Slide 2 - Tekstslide

      Begintaak:
      • lees twee aan twee tekst 14 (TB 55).
      • Om de beurt een regel.
      • Verbeter elkaars fouten.

      Slide 3 - Tekstslide

      Herhaling Griekse werkwoord.

      Wissel twee aan twee met elkaar uit wat je nog weet van het Griekse werkwoord. Denk aan
      • tijden
      • wijzen
      • (on)regelmatig
      • opbouw ww-vorm
      • uitgangen
      • vertaling

      Slide 4 - Tekstslide

      Welke werkwoordsvormen heeft een regelmatig ww?

      • Praesens: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)
      • Imperfectum: indicativus (6)
      • Aoristus: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)

      Welke werkwoordsvormen heeft εἰμί?
      • Praesens: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)
      • Imperfectum: indicativus (6)

      Slide 5 - Tekstslide

      Welke werkwoordsvormen heeft een regelmatig ww?

      • Praesens: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)
      • Imperfectum: indicativus (6)
      • Aoristus: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)

      Welke werkwoordsvormen heeft εἰμί?
      • Praesens: indicativus (6), imperativus (2), infinitivus (1)
      • Imperfectum: indicativus (6)

      Slide 6 - Tekstslide

      Welke uitgangen heeft een regelmatig ww?

      • Praesens: -ω, -εις, -ει, -ομεν, -ετε, -ουσι(ν) / -ε, -ετε / -ειν
      • Imperfectum: -ον, -ες, -ε(ν), -ομεν, -ετε, -ον
      • Aoristus: -ον, -ες, -ε(ν), -ομεν, -ετε, -ον / -ε, -ετε / -ειν

      Welke werkwoordsvormen heeft εἰμί?
      • Praesens: εἰμί, εἶ, ἐστί(ν), ἐσμέν, ἐστέ, εἰσί(ν) / ἴσθι, ἔστε / εἶναι
      • Imperfectum: ἦ(ν), ἦσθα, ἦν, ἦμεν, ἦτε, ἦσαν

      Slide 7 - Tekstslide

      Welke uitgangen heeft een regelmatig ww?

      • Praesens: -ω, -εις, -ει, -ομεν, -ετε, -ουσι(ν) / -ε, -ετε / -ειν
      • Imperfectum: -ον, -ες, -ε(ν), -ομεν, -ετε, -ον
      • Aoristus: -ον, -ες, -ε(ν), -ομεν, -ετε, -ον / -ε, -ετε / -ειν

      Welke werkwoordsvormen heeft εἰμί?
      • Praesens: εἰμί, εἶ, ἐστί(ν), ἐσμέν, ἐστέ, εἰσί(ν) / ἴσθι, ἔστε / εἶναι
      • Imperfectum: ἦ(ν), ἦσθα, ἦν, ἦμεν, ἦτε, ἦσαν

      Slide 8 - Tekstslide

      Welke stammen heeft een Grieks werkwoord?
      Hoe vind je die stammen?
      Wanneer gebruik je welke stam?
      Welke ww-vormen hebben augment?

      praesens-stam: woordenlijstvorm minus -ω; voor praesens en imperfectum
      aoristus-stam: leren; voor aoristus
      augment: indicativus impf. en indicativus aor.


      Slide 9 - Tekstslide

      Welke stammen heeft een Grieks werkwoord?
      Hoe vind je die stammen?
      Wanneer gebruik je welke stam?
      Welke ww-vormen hebben augment?

      praesens-stam: woordenlijstvorm minus -ω; voor praesens en imperfectum
      aoristus-stam: leren; voor aoristus
      augment: indicativus impf. en indicativus aor.


      Slide 10 - Tekstslide

      Hoe vertaal je...

      • een ind. praes.
      • een imp! praes.
      • een inf. praes.
      • een ind. impf.
      • een ind. aor.
      • een imp! aor.
      • een inf. aor.


      λαμβάνεις
      λάμβανε
      λαμβάνειν
      ἐλάβομεν
      ἔλαβε(ν)
      λαβέ
      λαβεῖν

      Slide 11 - Tekstslide

      Hoe vertaal je...

      • een ind. praes.
      • een imp! praes.
      • een inf. praes.
      • een ind. impf.
      • een ind. aor.
      • een imp! aor.
      • een inf. aor.


      λαμβάνεις
      λάμβανε
      λαμβάνειν
      ἐλαμβάνομεν
      ἔλαβε(ν)
      λαβέ
      λαβεῖν
      jij neemt
      jij moet nemen, neem!
      (te) nemen
      wij namen
      hij nam, hij heeft genomen
      jij moet nemen, neem!
      (te) nemen, genomen (te) hebben

      Slide 12 - Tekstslide

      Woorden les 14:

      εἷλον (<?, aor. stam?)
      ἔπιον (<?, aor. stam?)
      ἤγαγον (<?, aor. stam?)
      ἤνεγκον (<?, aor. stam?)
      αἱρέω
      βαίνω
      θαυμάζω (2)
      πιστέυω (+?)
      φυλάττω (2)
      πάρειμι
      οἱ μέν ..., οἱ δέ ...
      μετά, μετ', μεθ᾿ (+?)
      ἆρα
      ποτε
      ἐξαίφνης
      δύο
      τὸ ὕδωρ (gen.?)
      ὁ θάνατος

      Slide 13 - Tekstslide