1.1 De industriële revolutie WHSON

1.1 De industriële revolutie

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 2 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.1 De industriële revolutie

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Je kunt uitleggen wat industrialisatie is, welke oorzaken daarbij horen en welke gevolgen dit had voor steden en arbeiders.



1.1 De industriële revolutie

(blz: 17 t/m 25)


Maken: opdracht 1 t/m 10




Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van huisnijverheid

  • Werkplek en huis waren vaak dezelfde plaats

  • Het hele gezin hielp mee

  • Werktijden waren minder strak geregeld

  • De productie hing af van handwerk en tijd

Deze slide heeft geen instructies

Waarom veranderde dit?

De vraag naar producten groeide. Met huisnijverheid konden mensen niet snel genoeg veel goederen maken. Daarom kwam er behoefte aan nieuwe manieren van produceren met machines en grotere werkplaatsen.

Noem als voorbeelden kleding, ijzeren producten en andere dagelijkse goederen. Houd het eenvoudig: meer vraag leidde tot zoeken naar snellere productie.

Van huisnijverheid naar fabriek

  • Handwerk maakte plaats voor machinewerk

  • Kleine werkplaatsen werden grotere fabrieken

  • Productie werd sneller en goedkoper

  • Arbeid verhuisde van huis naar fabriek

Deze slide heeft geen instructies

Wat is industrialisatie?

  • Industrialisatie is de overgang van handwerk naar productie met machines.


  • Producten worden dan in fabrieken gemaakt

  • De productie wordt groter, sneller en vaak goedkoper

  • Dit proces hoort bij de industriële revolutie

Maak onderscheid tussen industriële revolutie en industrialisatie: de industriële revolutie is de grote veranderingstijd; industrialisatie is het proces van steeds meer produceren met machines.

Fabrieken veranderen het werk

  • In fabrieken stonden machines bij elkaar

  • Veel arbeiders werkten op één plek

  • Het werk kreeg vaste tijden en regels

  • De eigenaar bepaalde het tempo van de productie

Deze slide heeft geen instructies

Waarom waren fabrieken belangrijk?

  • Fabrieken konden veel meer produceren dan huisnijverheid

  • Machines namen een deel van het zware werk over

  • Producten werden goedkoper voor meer mensen

  • Grote bedrijven kregen meer invloed op de economie

Deze slide heeft geen instructies

De industriële revolutie

De industriële revolutie is de periode waarin machines, fabrieken en nieuwe productiewijzen de samenleving sterk veranderden. Het was niet één gebeurtenis, maar een ontwikkeling over langere tijd.

Benadruk verandering over tijd: van een landbouw- en handwerksamenleving naar een industriële samenleving.

Oorzaken van industrialisatie

  • Rond 1750 groeide de bevolking in Groot-Brittanië. Daar steeg de vraag naar producten.

  • Britse uitvinders bedachten een aantal machines om andere producten mee te maken.

  • Op het platteland waren er minder mensen nodig.

  • Britse ondernemers konden gemakkelijk aan goedkope grondstoffen komen.


In Nederland begon de industrialisatie zo'n 100 jaar later.

Noem geen ingewikkelde technische details. Het doel is dat leerlingen de hoofdoorzaken herkennen en kunnen benoemen.

Machines als motor van verandering

  • Nieuwe machines maakten sneller werken mogelijk

  • De stoommachine werd een belangrijk hulpmiddel

  • Productie werd minder afhankelijk van handkracht

  • Daardoor groeiden fabrieken snel

Als extra context kun je noemen dat stoomkracht veel machines kon aandrijven, waardoor grotere productie mogelijk werd.

Verstedelijking

Verstedelijking betekent dat steden groeien.


  • Door fabrieken verhuisden veel mensen naar de stad

  • In steden was meer werk te vinden

  • Zo veranderde de bevolking van het platteland naar de stad

Leg uit dat industrialisatie en verstedelijking sterk met elkaar verbonden zijn.

Gevolgen van de industrialisatie

  • Huisnijverheid verdween.

  • Mijnbouw en metaalindustrie werden heel belangrijk in de economie.

  • Veel producten werden goedkoper.

  • Bij mijnen en fabrieken ontstonden nieuwe steden en die groeiden snel.

  • Er werden 2 groepen belangrijk:

    • Ondernemers: mensen die de fabrieken bezaten.

    • Arbeiders: mensen die daar werkten.

  • Het milieu raakt op grote schaal vervuild. Fabrieken stootten vuile lucht uit.

Je kunt hier kort noemen dat snelle groei vaak leidde tot slechte woonomstandigheden, zonder te veel details vooruit te nemen van de arbeidersslides.

Het leven van arbeiders

  • Arbeiders verdienden vaak weinig geld

  • Ze hadden weinig invloed op hun werk

  • De omstandigheden in fabrieken waren vaak slecht

  • Veel gezinnen waren afhankelijk van dit loon

Houd het op hoofdlijnen. Vermijd te veel nieuwe details die niet nodig zijn voor deze les.

Verandering in de samenleving

Door de industriële revolutie veranderde niet alleen het werk, maar ook het dagelijks leven. Mensen woonden vaker in steden, werkten in fabrieken en leefden in een samenleving waarin machines steeds belangrijker werden.

Dit is een verbindende slide: laat zien dat economie, wonen en werken tegelijk veranderden.

Samenvatting

  • Huisnijverheid was kleinschalig handwerk in huis

  • Industrialisatie bracht machines en fabrieken

  • Oorzaken waren onder andere vraag, machines en investeringen

  • Verstedelijking groeide door werk in de stad

  • Arbeiders kregen een belangrijke plaats in de fabriekssamenleving

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

huisnijverheid - productie van goederen in huis met handwerk

fabriek - grote werkplaats waar veel mensen met machines werken

industrialisatie - overgang van handwerk naar productie met machines

industriële revolutie - periode van grote verandering door machines en fabrieken

verstedelijking - groei van steden doordat meer mensen er gaan wonen

arbeider - iemand die voor loon werkt, vaak in een fabriek

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies