In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 10 min
Onderdelen in deze les
Decimale getallen
handig optellen en aftrekken
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Decimale getallen
handig optellen en aftrekken
Slide 2 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Decimale getallen
handig optellen en aftrekken
Slide 3 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Doelen
Je kunt sommen met decimale getallen cijferend uitrekenen.
Je kent een handige manier om sommen met decimale getallen snel uit te rekenen.
Slide 4 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet je over decimale getallen?
Slide 5 - Woordweb
Voorbeelden: Getal met een komma. Geldbedragen zijn getallen met 2 decimalen. Een getal met meer decimalen is niet per se een groter getal. Een nul achter de komma toevoegen heeft geen invloed op de waarde. Tienden, honderdsten, duizendsten.
Cijferend rekenen
Zorg bij decimale getallen dat de komma's recht onder elkaar staan,
en reken de som onder de streep uit.
Je mag achter de komma altijd een extra nul aan het eind zetten,
om het aantal decimalen gelijk te maken.
34,80 2,55 _______+ 37,35
Slide 6 - Tekstslide
Voor een meer uitgebreide uitleg, zie de voorgaande les over optellen en aftrekken.
Reken cijferend uit:
2,568 + 5,29 =
Slide 7 - Open vraag
Zet de komma's recht onder elkaar. Je mag een extra 0 aan het eind toevoegen om het aantal decimalen gelijk te maken.
Reken cijferend uit:
6,47 - 3,253 =
Slide 8 - Open vraag
Zet de komma's recht onder elkaar. Je mag een extra 0 aan het eind toevoegen om het aantal decimalen gelijk te maken.
Handig rekenen
Reken een som snel uit door eerst een decimaal getal af te ronden.
Bijvoorbeeld 2,50 + 1,99 = ? Het is makkelijker om met ronde getallen te rekenen. Van 1,99 maak je 2. 2,50 + 2 = 4,50 Je hebt 0,01 teveel erbij opgeteld, dus dat haal je weer van het antwoord af. 4,50 - 0,01 = 4,49
Slide 9 - Tekstslide
Dit werkt vooral voor getallen die al dicht bij een rond getal liggen.
4,36 + 5,02 =
Welke berekening is goed?
A
4,36 + 5,00 - 0,02 =
B
4,36 + 5,00 + 0,02 =
Slide 10 - Quizvraag
Je maakt van 5,02 een rond getal: 5,00. Als je 5,00 bij 4,36 optelt, heb je er 0,02 te weinig opgeteld. Die moet je er dan later weer bij optellen.
2,83 - 0,99 =
Welke berekening is goed?
A
2,83 - 1,00 + 0,01=
B
2,83 - 1,00 - 0,01 =
Slide 11 - Quizvraag
Je maakt van 5,02 een rond getal: 5,00. Als je 5,00 bij 4,36 optelt, heb je er 0,02 te weinig opgeteld. Die moet je er dan later weer bij optellen.
Reken handig uit: 8,7 + 0,99 =
Slide 12 - Open vraag
Rond 0,99 af naar 1. Dan heb je 8,7 + 1 = 9,7. Je hebt 0,01 teveel erbij opgeteld, dus die moet je er weer vanaf halen: 9,7 - 0,01 = 9,69.
Je mag altijd het aantal decimalen gelijk maken door aan het eind een nul toe te voegen.
Momentje nadenken
Slide 13 - Tekstslide
Wat heb je geleerd? Heb je de regels goed genoteerd? Welke vragen heb je nog? Die kun je bij de volgende dia invullen.