HST 10 Leertheorieën les 2 (Kim)

HST 10 Leertheorieën 
Les 2
Les 2 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
DidactiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

HST 10 Leertheorieën 
Les 2
Les 2 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructievormen
  • Visuele instructie 
  • Auditieve instructie
  • Tactiele of manuele instructie 
  • Mentale instructie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Visuele instructie
Ook wel het plaatje genoemd.
  • Goed voorbeeld
  • Fout voorbeeld
  • Foto
  • Film

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorbeelden hoort NIET bij: visuele instructie
A
Foto
B
Uitleg/praatje
C
Filmpje
D
Voorbeeld

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Auditieve instructie
Ook wel het praatje genoemd.
  • Uitleg / praatje
  • ‘doe alsof’-opdrachten
  • Ritmische begeleiding
  • Gedragsgecentreerde instructie
  • Doelgecentreerde instructie

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorbeelden hoort NIET bij: auditieve instructie
A
'doe alsof' opdracht
B
Uitleg/praatje
C
Inzet van een beweging
D
Ritmische begeleiding

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Even terug naar auditieve instructie
  • Gedragsgecentreerde instructie:
Bij gedragsgecentreerde instructie richt de lesgever de aandacht op het motorisch gedrag of het eigen lichaam. 
Rugslag bij zwemmen; ‘Buig je hoofd achterover.’
  • Doelgecentreerde instructie:
Bij doelgecentreerde instructie geeft de lesgever sturing vanuit de omgeving. Dit heet ook wel omgevingsgerichte instructie. 
Rugslag bij zwemmen; ‘Kijk naar het plafond.’

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Tot aan 3:25
Sleep de tekst naar de juiste instructie vorm:
Gedragsgecentreerde instructie
Doelgecentreerde instructie
Basketbal plaatsen in het zwarte vierkant van de basket.
Plaats je been naast de bal tijdens het afwerken op doel.
Kijk tijdens de spreidsprong over de bok naar voren.
Bij de estafette moet je opletten dat je in je eigen baan blijft.
Je houding is verkeerd bij het raken van de softbal.

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tactiele of manuele instructie 
Ook wel het aan laten voelen van de beweging genoemd.
  • Aanvoelen van de beweging
  • Tikje of zetje
  • Inzet van een beweging
(Deze manier gebruiken lesgevers vaak wanneer je een 
beweging of een gedeelte van een beweging niet kunt 
zien bijvoorbeeld; de beenslag van de schoolslag)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorbeelden hoort NIET bij: tactiele of manuele instructie
A
Inzet van een beweging
B
Tikje of zetje
C
Aanvoelen van de beweging
D
Zelfinstructie

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mentale instructie
Ook wel het in gedachten uitvoeren, zelfinstructie genoemd.
  • Mental rehearsal, uitvoeren van de beweging in gedachten
  • Zelfinstructie.
Je gaat intensief aan de uit te voeren 
vaardigheid denken. Je voert de vaardigheid 
in gedachten uit.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorbeelden hoort NIET bij: mentale instructie
A
Mental rehearsal
B
Uitleg/praatje
C
Zelfinstructie

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht:
Bedenk nu zelf een vaardigheid en geef hierbij instructievoorbeelden
Visueel
Auditief
Tactiel

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De sporter binnen het motorisch leerproces
De rol van de sporter binnen het motorisch leerproces is heel belangrijk. Daarbij gaat het erom hoe hij de instructies (de input) en de correcties (feedback) binnenkrijgt en verwerkt. 
Het gaat dus vooral om wat er zich in het hoofd van de deelnemer afspeelt. Dit is de cognitieve kant van het motorisch leerproces. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Als we naar de sporter kijken, zijn het MHV-patroon en het aanpakgedrag van belang voor het resultaat van het motorisch leerproces.
MHV-patroon
MHV-patroon heeft invloed op het leren:
1. Motivatie: Hoe groot is de motivatie van de deelnemer
2. Houding: Hoe is de leerhouding, concentratievermogen (max. 20 min)
3. Verwachting: Met welke verwachting begint 
de deelnemer aan het motorisch leerproces.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jouw positieve invloed op het MHV patroon
  1.  Reële doelen stellen
  2.  Complimenten geven
  3.  Variatie aanbrengen in de oefenstof
  4.  Beeldmateriaal laten zien van (top)prestaties en goed uitgevoerde           bewegingen
  5.  Oefeningen toepassen in (wedstrijd-)echte situaties
  6.  Zorgen voor gunstige voorwaarden of omstandigheden, een goede  sfeer

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat het MHV-patroon voor?
A
Motivatie, houding & vrijwillig
B
Motivatie, houding & verwachting
C
Motivatie, handelen & verwachting
D
Motivatie, handelen & vrijwillig

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpakgedrag
hiervoor ging het over instructie. nu gaat het over het aanpakgedrag. Dit is de manier waarop een deelnemer het leerproces aanpakt (handelingsmodel van Pijning)
De manier waarop iemand het motorisch leerproces aanpakt, is het aanpakgedrag of de leerstrategie. Het aanpakgedrag of de leerstrategie is de wijze waarop een deelnemer met de leertaak omgaat. 
  • De foutenanalyserende aanpak
  • De momentaanpak.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Foutenanalyserende aanpak
(gedragsgecentreerde instructie)

De deelnemer richt zich vooral op eigen motorisch gedrag, hij:
- Merkt fouten op!
- Analyseert de fout!
- Trekt conclusies voor de volgende poging

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Momentaanpak
(doelgecentreerde instructie)
Bij een momentaanpak is de deelnemer vooral gericht op het resultaat: het lukt of het lukt niet. Hij:
  • Merkt fouten niet op!
  • Merkt de fout wel op maar analyseert deze fout niet!
  • Merkt de fout wel op analyseert deze ook, maar komt niet tot een conclusie voor een volgende poging. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies