6.2 toets voorbereiding

6.2 toets voorbereiding
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

6.2 toets voorbereiding

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de bijwoordelijke bepaling/wat zijn de bijwoordelijke bepalingen in deze zin?

Met zijn zakmes sneed hij het brood.

Slide 2 - Open vraag

Wat is de bijwoordelijke bepaling/wat zijn de bijwoordelijke bepalingen in deze zin?

Hij is op de fiets gekomen.

Slide 3 - Open vraag

Wat zijn de bijwoordelijke bepalingen van deze zin?

Slide 4 - Open vraag

Uitleg Voorzetsels en vaste voorzetsels bij werkwoorden 

Slide 5 - Tekstslide

Bijwoordelijke bepaling (bwb)
  1. waar= bijwoordelijke bepaling van plaats
  2. wanneer= bijwoordelijke bepaling van tijd
  3. hoe = bijwoordelijke bepaling van reden
  4. waarom

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de bijwoordelijke bepaling?

Gisteren hebben we de bijwoordelijke bepaling behandeld.
A
gisteren
B
we
C
de bijwoordelijke bepaling
D
hebben behandeld

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de bijwoordelijke bepaling/wat zijn de bijwoordelijke bepalingen in deze zin?

Ik heb alles aan mijn vriendin verteld.
A
aan mijn vriendin
B
ik
C
alles
D
er is in deze zin geen bijwoordelijke bepaling

Slide 8 - Quizvraag

Grammatica zinsdelen
  1. Maak een lijstje van de zinsdelen die je nu al kent.
  2. Noteer hoe je deze zinsdelen kunt benoemen. 

Slide 9 - Tekstslide

zinsdelen

Slide 10 - Tekstslide

Zinsdelen
Zet strepen tussen de zinsdelen.

Slide 11 - Tekstslide

Een samengestelde zin kan bestaan uit:
- twee of meer samengevoegde hoofdzinnen (hoofdzin + hoofdzin);

- een hoofdzin met een of meer bijzinnen erin (bijzin + hoofdzin);

- een of meer hoofdzinnen met een of meer bijzinnen erin (hoofdzin + hoofdzin + bijzin). (hoofdzin+bijzin+bijzin)

Slide 12 - Tekstslide

Hoofdzin en bijzin

Slide 13 - Tekstslide

Hoofdzin + bijzin / bijzin + hoofdzin
Hoofdzin + bijzin?
Een bijzin is geen aparte zin. Deze kan niet los voorkomen. Hij is onderdeel van de gehele zin.

Ik geef morgen een feestje, omdat ik bijna jarig ben.

  • Ik geef morgen een feestje = hoofdzin
  • (omdat) ik bijna jarig ben = bijzin (zonder hoofdzin is dit geen goede zin)

Slide 14 - Tekstslide

Succes met de toets!!
Vul eerst alle gegevens in op het voorblad. Let op voor- en achternaam.
Lees de vragen goed!
Stel een vraag als het echt niet lukt.

Slide 15 - Tekstslide