Persoonlijkheid

Persoonlijkheid
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
GedragSecundair onderwijs

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Persoonlijkheid

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij de term 'persoonlijkheid'?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat, denk je, klopt niet voor het begrip persoonlijkheid?
A
Het komt tot uiting in je gedrag.
B
Je persoonlijkheid is uniek.
C
Je Je eigenschappen zijn niet verbonden met de situatie waarin je je bevindt.
D
Er is een vast patroon in herkenbaar.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gedraagt je broer, zus, familielid je als er een feest is met veel mensen?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel, je broer of zus moet huiswerk maken en hij of zij snapt het niet. Hoe zal hij/zij reageren?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moeder of vader kookt iets helemaal nieuws, wat je nog nooit hebt geproefd, hoe reageert je broer of zus?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zal je beste vriend(in) reageren als je zijn/haar boek vergeten bent bij je thuis en hij/ze dit nodig heeft voor de openboektoets?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorspel hoe je beste vriend of vriendin zal reageren als iemand hem/haar pest.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zal je beste vriend(in) reageren bij een 10 voor wiskunde en Frans (zichtbaar gedrag)?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zal je beste vriend(in) reageren als hij of zij een creatieve opdracht krijgt voor kunstbeschouwing (zichtbaar gedrag)?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eva bewondert haar broer tijdens de wekelijkse atletiektrainingen. Hij blinkt uit in de extra rondjes die hij met plezier loopt om zijn conditie te verbeteren. Ze weet dat hij een echte doorzetter is en een waar competitiebeest.
Welk kenmerk van persoonlijkheid vind je het meeste terug?
A
komt tot uiting in het gedrag
B
benadrukt het unieke van de mens
C
is verbonden met de situatie
D
is een vast patroon herkenbaar

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pa zal aan Steve niet vragen om de speech naar aanleiding van oma’s tachtigste verjaardag voor de hele familie te houden. Een slimme kerel is Steve wel en schrijven kan hij ook, maar spreken voor een groot publiek, ho maar! Eva zal het allicht heel vlot en grappig kunnen aanpakken.

Welk kenmerk van persoonlijkheid vind je het meeste terug?
A
komt tot uiting in het gedrag
B
benadrukt het unieke van de mens
C
is verbonden met de situatie
D
is een vast patroon herkenbaar

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Eva is een open meid die makkelijk contacten legt met anderen. De vriendin in de jeugdbeweging zijn er gerust in: als er iemand nieuw is, zal Eva zich wel om de nieuweling bekommeren. Haar broer Steve, daarentegen, vinden ze veeleer gesloten.

Welk kenmerk van persoonlijkheid vind je het meeste terug?
A
komt tot uiting in het gedrag
B
benadrukt het unieke van de mens
C
is verbonden met de situatie
D
is een vast patroon herkenbaar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zegt je kamer over je identiteit en wat zegt het over je persoonlijkheid?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefening 5

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen identiteit en persoonlijkheid?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het verschil
Identiteit                                                             Persoonlijkheid
evolueert                                                               relatief stabiel
vooral van buiten                                                       vooral van binnen 
vorm door relaties en keuzes                          vooral genetisch bepaald
                                                                                         is een onderdeel van  

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijkheid
is de optelsom van :

- je karakter 
- je temperament
- je constitutie

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Het woord komt van het Grieks en betekent 'kerven, insnijden'
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Het woord betekent 'een uit hout of staal gesneden betekenisvolle code'.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Dit is de neiging van een persoon om een bepaalde emotie of stemming bij zichzelf op te roepen.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Dit is het deel van de persoonlijkheid dat zich het eerste zal ontwikkelen na de geboorte.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Dit gaat over de bouw van je lichaam.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Dit wordt vooral door de omgeving mee vormgegeven
en gaat om het gedrag dat we waarnemen en benoemen.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat het hier over?

Dit blijft vaak grotendeels onveranderd doorheen je leven, omdat het genetisch is.
A
karakter
B
temperament
C
constitutie
D
identiteit

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefening 6: karakter

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je het temperament
bij een baby vaststellen?

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Link met coping mechanismen
Temperament in 3 eigenschappen:
-  intensiteit van gedrag (hevigheid)

- bereidheid tot actie (snelheid)

- niveau van de activiteit (passief of actief, doorzetting)

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hippocrates en Galenus
temperament komt door lichaamssappen
- gele gal: cholerisch (veel woede, passie)
- zwarte gal: melancholisch (droevig, overstuur, artistiek)
- bloed: sanguinisch (warm, blij, energiek)
- slijm: flegmatisch (koud, rustig, rationeel)

-> hoofdpersonages vaak één van die temperamenten! -> sensatie

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefening 7

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij zelf een voorbeeld geven van
hoe temperament
en cultuur aan elkaar gelinkt zijn?

Slide 37 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Temperament en het brein
Gage was voor het ongeval te omschrijven als een verstandige, vriendelijke man die zeer gewaardeerd en geliefd was door zijn collega’s. Na het voorval was hij erg opvliegend geworden, ging hij wild tekeer, vloekte hij en schold hij iedereen uit die hem voor de voeten liep. Hij was veranderd van een evenwichtig man in een onuitstaanbare klager die nog wel plannen maakte, maar ze niet uitvoerde door gebrek aan geduld en doorzettingsvermogen.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je constitutie: oef 9

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ernst Ketschmer
Verband lichaamsbouw en psychische aandoeningen:
  • fijn lichaam: ongevoelig/overgevoelig
  • gedrongen/dik: vrolijk/somber, gezellig en meelevend
  • gespierd:  rustig en bedachtzaam

Deze theorie kon  echter niet worden bewezen bij niet-psychiatrische patiënten

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elke tijd heeft zijn theorie over persoonlijkheid
Opdracht zie Classroom!

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Scheeftrekking persoonlijkheid

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel: je hebt een extravert kind in de klas dat laag consciëntieus is. Bedenk een situatie (1) waarbij dit kind iets vaak doet en hiervoor terechtgewezen wordt. Welke impact kan dit hebben op zijn persoonlijkheid op termijn (2)?

Slide 44 - Open vraag

misschien wil het niet meer meewerken en vertoont het vijandelijk gedrag of gedragsproblemen + laag zelfbeeld, en misschien minder extravert?
Stel: Een kind groeit op in een familie waar er fysiek geweld is. Het kind is extravert en laag consciëntieus maar wordt steeds afgestraft als het bepaalde opgelegde regels niet volgt. Welke drie veranderingen gebeuren er met het kind?

Slide 45 - Open vraag

hoger agreeableness, hoger consciëntieus, meer introvert (durft niet meer mening zeggen)

Slide 46 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan een kind van een ouder met schizofrenie veranderen een scheefgroei kennen in zijn persoonlijkheid?

Slide 47 - Open vraag

bv. heel neurotisch worden doordat de ouder ook overreageert op alles 
bv. zich terugtrekken alleen op de kamer - isolatie (introvertie)
bv. meer inschikkelijk worden (agreeable) om toe te geven aan de illusies van de ouder (om geen straf of geweld te krijgen)

Slide 48 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke gevolgen heeft schizofrenie voor je persoonlijkheid als je het hebt (op de big five)?

Slide 49 - Open vraag

bv. je wordt opeens erg angstig, neurotisch
bv. je wordt heel consciëntieus (past consequent regels toe uit angst bv.)
bv. je wordt opeens extravert of je gaat je opeens terugtrekken (introvert) 
bv. je wordt opeens heel gesloten voor ervaringen
bv. je wordt opeens niet meer agreeable omdat je anderen wantrouwt
Schizofrenie
A
de aanleg hiervoor is erfelijk
B
komt tot uiting door trauma
C
komt tot uiting door stress
D
alle drie

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies