In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 30 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Ik kan beschrijven waar natuurwetenschappen over gaan.
Ik kan met voorbeelden het verschil tussen natuurkunde, scheikunde uitleggen.
Ik kan uitleggen hoe rontgenstraling gebruikt wordt.
Uitleg middels lessonup
Nask H1.1 Een nieuw vak
U Lezen hoofdstuk 1.1 Een nieuw vak
Maken opdracht 1 t/m 11
Cornelnotes maken van h1.1
Hoe ging het?
Wat heb je geleerd?
Was het moeilijk - makkelijk?
Afmaken opdracht 1 t/m 11 van hoofdstuk 1.1 en de Cornell notes.
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Wat zijn natuurverschijnselen?
Slide 5 - Woordweb
Slide 6 - Tekstslide
Natuurkunde of scheikunde?
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Wilhelm Rontgen (1845-1923)
Ontdekker van rontgenstraling (waar hij geen patent op wilde)
noemde zijn ontdekking x-stralen
gevaren toen nog niet bekend, maar Wilhelm droeg uit voorzorg lood
won de eerste nobelprijs voor natuurkunde
Foto van hand genomen door Rontgen.
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Video
Nask gaat vaak over de levende natuur.
A
waar
B
niet waar
Slide 14 - Quizvraag
Je doet het licht aan als het donker wordt. Licht hoort bij nask.
A
waar
B
niet waar
Slide 15 - Quizvraag
Een stof verandert van toestand. Dat hoort bij ....
A
biologie
B
natuurkunde
C
scheikunde.
Slide 16 - Quizvraag
Als een stof verandert in andere stoffen, dan hoort dat bij ....
A
biologie
B
natuurkunde
C
scheikunde.
Slide 17 - Quizvraag
Bij welk vak hoort het verschijnsel:
Geluid
A
biologie
B
nask
Slide 18 - Quizvraag
Bij welk vak hoort het verschijnsel:
Een bloeiende bloem.
A
biologie
B
nask
Slide 19 - Quizvraag
Bij welk vak hoort het verschijnsel:
Hoe hout groeit.
A
biologie
B
nask
Slide 20 - Quizvraag
Bij welk vak hoort het verschijnsel:
Dat hout blijft drijven in water.
A
biologie
B
nask
Slide 21 - Quizvraag
Gaan de verschijnselen over de levende of de niet-levende natuur? In de verte fluit een vogel.
A
levende natuur.
B
niet-levende natuur.
Slide 22 - Quizvraag
Gaan de verschijnselen over de levende of de niet-levende natuur? Muziek komt uit een luidspreker.
A
levende natuur.
B
niet-levende natuur.
Slide 23 - Quizvraag
Gaan de verschijnselen over de levende of de niet-levende natuur? De zon schijnt iedere dag.
A
levende natuur.
B
niet-levende natuur.
Slide 24 - Quizvraag
Gaan de verschijnselen over de levende of de niet-levende natuur?
Tijdens een regenbui ontstaat een regenboog.
A
levende natuur.
B
niet-levende natuur.
Slide 25 - Quizvraag
Gaan de verschijnselen over de levende of de niet-levende natuur?
Carla ziet een regenboog.
A
levende natuur.
B
niet-levende natuur.
Slide 26 - Quizvraag
Je verbrandt aardgas.
Slide 27 - Tekstslide
Het gas verandert dan niet in andere stoffen.
A
waar
B
niet waar
Slide 28 - Quizvraag
Het verbranden van gas hoort bij het vak:
A
biologie
B
natuurkunde
C
scheikunde
Slide 29 - Quizvraag
Aan de slag
Maak opdracht 1 t/m 11
Ben je klaar begin met de Cornell aanteking.
Slide 30 - Tekstslide
Een smid smeedt een hoefijzer van ijzer. Natuurkunde of scheikunde? Leg uit.
Slide 31 - Woordweb
Een ei wordt hard in kokend water. Natuurkunde of scheikunde? Leg uit.
Slide 32 - Woordweb
Een lamp brandt als er elektriciteit doorheen gaat. Natuurkunde of scheikunde? Leg uit.
Slide 33 - Woordweb
Op een oud gebouw is een nieuw dak van koper gelegd. Enkele jaren later is het koper door invloed van regen en lucht groen geworden. Dit heet oxideren.
Slide 34 - Tekstslide
Oxideren hoort bij natuurkunde / scheikunde, want het koper van het dak is wel / niet veranderd in een andere stof.
A
natuurkunde, wel
B
natuurkunde, niet
C
scheikunde, wel
D
scheikunde, niet
Slide 35 - Quizvraag
Huiswerk
Schrijf op in je agenda:
Hoofdstuk 1.1 "Een nieuw vak"
Maak opdracht 1 t/m 11 en een cornell samenvatting.