Les 1 Verbrandingsproducten

Deze les
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Deze les

Slide 1 - Tekstslide

  • Er moet een brandstof aanwezig zijn, bijvoorbeeld aardgas.
  • Je moet zuurstof (O2) toevoegen.
4.1 Verbrandingsproducten
Als je een stof gaat verbranden zijn er altijd drie voorwaarden waaraan voldaan moet worden:
  • En er is een ontbrandingstemperatuur aanwezig.
  • De ontbrandingstemperatuur is nodig om de verbranding te kunnen starten. 

Slide 2 - Tekstslide

  • Bij de verbranding van koolstof ontstaat koolstofdioxide.
  • C (s) + O2 (g) → CO2 (g)
  • Bij de verbranding van zwavel ontstaat zwaveldioxide.
  • S (s) + O2 (g) → SO2 (g)
  • Bij de verbranding van waterstof ontstaat water.
  • 2 H2 (g) + O2 (g) → 2 H2O (l)
4.1 Verbrandingsproducten
Bij de verbranding van stoffen ontstaan de oxiden van de elementen die in die stoffen zitten.

Slide 3 - Tekstslide

Je gebruikt een reagens om een stof aan te tonen.
Een reagens moet gevoelig en selectief zijn:
  • Een gevoelig reagens toont een kleine hoeveelheid van een stof aan.
  • Een selectief reagens toont slechts weinig stoffen aan.
  • Hoe selectiever en gevoeliger, hoe beter het reagens.
4.1 Verbrandingsproducten

Slide 4 - Tekstslide

4.1 Verbrandingsproducten
Demo 1: De verbranding van koolstof

Slide 5 - Tekstslide

4.1 Verbrandingsproducten
Demo 2: De verbranding van zwavel
zwavel
joodwater

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

AFSLUITING

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video