1.6 meten van fitheid 2026

Hoodstuk 1.6 het meten van fitheid
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Lichamelijke opvoedingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoodstuk 1.6 het meten van fitheid

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerstof toets
- Vragen met betrekking tot de sporten van het afgelopen jaar
- paragraaf 1.6 
- paragraaf 1.7 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
- Je leert waarom en hoe je moet testen. 
- Je leert het verschil tussen fitheid, conditie, gezondheid en uithoudingsvermogen. 
- Je leert wat grondmotorische eigenschappen zijn.
- Je leert wat antropometrische eigenschappen zijn.
- Je kan verschillende testbatterijen beschrijven.





Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhouding conditie, gezondheid en fitheid
Definitie conditie: is de door fysieke en psychische factoren gekenmerkte toestand van lichamelijk prestatievermogen
-> het verwijst naar de staat waarin je lichaam zich bevindt en gaat over het algemene functioneren van je lichaam. 

Gezondheid is breder: fysieke en mentale welzijn.

Fitheid daarentegen, heeft specifieke betrekking op je fysieke prestaties. Hoe goed is je lichaam getraind?
->Uithoudingsvermogen is slechts één onderdeel van je algehele fitheid.


Slide 4 - Tekstslide

hoe goed het lichaam in staat is om inspanning en fysieke belasting te weerstaan.

Uitleggen dat uithoudingsvermogen 1 onderdeel is van fitheid
Grondmotorische eigenschappen



1. Coördinatie
2. Lenigheid
3. Uithoudingsvermogen
4. Kracht
5. Snelheid
Fitheid kun je opdelen in vijf grondmotorische eigenschappen: 


CLUKS

Slide 5 - Tekstslide

Fitheid kun je uitsplitsen in verschillende grondmotorische eigenschappen
Antropometrische eigenschappen
Voorbeelden: 
- Lenge
- Gewicht
- Bloeddruk
- Huidplooien

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Testbatterijen
Testbatterij: Een verzameling van meerdere testen/oefeningen  die samen één geheel vormen om iemands niveau of vaardigheden te meten.

De Eurofittest is een testbatterij en wordt veel gebruikt in het onderwijs.

Uit de testresultaten van een testbatterij kun je afleiden wat jouw lichamelijke kwaliteiten zijn, vergeleken met leeftijdsgenoten, en je kunt conclusies trekken met betrekking tot je beginsituatie voor je training.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eurofittest
De Eurofittest wordt veel op scholen gebruikt om coördinatie, lenigheid, uithoudingsvermogen, kracht en snelheid (CLUKS) te testen. 

De test bestaat uit tien onderdelen, plus antropometrie, wat letterlijk het meten van de mens betekent. 

Hierbij worden lichaamsgewicht, lengte, vetpercentage en de Body Mass Index (BMI) gemeten.  Omdat de Eurofittest, naast de antropometrische metingen, alle grondmotorische eigenschappen meet, is deze geschikt als 0-meting.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eurofittest
Match de onderstaande oefeningen van de Eurofittest aan de juiste grondmotorische eigenschappen:
1. Shuttle runtest
2. Sneltikken met 1 hand
3. Verspringen uit stand
4. Hangen met gebogen armen
5. Flamingo test
6. 10x5 meter sprintjes
7. Reiken in langzit

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BMI
Kijk in je boek op pagina 87:

 Hoe bereken je een BMI? 
Wat zegt dit nu precies?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weet wat je meet
Meting moet betrouwbaar zijn. Hiervoor zijn 4 voorwaarden:
- Validiteit: geschikt meetinstrument
- Dezelfde omstandigheden
- Hetzelfde meetinstrument
- Testinstrument op dezelfde wijze gebruiken

 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 SMART Doelen
Een doel wordt vaak SMART omschreven, waarbij SMART staat voor: 
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 12 - Tekstslide

Test worden gebruikt aan het begin van een onderzoek of het vast stellen van de beginsituatie. 
Voorbeelden SMART
Ik wil mijn uithoudingsvermogen verbeteren door binnen 10 weken mijn 5 kilometer hardlooptijd te verbeteren naar 25 minuten, door drie keer per week te trainen met duurloop, interval en tempoloop.
Ik wil mijn bicepskracht vergroten door binnen 8 weken 3 keer per week 3 sets van 10 herhalingen bicep curls uit te voeren met correcte techniek, en het gewicht op te bouwen van 6 kg naar 10 kg per arm.

Slide 13 - Tekstslide

Ik wil mijn uithoudingsvermogen verbeteren door binnen 10 weken mijn 5 kilometer hardlooptijd te verbeteren naar 25 minuten, door drie keer per week te trainen met duurloop, interval en tempoloop.

Ik wil mijn bicepskracht vergroten door binnen 8 weken 3 keer per week 3 sets van 10 herhalingen bicep curls uit te voeren met correcte techniek, en het gewicht op te bouwen van 6 kg naar 10 kg per arm.
 Smart Doelen opdracht
Opdracht 1. Maak op een post-it een SMART doelstelling voor jezelf die je aan het eind van de les hebt bereikt.

Opdracht 2. Maak op een post-it een Smart doelstelling voor jezelf op één van de grondmotorische eigenschappen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus nog 1x
Specifiek: de doelstelling moet duidelijk en concreet zijn.
Meetbaar: onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
Acceptabel: is deze acceptabel genoeg voor alle betrokkenen?
Realistisch: de doelstelling moet haalbaar zijn.
Tijdgebonden: wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenvragen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit welke grondmotorische componenten bestaat fitheid?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is conditie?
A
Uithoudingsvermogen
B
Energiek en Gezond voelen
C
Lichamelijk Prestatievermogen
D
Zegt iets over hoe sterk je bent

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk component is NIET te verbeteren?
A
Snelheid
B
Coördinatie
C
Lenigheid
D
Ze zijn allemaal te verbeteren

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welke test kun je explosieve kracht meten?
A
Buighangtest
B
Handknijpkrachttest
C
10x5m loop
D
Verspringen uit stand

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk van de grondmotorische eigenschappen kan worden beschreven als 'de mate van bewegingsuitslagen van de gewrichten'?
A
Conditie
B
Motivatie
C
Lichaamslengte
D
Lenigheid

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De volgende vragen kan je in voorbereiding voor de toets eventueel voor jezelf oefenen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen conditie en fitheid?
Welk antwoord klopt: 
a. Conditie: de door fysieke en psychische factoren gekenmerkte toestand van lichamelijk prestatievermogen. Fitheid: de mate van energiek en gezond zijn en voelen.
b. Fitheid: de door fysieke en psychische factoren gekenmerkte toestand van lichamelijk prestatievermogen. Conditie: de mate van energiek en gezond zijn en voelen.
c. Conditie: de mate van uithoudingsvermogen voor een langdurige prestatie. Fitheid: de afwezigheid van lichamelijke ziekten.
d. Fitheid: de mate van uithoudingsvermogen voor een langdurige prestatie. Conditie: de afwezigheid van lichamelijke ziekten.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke stellingen over testbatterijen zijn juist?
1. Uit de testresultaten van een testbatterij kun je conclusies trekken met betrekking tot je beginsituatie voor je training.
2. Overal ter wereld wordt dezelfde testbatterij gebruikt, namelijk de Coopertest.
3. Uit de testresultaten van een testbatterij kun je afleiden wat jouw lichamelijke kwaliteiten zijn.
4. In een testbatterij worden alle grondmotorische eigenschappen getest.
5. Het meten van de bloeddruk is een onderdeel van antropometrie.


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De sit-and-reachtest is een onderdeel van een testbatterij. Wat meet deze test?
a. Hoe lang je rechtop kunt zitten met rechte rug

b. Je lenigheid

c. Of beide benen even lang zijn

d. Je lengte als je rechtop zit

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een fitheidstest kan verschillende doeleinden hebben. Welke zijn dat?
Let op! Drie antwoorden zijn juist.

1. Meten van de beginsituatie
2. Verbeteren van de prestaties
3. Herstellen van een blessure
4. Achterhalen wat de trainingsintensiteit kan zijn
5. Het eindresultaat van een trainingsperiode meten

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koppel de meetbegrippen aan de bijbehorende definitie
1. Betrouwbaarheid
2. Validiteit
3. Haalbaarheid
4. Meetbaarheid

a. Het doel van de test moet reëel zijn.
b. De testresultaten zijn steeds hetzelfde als de meting meerdere keren wordt uitgevoerd.
c. Het meetresultaat moet een betekenisvolle waarde opleveren.
d. Het meetinstrument meet wat je wilt meten.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een doel kan worden omgeschreven met de SMART-methode. Koppel de letters van SMART aan de bijbehorende omschrijving.
Een doel kan worden omgeschreven met de SMART-methode. Koppel de letters van SMART aan de bijbehorende omschrijving.

S
M
A
R
T
1. De doelstelling moet haalbaar zijn.
2. Is de doelstelling acceptabel genoeg voor alle betrokkenen?
3. Onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
4. Wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?
5. De doelstelling moet duidelijk en concreet zijn.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies