Perfectum / (on)regelmatige werkwoorden

Perfectum (on)regelmatige werkwoorden
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Perfectum (on)regelmatige werkwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Het perfectum (voltooide tijd)

Ik woon nu in Nederland
Vroeger heb ik in Syrië gewoond.

Nu leert hij Nederlands.
Vroeger heeft hij Engels geleerd.


Werkwoord: hebben

Ik heb
jij hebt
hij/zij/het heeft
wij hebben
jullie hebben
wij hebben

Slide 2 - Tekstslide

Maak zelf een zin in de voltooide tijd met het woord: lachen

Slide 3 - Open vraag

Maak zelf een zin in de voltooide tijd met het woord: huilen

Slide 4 - Open vraag

Maak zelf een zin in de voltooide tijd met het woord: koken

Slide 5 - Open vraag

Maak zelf een zin in de voltooide tijd met het woord: dromen

Slide 6 - Open vraag

Hebben

Meestal gebruiken we hebben.


Ik heb geslapen.
Jij hebt gekookt.
Hij heeft gelachen.
Wij hebben gegeten.
Jullie hebben gefeest.

Zijn

Soms gebruik je zijn.
Dit doe je bij bewegingen en bij de werkwoorden: 
aankomen, beginnen, blijven, gaan, gebeuren, komen, worden, zijn, vallen.

Ik ben naar Amsterdam gereden.
Hij is aan een studie begonnen.
Wij zijn naar Nederland gekomen.

Slide 7 - Tekstslide


Ik heb gelopen

Ik heb gefietst

Ik heb gereden

Ik ben gelopen

Ik ben gefietst

Ik ben gereden

Slide 8 - Tekstslide

Het scheidbare werkwoord
Perfectum (voltooide tijd)

Slide 9 - Tekstslide

Het scheidbare werkwoord
Ik sta vroeg op

Ik haal de kinderen op

Doe je de deur dicht?

Slide 10 - Tekstslide

Het scheidbare werkwoord (perfectum)
Ik sta vroeg op. --> Ik ben vroeg opgestaan.

Ik haal de kinderen op. --> Ik heb de kinderen opgehaald.

Doe je de deur dicht? --> Heb je de deur dichtgedaan?

Slide 11 - Tekstslide

Maak een zin in het perfectum met: wegdoen

Slide 12 - Open vraag

Maak een zin in het perfectum met: opgeven

Slide 13 - Open vraag

Maak een zin in het perfectum met: afmaken

Slide 14 - Open vraag