Placematten - Voorstelling en vormgeving (groepjes)
Kijken naar kunst (samen)
Examen zoek vraag (2 tallen)
Toets, tips & tricks (samen)
30seconds (groepjes)
Syllabus (alleen)
Mappen uitpluizen (alleen)
Planning
W15: Examen training
W16: Examen training W 17: Meivakantie W18: Meivakantie W19: Centraal Examen
26 mei Centraal Examen Tekenen
Slide 2 - Tekstslide
Placematten
VIM - Mevrouw Vissers
Slide 3 - Tekstslide
Vormgeving
Aspecten
Vorm
Kleur
Licht
Ruimte
Compositie
Vorm — Een beeldend kunstwerk kan ruimtelijk zijn (beeldhouwwerk, installatie) of plat (schilde- rij, foto). In beide gevallen is het kunstwerk onder meer samengesteld uit vormen. De vormen kunnen figuratief zijn of volledig abstract. Als vormsoorten onderscheiden we geometrisch (wiskundige vormen) organisch (vloeiende vormen die doen denken aan de natuur) en gestileerd (sterk ver- eenvoudigde, geabstraheerde, maar nog steeds herkenbare vormen). <div><br></div><div><br></div>
Kleur — We onderscheiden verschillende soorten<div>kleuren. De primaire kleuren zijn geel, rood en</div><div>blauw. Als je twee primaire kleuren mengt, krijg</div><div>je de secundaire kleuren oranje, paars en groen.</div><div>Primaire en secundaire kleuren noem je zuivere</div><div>kleuren. Als je alle drie primaire kleuren mengt,</div><div>krijg je minder zuivere kleuren. Kleurcontrasten</div><div>zijn tegenstellingen tussen kleuren. Deze con-</div><div>trasten vallen op en werken als blikvanger. Het</div><div>contrast van kleuren die in de kleurencirkel recht</div><div>tegenover elkaar staan, noem je een complementair</div><div>contrast: blauw – oranje, rood – groen en geel –</div><div>paars. Kleuren waarin de component blauw overheerst zijn koude kleuren, overheerst rood of geel,</div><div>dan spreek je van warme kleuren. Als koude kleuren</div><div>tegenover warme kleuren zijn geplaatst, heet dit</div><div>een warm-koud contrast. Zwart en wit zijn geen</div><div>kleuren, maar kunnen wel een rol spelen bij het</div><div>lichter en donkerder maken van kleuren. Het</div><div>contrast tussen lichte en donkere kleuren noem je licht-donker contrast</div>
Licht — Een ruimtelijk werk ziet er anders uit<div>bij veranderende lichtval. Dat merk je zeker als</div><div>het werk buiten staat. In tweedimensionaal werk,</div><div>zoals een foto, schilderij of tekening, kan sprake</div><div>zijn van het weergeven van licht en schaduw.</div><div>Eigenschaduw is schaduw die je ziet op de niet-</div><div>belichte kant van een object. Eigenschaduw</div><div>verhoogt de plasticiteit. Slagschaduw is de</div><div>schaduw van een object op een ondergrond of</div><div>ander object. Sterke contrasten tussen licht en</div><div>donker in een tweedimensionaal werk noem je clair-obscur</div>
Ruimte — Driedimensionale kunstwerken nemen<div>letterlijk ruimte in. Je kunt er omheen lopen en</div><div>het werk analyseren in relatie tot zijn omgeving.</div><div>Een sokkel is vaak bedoeld om wat meer afstand</div><div>tussen object en omgeving te bewerkstelligen.</div><div>In een tweedimensionaal werk kan hooguit sprake</div><div>zijn van ruimtesuggestie. Er zijn verschillende</div><div>manieren om in tweedimensionale kunstwerken</div><div>ruimtelijkheid te suggereren:</div><div>Kleurperspectief — wat dichtbij is heeft fellere,<br></div><div>zuiverder, kleuren dan wat ver weg is.</div><div>Lijnperspectief — een wiskundig onderbouwde<br></div><div>techniek om diepte te suggereren door lijnen die</div><div>naar een verdwijnpunt toelopen en voorwerpen</div><div>die naar de horizon toe verkleind worden.</div><div>Groot-klein — de voorwerpen of onderwerpen<br></div><div>op de voorgrond worden groter afgebeeld dan</div><div>voorwerpen die verder weg staan.</div><div>Overlapping— het ene voorwerp staat voor,<br></div><div>en overlapt, het andere voorwerp.</div><div>Eigenschaduw — verhoogt de plasticiteit</div><div>van objecten.</div><div>Afsnijding — de voorstelling lijkt door te lopen</div><div>buiten de rand van de afbeelding. Hierdoor</div><div>ontstaat de suggestie dat er meer ruimt is dan afgebeeld</div>
A
B
C
Voorstelling
De voorstelling is dat wat er op het kunstwerk te zien is en wat het voorstelt.
.
Voorstelling
waar gaat het over/inhoud
/verhaal/thema/boodschap of concept
Betekenis
Wat is het idee, doel, inhoud, invloed
<div><ul><li>Voor de kunstenaar<br></li><li>Voor jou<br></li><li>Voor het publiek toen<br></li><li>Voor het publiek nu<br></li><li>Cultureel<br></li><li>Historisch<br></li><li>Maatschappelijk<br></li><li>Economisch <br></li><li>Religieus<br></li></ul></div>
<div><div>Compositie — De ordening van alle vormgevings-</div></div><div>aspecten in een kunstwerk heet compositie. In</div><div>beperktere zin betekent het woord ook vlak-</div><div>verdeling. Er zijn verschillende termen om</div><div>deze vlakverdeling te benoemen. De driehoeks-</div><div>compositie en symmetrische compositie staan</div><div>voor evenwicht, de asymmetrische en diagonaal-</div><div>compositie zijn dynamisch. Bij een overall-</div><div>compositie is er geen specifiek punt in het beeld-</div><div>vlak waar alle aandacht naartoe trekt. In ruimere</div><div>zin is compositie de wijze waarop de kunstenaar</div><div>aandacht van de kijker stuurt. Niet alleen vlak-</div><div>verdeling, maar ook blikrichtingen, gebaren en</div><div>perspectief kunnen daaraan een bijdrage leveren.</div>
kleding, landschap, mimiek, naar de fantasie, naar de waarneming,
portret, stilleven, vertellend,
vereenvoudigd, abstract, realistisch.
Slide 5 - Tekstslide
Vormgeving
Aspecten
Vorm
Kleur
Licht
Ruimte
Compositie
Vorm — Een beeldend kunstwerk kan ruimtelijk zijn (beeldhouwwerk, installatie) of plat (schilde- rij, foto). In beide gevallen is het kunstwerk onder meer samengesteld uit vormen. De vormen kunnen figuratief zijn of volledig abstract. Als vormsoorten onderscheiden we geometrisch (wiskundige vormen) organisch (vloeiende vormen die doen denken aan de natuur) en gestileerd (sterk ver- eenvoudigde, geabstraheerde, maar nog steeds herkenbare vormen). <div><br></div><div><br></div>
Kleur — We onderscheiden verschillende soorten<div>kleuren. De primaire kleuren zijn geel, rood en</div><div>blauw. Als je twee primaire kleuren mengt, krijg</div><div>je de secundaire kleuren oranje, paars en groen.</div><div>Primaire en secundaire kleuren noem je zuivere</div><div>kleuren. Als je alle drie primaire kleuren mengt,</div><div>krijg je minder zuivere kleuren. Kleurcontrasten</div><div>zijn tegenstellingen tussen kleuren. Deze con-</div><div>trasten vallen op en werken als blikvanger. Het</div><div>contrast van kleuren die in de kleurencirkel recht</div><div>tegenover elkaar staan, noem je een complementair</div><div>contrast: blauw – oranje, rood – groen en geel –</div><div>paars. Kleuren waarin de component blauw overheerst zijn koude kleuren, overheerst rood of geel,</div><div>dan spreek je van warme kleuren. Als koude kleuren</div><div>tegenover warme kleuren zijn geplaatst, heet dit</div><div>een warm-koud contrast. Zwart en wit zijn geen</div><div>kleuren, maar kunnen wel een rol spelen bij het</div><div>lichter en donkerder maken van kleuren. Het</div><div>contrast tussen lichte en donkere kleuren noem je licht-donker contrast</div>
Licht — Een ruimtelijk werk ziet er anders uit<div>bij veranderende lichtval. Dat merk je zeker als</div><div>het werk buiten staat. In tweedimensionaal werk,</div><div>zoals een foto, schilderij of tekening, kan sprake</div><div>zijn van het weergeven van licht en schaduw.</div><div>Eigenschaduw is schaduw die je ziet op de niet-</div><div>belichte kant van een object. Eigenschaduw</div><div>verhoogt de plasticiteit. Slagschaduw is de</div><div>schaduw van een object op een ondergrond of</div><div>ander object. Sterke contrasten tussen licht en</div><div>donker in een tweedimensionaal werk noem je clair-obscur</div>
Ruimte — Driedimensionale kunstwerken nemen<div>letterlijk ruimte in. Je kunt er omheen lopen en</div><div>het werk analyseren in relatie tot zijn omgeving.</div><div>Een sokkel is vaak bedoeld om wat meer afstand</div><div>tussen object en omgeving te bewerkstelligen.</div><div>In een tweedimensionaal werk kan hooguit sprake</div><div>zijn van ruimtesuggestie. Er zijn verschillende</div><div>manieren om in tweedimensionale kunstwerken</div><div>ruimtelijkheid te suggereren:</div><div>Kleurperspectief — wat dichtbij is heeft fellere,<br></div><div>zuiverder, kleuren dan wat ver weg is.</div><div>Lijnperspectief — een wiskundig onderbouwde<br></div><div>techniek om diepte te suggereren door lijnen die</div><div>naar een verdwijnpunt toelopen en voorwerpen</div><div>die naar de horizon toe verkleind worden.</div><div>Groot-klein — de voorwerpen of onderwerpen<br></div><div>op de voorgrond worden groter afgebeeld dan</div><div>voorwerpen die verder weg staan.</div><div>Overlapping— het ene voorwerp staat voor,<br></div><div>en overlapt, het andere voorwerp.</div><div>Eigenschaduw — verhoogt de plasticiteit</div><div>van objecten.</div><div>Afsnijding — de voorstelling lijkt door te lopen</div><div>buiten de rand van de afbeelding. Hierdoor</div><div>ontstaat de suggestie dat er meer ruimt is dan afgebeeld</div>
A
B
C
Vormgeving
De vormgeving is hoe het kunstwerk
opgebouwd, met vorm, licht, kleur, ruimte en compositie
.
