Minor creativiteitsontwikkeling - H4: Flow

Hoofdstuk 4: Flow
Minor Creativiteitsontwikkeling - Klas A1
Het woord aan de verbeelding
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
MediawijsheidHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: Flow
Minor Creativiteitsontwikkeling - Klas A1
Het woord aan de verbeelding

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
Wat betekent 'Flow'?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
Wanneer zit jij in een flow?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Fragment uit de film Soul
Wat herken je?
Welke informatie uit de theorie kun je hieraan koppelen?
Toelichting
In dit fragment wordt gesproken over de zogenaamde 'zevende hemel' ook wel de plek waar je komt als je in een flow zit. Het laat zien dat het een prettige plek is om in te zitten. Ook is te zien dat mindfulness ervoort zorgt dat je in 'de zone' komt (de personages op de boot zitten ergens te mediteren). Daarnaast kan een gebrek aan flow / vreugde van de activiteit ervoor zorgen dat je in een sleur komt en teveel focust op het doel. Ook kan een flow ervoor zorgen dat iets juist een obsessie wordt. 

Slide 4 - Tekstslide

In dit fragment wordt gesproken over de zogenaamde 'zevende hemel' ook wel de plek waar je komt als je in een flow zit. Het laat zien dat het een prettige plek is om in te zitten. Ook is te zien dat mindfulness ervoort zorgt dat je in 'de zone' komt (de personages op de boot zitten ergens te mediteren). Daarnaast kan een gebrek aan flow / vreugde van de activiteit ervoor zorgen dat je in een sleur komt en teveel focust op het doel. Ook kan een flow ervoor zorgen dat iets juist een obsessie wordt. 
Wat zijn mogelijke functies van een flow?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Functies van een flow
  1. Grenzen verleggen en zelfvertrouwen creëren
  2. Spanning reguleren
  3. Zorgen voor incubatie (door er niet mee bezig te zijn, krijgt het onbewuste meer kans om zijn werk te doen.
  4. Orde scheppen
  5. Energie opwekken
  6. Fijne ervaringen opdoen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn mogelijke gevaren van flow?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Gevaren van flow
Verslaving / obsessie
Teveel uren in iets steken
Inlassen van 'flow'-uren werkt dan averechts. 

Mindfulness (bezinning en acceptatie)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om in een flow te komen, moeten er doel gesteld worden.
Toelichting
Voor volwassenen geldt deze stelling bijna altijd. Ze hebben een doel nodig om te kunnen genieten van de activiteit. Kinderen hebben hier echt minder moeite mee. Daar staat de activiteit centraal en is geen doel nodig. Belangrijk is voor flow dat je niet teveel op het doel focust (de opdracht moet af), maar op de activiteit zelf (ik ben de opdracht aan het maken).
A
Deze stelling waar.
B
Deze stelling niet waar.
C
Deze stelling is deels waar.
D
Ik heb werkelijk geen idee.

Slide 9 - Quizvraag

Voor volwassenen geldt deze stelling bijna altijd. Ze hebben een doel nodig om te kunnen genieten van de activiteit. Kinderen hebben hier echt minder moeite mee. Daar staat de activiteit centraal en is geen doel nodig. Belangrijk is voor flow dat je niet teveel op het doel focust (de opdracht moet af), maar op de activiteit zelf (ik ben de opdracht aan het maken).
Een vrijplaats is de perfecte plek voor een flow-activiteit.
Toelichting
In een vrijplaats zijn activiteiten gebonden aan regels die bepaalde vaardigheden vereisen, hebben activiteiten specifieke doelen, wordt er feedback verschaft en wordt er ruimte voor controle geboden. Ze bevorderen de betrokkenheid en concentratie. De drempel naar experimenteren wordt verlaagd, omdat falen in een vrijplaats vaak geen directe consequentie heeft.
A
Deze stelling is waar.
B
Deze stelling is niet waar.
C
Deze stelling is deels waar.
D
Ik heb werkelijk geen idee.

Slide 10 - Quizvraag

In een vrijplaats zijn activiteiten gebonden aan regels die bepaalde vaardigheden vereisen, hebben activiteiten specifieke doelen, wordt er feedback verschaft en wordt er ruimte voor controle geboden. Ze bevorderen de betrokkenheid en concentratie. De drempel naar experimenteren wordt verlaagd, omdat falen in een vrijplaats vaak geen directe consequentie heeft.
Wie kan deze afbeelding toelichten?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor flow moet je ...
A
intrinsiek gemotiveerd zijn.
B
extrinsiek gemotiveerd zijn.
C
een gevoel van volledige controle hebben.
D
in het hier en nu zijn.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorwaarden aan flow:
  • Intrinsiek gemotiveerd
  • Uiterste doen (niet meer, niet minder)
  • Optimale arousal 
  • Correctie en anticipatie
  • Vaardigheid
  • Doelgerichtheid
  • In het hier en nu komen (mindfulness)
Kenmerken van flow:
  • Optimaal evenwicht tussen uitdaging en vaardigheden
  • Duidelijke doelen en feedback
  • Activiteit en bewustzijn
  • Volledige concentratie
  • Geen zelfbewustzijn
  • Gevoel van volledige controle
  • Geen besef van tijd

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies