1/6 betogende tekst en betoog

PTD betoog

Betogende tekst/betoog
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5Leerroute 6

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

PTD betoog

Betogende tekst/betoog

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Lesdoel
  • Lezen
  • Weektaak
  • Wat weet je nog?
  • Instructie - vragen - zelfstandig werken
  • Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel:
Aan het einde van deze les/weektaak:
Mavo
  • kun je benoemen wat een betogende tekst is;
  • kun je benoemen hoe een betogende tekst is opgebouwd;
Havo
  • kun je benoemen wat een betoog is;
  • kun je benoemen hoe een betoog is opgebouwd;
Mavo en havo
  • heb je informatie verzameld voor je betogende tekst/betoog en gewerkt aan je betogende tekst/ betoog.


Blauw = kennen = kennis = leren
Oranje = kunnen = met de kennis de vaardigheid oefenen

Slide 3 - Tekstslide

Lezen 
timer
20:00

Slide 4 - Tekstslide

Weektaak noteren  voor 8 juni
Wat
Werken aan PTD betoog:
- Uitwerken spreekplan/schrijfplan op papier opdrachtenboekje
- Feedback vragen aan docent
-Schrijven betogende tekst/betoog
- Oefenen betoog (spreekvaardigheid)
Taken Diaplus
Havo: + verdiepingsboekje: Spelling 1.8, opdracht 1 t/m 11 
           + nakijken grammatica 1.7
Belangrijk: week 24 of 25: PTD Betoog
Hoe
Werkboekje 

Hulp
Alleen en in stilte tot de verlengde instructie klaar is!
Tijd
Deze week
Klaar
Lezen in je leesboek 
timer
40:00

Slide 5 - Tekstslide

Waar staat de AUB voor in een betoog?

Slide 6 - Open vraag

Wat is een uitsmijter in een betoog?

Slide 7 - Open vraag

Opbouw betogende tekst

Slide 8 - Tekstslide

Tekst
betogende tekst 
mavo
inleiding
kern
kern
slot
kern
standpunt noemen
aandacht trekken (vraag, feit, verhaaltje)
argument AUB
argument AUB
uitsmijter
standpunt herhalen
kort herhalen belangrijkste argumenten
argument AUB

Slide 9 - Sleepvraag

Opbouw betogende tekst (= een overtuigende tekst)
Inleiding 
Aandacht trekken
Stelling introduceren

Middenstuk
Argumenten met uitleg  AUB

Slot
Herhaling van mening en sterkste argumenten
Uitsmijter

Slide 10 - Tekstslide

Opbouw betoog
havo

Slide 11 - Tekstslide

Tekst
betoog havo
inleiding
kern
kern
slot
kern
standpunt noemen
aandacht trekken (vraag, feit, verhaaltje)
tegenargument AUB met weerlegging AUB
argument AUB
uitsmijter
standpunt herhalen
kort herhalen belangrijkste argumenten
argument AUB

Slide 12 - Sleepvraag

Opbouw betoog
Inleiding
Aandacht trekken
Stelling introduceren

Middenstuk
Argumenten met uitleg AUB
Tegenargument + weerlegging AUB

Slot
Herhaling van mening en sterkste argumenten
Uitsmijter

Slide 13 - Tekstslide

Betoog/betogende tekst
In betogen willen schrijvers je overtuigen. In betogen vind je dan ook altijd argumentatie daarvoor. Betogen zijn altijd subjectief, want je gebruikt wel feiten, maar alleen feiten die bij je standpunt passen. 


Slide 14 - Tekstslide

Feit of mening
- Controleerbaar
- Juist of onjuist
- Kun je het mee eens 
of oneens zijn.
- Persoonlijk, dus niet
 te controleren

Slide 15 - Tekstslide

Argument (reden)
  • Een argument is de uitleg waarmee je een mening verdedigt --> de reden waarom diegene die mening heeft.
  • Feiten (AUB)
  • Herken je aan signaalwoorden als: want, omdat, namelijk en immers

Slide 16 - Tekstslide

Stelling-argumentenstructuur
Inleiding
al. 1: - aandacht trekken, door:
                 - voorbeeld
                 - belang voor de lezer
                 - actualiteit
                 - geschiedenis 
                 - Introduceren onderwerp --> standpunt  formuleren                                      Witregel



Slide 17 - Tekstslide



Middenstuk mavo
al. 2: - eerste argument  AUB 
Witregel
al. 3: - tweede argument  AUB
Witregel
al. 4: - derde argument  AUB
Witregel

Slide 18 - Tekstslide

Signaalwoorden
Het is belangrijk dat jouw betoog goed te volgen is voor de luisteraar. Daarom gebruik je signaalwoorden in jouw betoog. Je somt de argumenten op met signaalwoorden (ten eerste, ten tweede) en geeft ook aan dat een voorbeeld gaat volgen (zoals, ter illustratie). 

In het slot van jouw betoog vat je nog eens kort samen welke argumenten je hebt gebruikt (samenvattend, kort gezegd, al met al) en trek je een conclusie (kortom, dus, concluderend). Dat kan bijvoorbeeld zo:
Kortom; groente en fruit is gezond. Dus moet de regering ervoor zorgen dat groente en fruit goedkoper wordt dan andere ongezonde producten.’

Slide 19 - Tekstslide

Uitwerking argument  AUB (incl. signaalwoorden)


Het is belangrijk dat jongeren kleedgeld krijgen - voor


Ten eerste is het zo dat als jongeren kleedgeld krijgen, ze dan de waarde van het geld leren  kennen = argument = reden). Door de kleding zelf te kopen, zien jongeren zelf dat kleding best duur kan zijn. Als je dan weet hoelang je moet werken voor een broek, schoenen of jas, dan zul je ook beter kijken waar je je geld nu echt aan uit wil geven ( = uitleg). Bijvoorbeeld, je kleedgeld  is 150 Euro en je wil een jas van  125 Euro kopen. Als je 7,50 per uur verdiend , dan moet je twee hele dagen werken om die jas bij elkaar te hebben. Je kijkt dan toch anders naar die jas: heb je die echt nodig en is dat het geld echt waard (=bijvoorbeeld)?

Slide 20 - Tekstslide

Havo - Voorbeeld tegenargument AUB en weerlegging AUB

Standpunt: 

Het is belangrijk dat jongeren kleedgeld krijgen.                                                        


Er zijn echter ook mensen die vinden dat jongeren dat later vanzelf leren (= tegenargument). Zij hebben het toch ook zelf moeten leren en een paar keer blut zijn, leert je ook om daarna beter na te denken over waar je je geld aan uitgeeft  (= uitleg). Zij hebben vroeger bijvoorbeeld ook weleens twee weken brood moeten eten, omdat het geld op was. Dat was dan wel niet echt gezond, maar daardoor leerden zij wel dat zij de volgende maand beter moesten opletten hoe zij hun geld uitgaven (= bijvoorbeeld). Daar staat tegenover dat de cijfers laten zien dat er genoeg mensen zijn die hun hele leven geldzorgen houden en nooit leren om verstandig met geld om te gaan (= weerlegging). Er zijn namelijk genoeg manieren om tijdelijk meer geld uit te geven, zodat je alsnog meer geld kunt uitgeven dan je bankrekening toelaat (= uitleg). Zo kopen zijn misschien spullen die ze achteraf betalen met Klarna of Riverty om alsnog alles te kunnen kopen wat zij willen, maar het niet meteen hoeven te betalen. Daardoor ontstaan er steeds meer geldzorgen, want ook die rekeningen moeten natuurlijk worden betaald (= bijvoorbeeld).

Slide 21 - Tekstslide



Middenstuk havo
al. 2: - eerste argument   AUB
al. 3: - tweede argument  AUB
al. 4: - tegenargument + weerlegging  AUB

Slide 22 - Tekstslide



Slot -->> geen nieuwe informatie!!! 
al. 5:  
- Korte herhaling  belangrijkste argumenten
- Herhaling standpunt 
- Uitsmijter
--> = Laatste kans om de lezer te overtuigen!!!
--> herhaling argumenten en standpunt mag ook andersom!

Kortom, jongeren krijgen meer besef van de waarde van geld als zij het geld zelf moeten uitgeven. Ze leren dan dat ze hun geld maar een keer kunnen uitgeven en zullen dan ook leren om keuzes te maken. . Het is dus goed als jongeren kleedgeld krijgen. Waar wachten jullie nog op? Kleedgeld is top!


