H4 schrijven en spelling

Nederlands
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands

Slide 1 - Tekstslide

Agenda


  • Terugblik verslag schrijven
  • Oefenen met verslag schrijven
  • Uitleg werkwoordspelling
  • Opdrachten voor thuis

Slide 2 - Tekstslide

Persoonlijk en zakelijk verslag
Wat weten je nog over het schrijven van een verslag?

Slide 3 - Tekstslide

Verschil persoonlijk en zakelijk verslag

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht
  • Geen wifi, je telefoon in het water of een lege batterij als je net je telefoon heel hard nodig hebt.....
  • Schrijf een persoonlijk verslag van zo'n smartphone-rampverhaal
  • Beantwoord eerst de 5w+h-vragen en verwerk ze daarna in je verslag.
  • Gebruik minimaal drie volgordewoorden in je verslag.

Slide 5 - Tekstslide

Opdracht
  • Schrijf een zakelijk verslag over jullie laatste gymnastiek-, drama- of muziekles.
  • Beantwoord eerst de 5w+h-vragen en verwerk ze daarna in je verslag.
  • Gebruik minimaal drie volgordewoorden in je verslag.

Slide 6 - Tekstslide

Start
  • Dat liedje heeft Marco Borsato ook gezongen.
  • Is de wedstrijd vanmiddag al gespeeld?
  • Op sommige scholen wordt alleen met meerkeuzevragen gewerkt.

  • Wat is de overeenkomst in deze zinnen?


Slide 7 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord

Slide 8 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord is de vorm die je kunt zetten achter: 

hij heeft …
hij is … 
er wordt …

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
  • Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden eindigt vaak op -en.
  • Wij zijn te laat vertrokken.
  • Jos had geld weggenomen.

  • Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt meestal op -d of -t.


Slide 11 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord schrijf je meestal als:

ge + ik-vorm + t                         ge + fiets + t = gefietst (vt: fietste)
of 
ge + ik-vorm + d                        ge + luister + d = geluisterd (vt: luisterde)

Niet: als het ww al begint met een voorvoegsel (ge-, be-, ver- enz.)
NIet: bij sterke ww / klankverandering

Slide 12 - Tekstslide

Het voltooid deelwoord
Ook bij het voltooid deelwoord kun je 't ex-Kofschip gebruiken om te kijken of er een d of een t aan het eind komt.

  • verbazen: 
  • stam = verbaz
  • z niet in 't kofschip
  • vd = verbaasd

Slide 13 - Tekstslide

Nog een aantal voorbeelden


  • Kijk naar de letter die in het hele werkwoord voor de uitgang -en staat:

  • pakken       stam = pakk    → Ik heb de tas gepakt (vd). 
  • blussen      stam = bluss  → De brandweer heeft het vuur geblust (vd).
  • lozen          stam = loz      → Waar wordt het rioolwater geloosd (vd)?


Slide 14 - Tekstslide

Onvoltooid deelwoord

Slide 15 - Tekstslide

Onvoltooid deelwoord
Het onvoltooid deelwoord (od) geeft aan dat een handeling aan de gang is (= onvoltooid):

In de touringcar rijden de supporters luid zingend naar het stadion.
Het onvoltooid deelwoord schrijf je als volgt:
hele werkwoord (infinitief) + d:         zingen + d =>  zingend


Slide 16 - Tekstslide

Hij heeft haar (beschermen).
A
beschermd
B
beschermt
C
beschermdt
D
beschermde

Slide 17 - Quizvraag

Het heeft afgelopen nacht streng (vriezen).
A
gevriest
B
gevriesd
C
gevroren
D
gevorst

Slide 18 - Quizvraag

We hebben onze muren gisteren geel (verven).
A
geverfd
B
geverft
C
geverfdt
D
geverven

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag

Thuis ;
H4 Spelling werkwoorden 
Maken in NN online:
startopdracht en opdracht 1, 2, 3 en 4 




Slide 21 - Tekstslide