Van inkoopfactuurprijs naar consumentenprijs Uitgeversgroep versie

Inkoopfactuurprijs --> consumentenprijs
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Inkoopfactuurprijs --> consumentenprijs

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Voorkennis checken
  • Uitleggen inkoopfactuurprijs 
  • Uitleg consumentenprijs
  • Examen inplannen

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les kun je:

  • van de inkoopfactuurprijs naar de consumentenprijs rekenen
  • BTW berekeningen toepassen
  • brutowinst berekeningen toepassen

Slide 3 - Tekstslide

De nettoverkoopprijs van een schoenenkastje bij de Ikea is
€ 65,-. Het BTW tarief is hoog. De consumentenprijs is dan:

A
59,63
B
53,72
C
78,65
D
70,85

Slide 4 - Quizvraag

De consumentenprijs van een paar Adidas sneakers is € 69,95. Het BTW tarief is hoog. De netto-verkoopprijs is dan:
A
55,26
B
57,81

Slide 5 - Quizvraag

De inkoopprijs van een leren schoudertas is € 42,50. De winkelier wil graag een winst maken van 25% van de inkoopprijs.

Bereken de brutowinst en de nettoverkoopprijs.

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

De inkoopprijs van een pak hagelslag is
€ 0,24. De winkelier rekent met een brutowinst van 20% van de nettoverkoopprijs. Bereken de brutowinst en de nettoverkoopprijs.

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

De nettoverkoopprijs van een Samsung S20 is € 190,-. De brutowinst op deze telefoon bedraagt € 35,-. Bereken de brutowinst in procenten van de inkoopprijs en in procenten van de nettoverkoopprijs. Er zijn dus 2 antwoorden goed!
A
18,4%
B
16,3%
C
19,1%
D
22,6%

Slide 10 - Quizvraag

Brutowinst in procenten van de verkoopprijs: 

Wat : van x 100%

brutowinst = € 35,-
verkoopprijs = € 190,-

35 : 190 x 100%

18,4%
Brutowinst in procenten van de inkoopprijskoopprijs:

Wat : van x 100%

brutowinst = € 35,-
inkoopprijs = €190 -€ 35 = 
€ 155,-
35 : 155 x 100%

22,6%

Slide 11 - Tekstslide

De inkoopfactuurprijs is:
A
de inkoopprijs inclusief BTW
B
De prijs die de winkelier betaald bij de groothandel
C
De prijs die de winkelier betaald aan de leverancier

Slide 12 - Quizvraag

euro
%
inkoopprijs
3,50
BTW
9%
Inkoopfactuurprijs
100%
€ 3,82
€ 0,32
109%

Slide 13 - Sleepvraag

Inkoopfactuurprijs --> consumentenprijs
Inkoopfactuurprijs: de inkoopprijs inclusief BTW (deze betaal je aan de kassa van de groothandel)
BTW: De BTW over de inkopen mag je terugvragen aan de belastingdienst


--> Hoe maak je van de inkoopfactuurprijs een consumentenprijs?

Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld

De inkoopfactuurprijs van een potje nagellak is € 1,90. Het BTW tarief is hoog. De winkelier rekent met een brutowinst van € 0,20.

Bereken de consumentenprijs.
Uitleg: 
Om de consumentenprijs te berekenen gebruiken we 3 rijtjes:


De inkoopprijs is zonder BTW!
Je ziet dus dat je voor het berekenen van de consumentenprijs de inkoopprijs exclusief btw nodig hebt. 
1
2
3

Slide 15 - Tekstslide

stap 1
Omdat je de inkoopprijs nodig hebt om verder te rekenen ga je deze als eerste berekenen. 
De inkoopfactuurpprijs is bekend. Hier moet je dus de BTW uithalen. 


Stap 2
Je weet nu de inkoopprijs en de brutowinst. Je kunt met deze gegevens de nettoverkoopprijs berekenen.




stap 3
Wanneer je de nettoverkoopprijs weet kun je ook de consumentenprijs berekenen.





Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag!

Maak de Casus van De Duurzame Buurtwinkel en de Trendy Kledingzaak.

Slide 17 - Tekstslide

Evaluatie
Jij kunt nu:

  • van de inkoopfactuurprijs naar de consumentenprijs rekenen
  • BTW berekeningen toepassen
  • brutowinst berekeningen toepassen

Slide 18 - Tekstslide