Slide 23 - Tekstslide

Uitsmijter
  • Pakkende zin.
  • Laatste middel om je publiek te overtuigen

Voorbeelden (mag je dus niet gebruiken):
  • 1, 2, 3, 4, 5, geen fast fashion aan mijn lijf!
  • Dussss, waar wacht je nog op?
  • Gaan met die banaan!
  • Niet geschoten, is altijd mis!

Slide 24 - Tekstslide

Zo bereid je een betoog voor

  1. Plannen met een spreekplan of schrijfplan
  2. Feedback vragen --> aanpassen
  3. Uitwerken spreekplan of  betoog schrijven 
  4. (Feedback vragen aan klasgenoot)
  5. (Aanpassen of herschrijven naar aanleiding van ontvangen feedback)
  6. Oefenen betoog (tijd: 2 minuten)

Slide 25 - Tekstslide

PTD betoog
  • Bij je betoog mag je een half A4’tje gebruiken als spiekbriefje. Op je spiekbriefje staan steekwoorden, géén hele zinnen. 
  • Bij dit betoog maak je geen PowerPoint of andere presentatie. 
  • Het is belangrijk dat je het betoog goed timet. Het betoog moet namelijk twee minuten duren. 
  • Je wordt ook beoordeeld op je stemgebruik, houding en taalgebruik. Oefen je betoog dus goed!

Slide 26 - Tekstslide

Vragen?

Slide 27 - Tekstslide



Slot --> geen nieuwe informatie!!!!
al. 5: - aansluiting met inleiding
-herhaal je standpunt
- korte samenvatting argumenten
- laatste zin is een uitsmijter.
--> = Laatste kans om de lezer te overtuigen!!!

Slide 28 - Tekstslide

Weektaak noteren  voor 1 juni
Wat
Werken aan PTD betoog:
- Uitwerken spreekplan/schrijfplan op papier opdrachtenboekje
- Feedback vragen aan docent
-Schrijven betogende tekst/betoog
- Oefenen betoog (spreekvaardigheid)
Taken Diaplus
Havo: + verdiepingsboekje: Spelling 1.8, opdracht 1 t/m 11 
           + nakijken grammatica 1.7
Belangrijk: week 24 of 25: PTD Betoog
Hoe
Werkboekje 

Hulp
Alleen en in stilte tot de verlengde instructie klaar is!
Tijd
Deze week
Klaar
Lezen in je leesboek 
timer
25:00

Slide 29 - Tekstslide

Weektaak noteren  voor 1 juni
Wat
Werken aan PTD betoog:
- Stelling en standpunt noteren
- Informatie verzamelen voor betogende tekst/betoog
- Uitwerken spreekplan/schrijfplan
- Schrijven betogende tekst/betoog
- Oefenen betoog (spreekvaardigheid)
Taken Diaplus
Havo: + verdiepingsboekje: Grammatica 1.7, 1 t/m 6
           + nakijken woorden 1.5
Belangrijk: week 24 of 25: PTD Betoog
Hoe
Werkboekje 

Hulp
Alleen en in stilte tot de verlengde instructie klaar is!
Tijd
Deze week
Klaar
Lezen in je leesboek 
timer
40:00

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video

Lesdoel:
Aan het einde van deze les/weektaak:
Mavo
  • kun je benoemen wat een betogende tekst is;
  • kun je benoemen hoe een betogende tekst is opgebouwd;
Havo
  • kun je benoemen wat een betoog is;
  • kun je benoemen hoe een betoog is opgebouwd;
Mavo en havo
  • heb je informatie verzameld voor je betogende tekst/betoog en gewerkt aan je betogende tekst/ betoog.


Blauw = kennen = kennis = leren
Oranje = kunnen = met de kennis de vaardigheid oefenen

Slide 35 - Tekstslide

Mavo: ik weet wat een betogende tekst is en hoe je die moet opbouwen.
Havo: ik kan benoemen wat een betoog is en hoe je een betoog moet opbouwen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 36 - Poll

Reflectie:
Wat ging bij jou goed tijdens deze les?
Wat kan nog iets beter?

Slide 37 - Open vraag

Feedback
Wat vond je fijn/goed aan deze les?
Wat zou je liever anders zien?

Slide 38 - Open vraag