Word order uitleg klas 1

Yesterday...
Maak van elke zin een vraagzin en een ontkenning

1. Peter's break starts at 12pm
2. They are going to school
3. I have got PE at 3 o'clock
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Yesterday...
Maak van elke zin een vraagzin en een ontkenning

1. Peter's break starts at 12pm
2. They are going to school
3. I have got PE at 3 o'clock

Slide 1 - Tekstslide

Yesterday...
1. Peter's break starts at 12pm
Does Peter's break start at 12 pm?
Peter's break doesn't/does not start at 12pm.

2. They are going to school
Are they going to school?
They are not/aren't going to school

3. I have got PE at 3 o'clock
Have I got PE at 3 o'clock?
I haven't/have not got PE at 3 o'clock

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Woordvolgorde + bijwoorden van frequentie

Slide 4 - Tekstslide

Wie doet wat waar wanneer?
             O              ww              lv             plaats                    tijd

Slide 5 - Tekstslide

Stappenplan:
1. onderwerp                         WIE
2. werkwoord(en)               DOET
3. lijdend voorwerp            WAT
4. plaats                                  WAAR
5. tijd                                        WANNEER

De tijd kan ook aan het begin van de zin worden gezet!

Slide 6 - Tekstslide

EXAMPLE:
Peter liep vanmiddag samen met Patrick naar zijn huis.
Peter walked together with Patrick to his house this afternoon.
This afternoon Peter walked together with Patrick to his house.

Slide 7 - Tekstslide

TIP!
Zet de werkwoorden van de zin bij elkaar!

Ik heb tot nu toe heel veel friet gegeten.
I have eaten a lot of fries up to now.

Slide 8 - Tekstslide

Adverbs of frequency

Geven aan hoe vaak iets gebeurt:

Never, rarely, sometimes, usually, often, always

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Choose the sentence with the correct word order.
A
He bought a car yesterday in London.
B
He bought a car in London yesterday.
C
Yesterday he bought a car in London.
D
Yesterday in London he bought a car.

Slide 13 - Quizvraag

Is the Word Order correct?
I bought this jacket in England a few years ago.
A
correct
B
wrong

Slide 14 - Quizvraag

Choose the sentence with the correct word order.
A
He swims every day in the canal.
B
He swims in the canal every day.

Slide 15 - Quizvraag

Is the Word Order correct?
I drink every day three cups of coffee.
A
correct
B
wrong

Slide 16 - Quizvraag

Zet de woorden in de juiste volgorde. Schrijf ze op in je schrift
1. is singing - right now - in the shower - David - a song
2. Mondays - do - like - not - I
3.  don't - at - sleep - night - Cats 
4.  stay up late - on weekdays - My parents
5.  reporter - at the moment - The - is - to his car - running 



Slide 17 - Tekstslide

More practice

Ga naar de online methode en maak de opdrachten van Chapter 2 > Onderdeel I: Writing & Grammar

Extra oefening: IL>Planner>Week 4> Word order

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video


                              Well done!

Slide 23 - Tekstslide