§8 Bezittelijk vnw - l'adjectif possessif

 L'adjectif possessif
Bezittelijk voornaamwoord
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2-4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

 L'adjectif possessif
Bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Dit zijn Franse bezittelijke voornaamwoorden
Deze woorden zijn iets anders
mon
ma
mes
ton
ta
tes
son
sa
ses
je
il
elle
tu
nous
vous

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

de Bezittelijke Voornaamwoorden meervoud
Maak de juiste combinaties.
ONS/ONZE
JULLIE / UW
HUN
    nos
  votre
   leur
   notre
      vos
    leurs

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Tekstslide

 Vormen bezittelijk vnw in het Frans 






H

Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is. 
De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.  
Bv: Max is mijn broer - Max est mon frère (m.ev)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorden naar het midden
une piscine
ma 
mon
mes
ton
ta
tes

Slide 9 - Sleepvraag

Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorde naar het midden
les livres 
ma 
mon
mes
ton
ta
tes

Slide 10 - Sleepvraag

Sleep de juiste 2 bezittelijke voornaamwoorde naar het midden
un frère
sa
son
ses
votre
vos

Slide 11 - Sleepvraag

Slide 12 - Tekstslide

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(jouw) amie (v)
A
ton
B
ta
C
tes

Slide 13 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(mijn) amies (v)
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 14 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(zijn) valise (v)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 15 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(haar) petit frère (m)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 16 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(haar) bottes (v)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 17 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(jouw) parents (m)
A
ton
B
ta
C
tes

Slide 18 - Quizvraag

Hoe vertaal je het bezittelijk vnw?
(mijn) blouson (m)
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 19 - Quizvraag

Au travail!
> Maak de opdrachten van bron H 
- exercices 30 / 31 / 32 / 33

Slide 20 - Tekstslide