Natuur - Genetica

Voordat we beginnen:

Goed voorbereid op de PABO
Studio PABO 

Voor tips, video's & oefenmateriaal
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Zaakvakcursus natuur & techniekHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Voordat we beginnen:

Goed voorbereid op de PABO
Studio PABO 

Voor tips, video's & oefenmateriaal

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?
Wat gaan we doen vandaag?
1. Evolutie
- Survival of the fittest
- natuurlijke en kunstmatige selectie
2. Genetica en erfelijkheid
- Mitose en meiose
- Genen en eigenschappen
- erfelijkheid
- Genen en mutaties

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evolutie

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evolutie
Evolutie is het proces waarin alle organismen (alles wat leeft) langzaam veranderen van kenmerken.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Charles Darwin
De theorie legt uit hoe planten, dieren en zelfs de mens zijn ontstaan uit een voorouder en zich dankzij natuurlijke selectie aan hun omgeving hebben aangepast. 
  • Bijvoorbeeld giraffen met  lange nekken
  • Vinken van de Galapagos-eilanden zien er verschillend uit, dit komt door het voedsel op de verschillende eilanden. 


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Natuurlijke selectie
= Door natuur gemaakte selectie --> Grote biodiversiteit
- Survival of the fittest 

 
Kunstmatige selectie
= Door de mens gemaakte selectie
- selectief fokken

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld kunstmatige selectie:
Snoeptomaatjes zijn speciaal gefokt en daarom zijn ze zo klein.


A
nee
B
kunstmatige selectie
C
natuurlijke selectie

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Survival of the fittest
= de natuurlijke selectie die optreedt door het overleven van het nageslacht van de best aangepaste binnen een populatie
Survival of the fittest

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het beste voorbeeld van 'Survival of the fittest'?
A
Als een kudde gazellen wordt belaagd, zijn de oudsten meestal de prooi.
B
De rupsen die lijken op de boomschors, worden zelden gegeten door vogels
C
Door het koude voorjaar overleeft alleen het oudste jong van het nest

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Evolutie door isolatie

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Genetica en stambomen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genen
3 termen die je moet kennen​

Genotype: Genen die de eigenschappen bepalen

Fenotype: eigenschappen die waargenomen kunnen worden

Mutatie: Door een foutje in het delen, kan de werking van het gen veranderen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A. een verschillend genotype en een verschillend fenotype. 

B. hetzelfde genotype en hetzelfde fenotype. 

 C. een verschillend genotype, maar hetzelfde fenotype.

 D. hebben hetzelfde genotype, maar een verschillend fenotype.  
Twee knollen van dezelfde aardappelplant worden volgens bovenstaand schema geplant en geteeld op twee verschillende plaatsen. Wat valt er te zeggen over het genotype en het fenotype van deze twee nieuwe aardappelplanten? De twee planten hebben..  

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
een verschillend genotype en een verschillend fenotype.
B
hetzelfde genotype en hetzelfde fenotype.
C
een verschillend genotype, maar hetzelfde fenotype.
D
hebben hetzelfde genotype, maar een verschillend fenotype.

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mitose: alle lichaamscellen 
Meiose: voortplantingscellen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel chromosomen heeft elke lichaamscel van een muis?
A
10
B
20
C
40
D
80

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijkheid 
Man of vrouw?
X      X          X    Y 
Moeder: X
Vader: X/Y

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijk
Heterozygoot: twee verschillende genen voor dezelfde eigenschap
Homozygoot: twee dezelfde genen voor dezelfde eigenschap

Dominant (sterker) wint altijd van recessief 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen
Een heterozygote man met bruine ogen en een homozygote vrouw met blauwe ogen gaan voortplanten. Wat is de kans dat hun kind blauwe ogen krijgt?
(Bruin is dominant en blauw is recessief)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stambomen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenvraag
Dirk heeft de ziekte van Marfan. Zijn  genotype voor deze ziekte is dat hij 1 gen heeft dat de ziekte veroorzaakt en 1 gen dat normaal werkt. Zijn vrouw heeft de ziekte niet. Zij willen graag samen een kind. Hoe groot is de kans dat hun kind de ziekte erft?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe groot is de kans dat hun kind de ziekte erft?
A
0%
B
25%
C
50%
D
100&

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Extra leren
mitose en meiose:  
https://www.youtube.com/watch?v=zrKdz93WlVk 
Kruistabellen oefenen: https://biologiepagina.nl/Havo4/4Erfelijkheid/Oefenen.htm 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B.4.6
De aspirant-student kan het ontstaan van geslachtscellen beschrijven aan de hand van het verschil tussen een dubbele set en een enkelvoudige set chromosomen en de rol van chromosomen bij het overdragen van erfelijke eigenschappen op nakomelingen toelichten. Meiose (vorming chromosoomparen), DNA, gen, erfelijke eigenschappen, erfelijkheid (dominant, recessief), X- en Y- chromosoom 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B.5.5
 De aspirant-student kan uitleggen dat de erfelijke aanleg en de interactie met de omgeving de ontwikkeling van een organisme bepalen. Fenotype, genotype, erfelijke aanleg 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B.5.6
De aspirant-student kan beschrijven hoe soorten evolueren: genetische variatie in een veranderende omgeving leidt tot (natuurlijke) selectie, waarbij beter aangepaste organismen meer kans hebben op overleving en voortplanting. Darwin, evolutie, biodiversiteit, fossiel, natuurlijke selectie, isolatie, genetische variatie, mutatie, genetische modificatie, kunstmatige selectie 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies