1.5 Metalen

1.5 Metalen
Eerst herhalen Zouten 
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.5 Metalen
Eerst herhalen Zouten 

Slide 1 - Tekstslide

Lesindeling
1. Weet je nog de theorie van par 1.4 
2. Huiswerk bespreken.
3. Uitleg par 1.5 Metalen.
                           a.  Metaalrooster
                           b. Verschil metaalrooster en ionrooster
                           c. Legeringen
4. Huiswerk.

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je van een metaal?

Slide 3 - Woordweb

Lees 'metalen in de bodem'
Wat lees je erover? 

Slide 4 - Tekstslide

Herh: Bouw van ionen

Slide 5 - Tekstslide

Herh: Bouw van ionen

Slide 6 - Tekstslide

Herh: Verhoudingsformules

Slide 7 - Tekstslide

Herh: Verhoudingsformules

Slide 8 - Tekstslide

Huiswerk: 
Maak van par 1.4 de volgende opgaven:
Herhaling: 40
Basis: 36 t/m 39, 41
Verdieping: 42


Slide 9 - Tekstslide

Opgave 42

Slide 10 - Tekstslide

Metaalrooster
Een metaal is opgebouwd uit metaal atomen. 
De atomen zijn gerangschikt volgens een regelmatig patroon.

Metalen geleiden in elektrische stroom in vaste en vloeibare toestand.

 

Slide 11 - Tekstslide

Metaalrooster & ionrooster
  • Welke verschillen en overeenkomsten zie je?
  • Verklaar verschil in eigenschappen: metaal is buigzaam, zout is bros.

Slide 12 - Tekstslide

Belangrijkste verschillen metaalbinding en ionbing.
Deelnemende atomen:
Metaalbinding: 
Alleen tussen metaalatomen.

Ionbinding: 
Tussen een metaal en een niet-metaal (vormt een zout).

Slide 13 - Tekstslide

Belangrijkste verschillen metaalbinding en ionbing.
Gedrag van elektronen:
Metaalbinding: Elektronen zijn vrij beweeglijk en vormen een 'elektronenzee' rondom de positieve metaalionen.

Ionbinding: Elektronen worden volledig overgedragen van het metaal naar het niet-metaal, waardoor positieve en negatieve ionen ontstaan

Slide 14 - Tekstslide

Belangrijkste verschillen metaalbinding en ionbing.
Stroomgeleiding:
Metaalbinding: 
Goede geleider van stroom en warmte (door de vrije elektronen).
Ionbinding: 
Geleidt geen stroom in vaste vorm, wel gesmolten of opgelost in water (dan kunnen de ionen bewegen)

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Belangrijkste verschillen metaalbinding en ionbing.
Eigenschappen:
Metaalbinding: 
Sterk, maar vaak vervormbaar (buigzaam).I
onbinding: 
Hard en bros (breekt snel bij kracht), vormt een vast ionrooster

Slide 17 - Tekstslide

Metalen vervormen
Metalen kunnen we (na verwarming) verbuigen. Op microschaal ziet dat er zo uit:

Slide 18 - Tekstslide

Legeringen
Een legering is een afgekoeld mengsel van samengesmolten metalen.

Zelfde eigenschappen?

Slide 19 - Tekstslide

Vervormbaarheid van metalen
Zuivere metalen zijn doorgaans beter vervormbaar dan legeringen
in een zuiver metaal is het metaalrooster vervorm-baar omdat alle ionen even groot zijn
Bij een legering zijn niet alle ionen even groot. Daardoor is het metaalrooster onregelmatig en daardoor moeilijker vervormbaar. Op macroniveau is de legering dan harder dan de afzonderlijke metalen waaruit de legering bestaat

Slide 20 - Tekstslide

Overzicht stoffen en bindingen
Op de volgend dia een overzicht van de verschillende soorten stoffen en de bij behorende bindingen.

Slide 21 - Tekstslide

1.5 Metalen

Slide 22 - Tekstslide

Wat moet je weten:
Je moet de volgend ebegrippen kunnen uitleggen:
a. Metaalrooster
b. Verschil metaalrooster en ionrooster
c. Legeringen

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag

Herhaling: 46
Basis: 43 t/m 45, 48 t/m 50
Verdieping: 47

Volgende slide handig!!

Slide 24 - Tekstslide

Deel 2: 1.5 Metalen
Lesindeling:
1. Bespreken opgaven huiswerk, par 1.5 43 t/m 46
2. Demo praktikum 6 en 7
3. Werken aan resterend huiswerk 47 t/m 50 par 1.5

Slide 25 - Tekstslide

Opgave 43

Slide 26 - Tekstslide

Opgave 44

Slide 27 - Tekstslide

Opgave 45

Slide 28 - Tekstslide

Opgave 46

Slide 29 - Tekstslide

Opgave 46

Slide 30 - Tekstslide

Opgave 46

Slide 31 - Tekstslide

Demo-6 Van erts tot metaal

Slide 32 - Tekstslide

Demo-6 Van erts tot metaal.
Beginstoffen:
Koperoxide en koolstof
Reactieproducten:
Koper en Koolstofdioxide

Stel de kloppende reactievergelijking op.

Slide 33 - Tekstslide

Demo-6 Van erts tot metaal.
2CuO(s) + C(s)  --> 2Cu(s) + CO2(g)
Met het helder kalkwater toon je CO2  aan, het proces is als volgt, stel de kloppende reactie vergelijking op.
1. Het CO2  reageert met OH- (aq)   tot CO32- (aq) en water.
2. Het Ca2+ (aq)  en het CO32- (aq) slaan daarna neer als het         
     zout calciumcarbonaat.

Slide 34 - Tekstslide

Demo-6 Van erts tot metaal.
1.  CO2 (g)  +  2OH- (aq)    -->.  CO32- (aq)   +    H2O (l)
2. Ca2+ (aq)  +  CO32- (aq)  --> CaCO3 (s)
Tel de reactievergelijkingen op en geef de totaal reactie:

Slide 35 - Tekstslide

Demo-6 Van erts tot metaal.
1.  CO2 (g)  +  2OH- (aq)    -->.  CO32- (aq)   +    H2O (l)
2. Ca2+ (aq)  +  CO32- (aq)  --> CaCO3 (s)
Tel de reactievergelijkingen op:
3. Ca2+ (aq) + CO2 (g) + 2OH- (aq) --> CaCO3 (s) + H2O(l)

Slide 36 - Tekstslide

Demo-7 Reactie van alkalimetalen in water
De docent laat een stukje natrium met water reageren. 
Beginstoffen: 
Natrium(s) en water
Reactieproducten:
Waterstofgas, natriumhydroxide oplossing Na+ (aq) + OH- (aq)
Geef de kloppende reactievergelijking.

Slide 37 - Tekstslide

Demo-7 Reactie van alkalimetalen in water
2Na(s) + 2H2O(l) --> 2Na+ (aq) + 2OH- (aq) + H2 (g)
Het OH- toon je aan met fenolftaleïne, in basische omgeving kleurt de stof helder roze.

Slide 38 - Tekstslide

Wat moet je weten:
1.  Opstellen kloppende reactievergelijking a.d.h.v omschrijving 
     van een proef.
2. Alkali metalen reageren heftig met water, deze metalen van 
     groep 1 reageren allemaal op dezelfde manier.

Slide 39 - Tekstslide

Huiswerk:


huiswerk 47 t/m 50 par 1.5

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide