H4.4 Camera's

H4 Camera's
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H4 Camera's

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat er met het beeld van een voorwerp gebeurt als lichtstralen door een heel klein gaatje gaan.
  • Je kunt uitleggen hoe een lens werkt.
  • Je kunt beschrijven wat het verschil is tussen de werking van bolle en holle lenzen.
  • Je kunt in een tekening het voorwerp, het brandpunt en het beeldpunt benoemen.

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt met een formule werken om vergrotingen of afstanden van het beeld of de vergroting te berekenen.
  • Je kunt tekenen hoe door een voorwerp weerkaatste lichtstralen via een lens een scherp beeld op een projectievlak opleveren.

Slide 3 - Tekstslide

Camera obscura

Slide 4 - Tekstslide

Een camera obscura is in de basis een “donkere kamer” voorzien van een gat, waardoor licht binnen kan vallen (gaatjescamera).
 Hierdoor wordt een beeld gevormd in de doos.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Groot diafragma, klein getal 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Scherptediepte
Diepte die ontstaat, in bijvoorbeeld een foto of een schilderij, doordat sommige onderdelen scherp zijn (en dus dichtbij lijken) en andere onderdelen vaag (en dus veraf lijken).

Slide 9 - Tekstslide

Met het diafragma wordt de hoeveelheid... geregeld
A
vergroting
B
licht

Slide 10 - Quizvraag

Een camera obscura geeft een scherp beeld
A
bij een klein diafragma
B
bij een groot diafragma
C
bij een kleine pupil
D
bij een grote pupil

Slide 11 - Quizvraag

Breking van lichtstralen
Als licht van de ene stof naar een andere stof gaat 
kan het licht 'breken'. 

Dat betekent dat de lichtstraal van richting verandert.
De volgende video legt je er alles over uit.


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Lenzen
Lenzen kunnen we gebruiken om te vergroten, te verkleinen en/of een scherp beeld te vormen.
Twee soorten lenzen:
  • Bolle lenzen
  • Holle lenzen

Slide 14 - Tekstslide

Lenzen

Slide 15 - Tekstslide

Positieve lenzen

Slide 16 - Tekstslide

verschil in sterkte bolle lenzen

Slide 17 - Tekstslide

Negatieve lenzen

Slide 18 - Tekstslide

Een bolle lens noemen wij ook wel een ....... lens en heeft een ....... werking.
A
Negatieve - divergerende
B
Negatieve - convergerende
C
Positieve - divergerende
D
Positieve - convergerende

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Brandpunts-, voorwerp- en beeldafstand
Hoofdas-----

Slide 21 - Tekstslide

Lenzenformule
Met behulp van constructie kun je de beeldafstand, voorwerpafstand of brandspuntsafstand van een lens bepalen.

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
  1. Pak een geodriehoek, potlood en een schrift.
  2. Teken een hoofdas met een positieve lens.
  3. Teken de brandpunten op 2 centimeter van de lens.
  4. Teken een 2 centimeter grote pijl met een voorwerpafstand van 3 centimeter aan de linker kant van de lens. De onderkant van de pijl raakt de hoofdas.
  5. Teken de 3 constructiestralen en bepaal de beeldafstand.

Klaar? Bepaal de vergroting.


Slide 23 - Tekstslide

Lenzenformule
Met de lenzenformule kun je de brandpuntsafstand (f), de voorwerpafstand (v) of de beeldafstand (b) berekenen als je twee van de drie gegevens hebt.

Slide 24 - Tekstslide

Voorbeeldopgave
Een boom staat op 45m van een camera, deze camera heeft een brandpuntsafstand van 50mm.
Bereken de beeldsafstand.

1/f = 1/b + 1/v
1/b = 1/f - 1/v
1/b = 1/0,050 - 1/45 = 19,9778
b = 1/19,9778= 0,05006m
Let op!
Je wil uiteindelijk de beeldsafstand uitrekenen en niet 1/b.

Slide 25 - Tekstslide

Vergrotingen berekenen


M = vergroting (magnification)
b = beeldafstand = afstand beeld tot lens
v = voorwerpafstand = afstand voorwerp tot lens
B = beeldgroote = groote van beeld
V = voorwerpgroote = groote van voorwerp
M=vb
M=VB

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

De lenzenformule kun je op de volgende manieren schrijven:
A
f1=v1+b1
B
b1=f1+v1
C
v1=f1b1

Slide 28 - Quizvraag

Wat is een loep?


Slide 29 - Tekstslide

Loep
Een loep (vergrootglas) vergroot objecten. 
Voorwerp staat tussen de lens en het brandpunt.
Je ziet het virtuele beeld.
Bij v=f geen beeld

Slide 30 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat er met het beeld van een voorwerp gebeurt als lichtstralen door een heel klein gaatje gaan.
  • Je kunt uitleggen hoe een lens werkt.
  • Je kunt beschrijven wat het verschil is tussen de werking van bolle en holle lenzen.
  • Je kunt in een tekening het voorwerp, het brandpunt en het beeldpunt benoemen.

Slide 31 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt met een formule werken om vergrotingen of afstanden van het beeld of de vergroting te berekenen.
  • Je kunt tekenen hoe door een voorwerp weerkaatste lichtstralen via een lens een scherp beeld op een projectievlak opleveren.

Slide 32 - Tekstslide

Je mag nu aan de slag met extra opgaven.

Slide 33 - Tekstslide