Voorstelling
waar gaat het over/inhoud
/verhaal/thema/boodschap of concept
Betekenis
Wat is het idee, doel, inhoud, invloed
<div><ul><li>Voor de kunstenaar<br></li><li>Voor jou<br></li><li>Voor het publiek toen<br></li><li>Voor het publiek nu<br></li><li>Cultureel<br></li><li>Historisch<br></li><li>Maatschappelijk<br></li><li>Economisch <br></li><li>Religieus<br></li></ul></div>
<div><div>Compositie — De ordening van alle vormgevings-</div></div><div>aspecten in een kunstwerk heet compositie. In</div><div>beperktere zin betekent het woord ook vlak-</div><div>verdeling. Er zijn verschillende termen om</div><div>deze vlakverdeling te benoemen. De driehoeks-</div><div>compositie en symmetrische compositie staan</div><div>voor evenwicht, de asymmetrische en diagonaal-</div><div>compositie zijn dynamisch. Bij een overall-</div><div>compositie is er geen specifiek punt in het beeld-</div><div>vlak waar alle aandacht naartoe trekt. In ruimere</div><div>zin is compositie de wijze waarop de kunstenaar</div><div>aandacht van de kijker stuurt. Niet alleen vlak-</div><div>verdeling, maar ook blikrichtingen, gebaren en</div><div>perspectief kunnen daaraan een bijdrage leveren.</div>
Slide 6 - Tekstslide
Vormgeving
Vorm
Compositie
Ruimte
Licht
Kleur
Slide 7 - Tekstslide
Tips om te leren -
Wees duidelijk en gebruik de termen, begrippen en namen, die jullie hebben geleerd.
Het gaat om het inzicht en toepassen van de kennis!
Slide 8 - Tekstslide
Tips om te leren -
Vertel bij beschouwingsvragen dus goed hoe en waar je bepaalde aspecten kunt herkennen.
GOED: “Linksonder in het schilderij is een sterk licht-donkercontrast te zien” .
FOUT: “beetje donkere kleuren”
Formuleer helder!
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Kijken naar kunst
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Examen zoek vraag
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 17 - Tekstslide
Examen zoek vraag
In twee tallen krijg je vragen en antwoorden van een examen.
Zoek bij de juiste vraag de juiste antwoorden
Slide 18 - Tekstslide
Tips & Tricks
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 19 - Tekstslide
Opbouw van jouw cijfer
Proefwerken en toetsen: 25%(Klas 3 & 4)
Praktische opdrachten: 25% (Klas 3 & 4)
+
Centraal Praktisch Examen (CPE) 25%
Centraal Examen (CE) 25%
=
Examen cijfer
Slide 20 - Tekstslide
Tips om te leren - Tip 1
Vragen kunnen bestaan uit een stukje leestekst waar je vervolgens je kennis op moet toepassen
Lees dus de vragen en de bijbehorende teksten goed door.
Neem de tijd om ook de afbeeldingengoed te bekijken!
Slide 21 - Tekstslide
Duidelijk zijn
Leg alles goed uit, alsof je het tegen iemand hebt die geen verstand van het onderwerp heeft.
Veel vragen beginnen met “ omschrijf” , dat zijn vaak lange antwoorden. Kijk ook goed of een vraag uit twee delen bestaat.
Slide 22 - Tekstslide
Examentraining
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 23 - Tekstslide
Examentraining:
Kijken naar kunst (samen)
Syllabus (2 tallen)
Pictionary (samen)
Oefen examen (alleen)
Nakijken (2 tallen)
Mappen uitpluizen (alleen)
Planning
W15: Examen training
W16: Examen training W 17: Meivakantie W18: Meivakantie W19: Centraal Examen
26 mei Centraal Examen Tekenen
Slide 24 - Tekstslide
Kijken naar kunst
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
Examentraining
BTE - Mevrouw Valkenaars
Slide 29 - Tekstslide
Examentraining:
Syllabus (2 tallen)
SO test (alleen)
Pictionary (samen)
Oefen examen (alleen)
Nakijken (2 tallen)
30 seconds (samen)
Planning
W15: Examen training
W16: Examen training W 17: Meivakantie W18: Meivakantie W19: Centraal Examen